“Van geen nut zijn paarden voor de overwinning, hoe sterk ook, zij bieden geen uitkomst.” (Psalm 33,17)
De schoft steekt hoekig uit
en de ribben stoten scherp tegen de huid
geen luister, geen gestalte
voor de munitiewagen
op de halfbevroren weg naar de ponton.
Lange spierbundels spannen zich langs de hijgende hals,
één voor één zwellen levensaders op
onder het tuig.
De oogranden rood,
gedroogd schuim in alle hoeken,
geen horizon, zicht
op glibberige grond,
hoeven op de brug die veert
terwijl de balken kraken.
Ogen witter, pupillen wijder, de bollen draaien,
draaien: nergens luister.
De plank breekt.
Zijn flanken weten niet
De Berezina trekt
de adem st –
strijdlust in de
verbijstering met krachtige
water
neusgat
water
zoekend
waarom Klein van Gestalte
een plan beraamde
en hem meenam naar Rusland.