Wettige zelfverdediging

Voor de kust van de Franse Rivièra wordt de Cormoran aangevallen door een groep terroristen. Zij willen de Cormoran gebruiken als uitvalsbasis om maffiabaas Duke Sebastian uit te schakelen. Bernard Prince slaagt erin om de zee in te duiken en te ontsnappen. Hij heeft maar één doel: de Cormoran redden.
De vaart zit er in dit album weer goed in, de helden komen is actie, en zowaar het einde is dat de Cormoran onherstelbaar beschadigd wordt. Er moet een nieuwe komen voor het volgende avontuur. Toch heeft Thierry Groensteen (* 1957), Belgische striponderzoeker en theoreticus, eens deze vraag voorgelegd aan Hermann (in een interview uit 1982): “Er zijn nogal wat onwaarschijnlijkheden in de Prince-verhalen. Zo valt het in Doel: Cormoran moeilijk te begrijpen hoe het mogelijk is een precisieschot uit te voeren met een mortier vanaf een boot die onophoudelijk beweegt, zelfs op kalme zee. …”
Het was mij nog niet opgevallen. De overname van de Cormoran is inderdaad bedoeld om met een mortier een pakje in het zwembad van Duke Sebastian te schieten. In het projectiel zit een poeder oplost in het water van het bad. Alles en iedereen ontbindt in dat gepoederde water, in luttele  seconden. (8, zie ook 40) Ik ben misschien een te naïeve lezer, te kinderlijk om volwassen die kritische vraag te stellen. Dit is het antwoord van Hermann: “Als je er met je neus bovenop gaat zitten is er eigenlijk geen enkel Prince-verhaal dat volledig geloofwaardig is. Maar Greg is er de man niet naar om stil te staan bij zulke details. En ik vraag me af of hij in wezen niet gelijk heeft. We weten heel goed dat de hele avonturenstrip op conventies berust. Het genre begint misschien wat gedateerd te worden, maar het blijft efficiënt.” (123)

Opale is de mooie blonde vrouw die bij de opening van het verhaal de aandacht van Barney trekt. Niet zodra ze ‘gered’ is, ontpopt ze zich tot een keiharde crimineel. Ricky en Boris zijn haar secondanten. Duke Sebastian heeft een imperium met een filmstudio, twee prive-televisiestations en keten van restaurants en een heel net van illegale activiteiten. Een dun lijntje in de plot is de vrijlating van ene Comenchini, zo alert lees ik dan weer wel. (26, zie ook 34 en 48) Op een of andere manier weet Duke dat hij dood moet zijn voordat dat gebeurt. Maar de Duke waant zich onaantastbaar. En juist Prince is degene die met, de iconische moed en schranderheid, de façade ervan doorprikt. Het zijn, zoals gezegd, de standaard ingrediënten van de actiestrip.
Is eenmaal de scene bij het zwembad van Duke uitgespeeld (hij is dan samen met hond Killer doodgeschoten), dan rest alleen nog alles in te zetten om de Cormoran te redden. De boot is intussen in brand geschoten en Barney onderneemt een kamikazepoging om Opale en Ricky het ontsnappen te beletten. Prince komt te hulp, vanuit de lucht, in helikopters met de gendarmerie. Een agent beoordeelt direct de crash: “Maar dat was moord!” “Kom nou toch!” roept Prince, “Uw experts hebben de inslagen van de kogels op het wrak al geteld. De boot was in staat van wettige zelfverdediging!” (47)

Een fraaie vondst, vind ik: de wettige zelfverdediging van een jacht. Ergens toch nog een vleugje law and order in een genadeloze wereld. Maar dan de uitsmijter: Comenchini krijgt twee uur voor zijn vrijlating een hartaanval en sterft. Nee, joh – wat een beroerde afhechting.


Naar aanleiding van: Hermann & Greg, Bernard Prince 12: Doel Cormoran. Brussel: Le Lombard, 1978. Oorspronkelijke titel: Objectif Cormoran. In het Frans gepubliceerd in 1977. Bij uitgeverij Sherpa verscheen in 2019 de integrale versie van Verschroeide aarde, in een bundel samen met De Groene vlam van de conquistador en het korte verhaal De schipbreukelingen, in 1980 gepubliceerd in Bernard Prince, gisteren en vandaag. Het interview met Hermann uit 1982, opgenomen in het boek Hermann, is achterin deze integrale versie opgenomen, vertaald in het Nederlands.

Thierry Groensteen (geboren op 18 april 1957 in Brussel) is een van de belangrijkste Franstalige striponderzoekers en -theoretici, wiens werk ook buiten dit vakgebied weerklank heeft gevonden. In 1984 werd hij hoofdredacteur van het oude fanzine Schtroumpf – Les Cahiers de la bande dessinée, dat hij omvormde tot een van de eerste initiatieven die zou leiden tot serieuze stripkritiek in Frankrijk en daarbuiten, en dat hij integreerde in discussies over kunst en cultuur.
Zijn werk als organisator van het beroemde Colloque de Cérisy in 1987, getiteld Bande dessinée, récit et modernité (“Strips, verhaal en moderniteit”), zou eveneens een belangrijke bijdrage leveren. Als directeur van het Musée de la bande dessinée in Angoulême werkte hij begin jaren negentig aan vele projecten, variërend van tentoonstellingen en de bijbehorende catalogi tot monografieën over diverse auteurs, of thema’s en collecties die het Musée de Angoulême presenteerde.
Hij was tevens directeur van de eerste editie van het officiële tijdschrift 9ème Art. Hij was oprichter en redacteur van Éditions de L’An 2, voordat deze uitgeverij werd geïntegreerd in Actes Sud. Hij is docent aan de École européenne supérieure des Arts et technologies de l’image.