De Zilverreigers
In jassen van sneeuw met veren van sneeuw
en een bek van blauwe jade,
groepsgewijs loerend op kleine visjes
wordt hun beeld weerkaatst in de beek –
verschrikt opgevlogen, gaat hun schaduw
ver over de groene bergen
en een boomvol perebloesem
valt in de avondwind.
Du Mu
Dit gedicht is een studie in aandacht en verlies van aandacht. Het begint met scherp kijken — bijna jagen — en eindigt in loslaten en verstuiven. De zilverreigers zelf verdwijnen, maar hun beweging blijft resoneren in het vallende bloesembeeld.

Nadat Jezus ervan gedronken had, zei Hij: ‘Het is volbracht.’ (Johannes 19,30)
Schurk nummer één op links, rechts hangt de tweede,
op afstand elf en bij z’n tenen de soldaat met spons
voor God Himself, de laatste levenslucht
is schor en afgemeten: één woord –
de rukwind drukt het helmgras plat
en halmen buigen als één lichaam,
de deur in huis klapt open, dicht, en klapt en klapt.
Tranende ogen om het slotakkoord.