“De HEER kijkt vanuit de hemel naar de mensen om te zien of er een verstandig is, een die God zoekt.” (Psalm 14,2)
De aarde was geen paradijs.
Geen woord, devote klank of tekst,
totdat God sprak en er was licht.
Hij maakte met gemak de zon, de maan
en wachtte op het neonlicht
toen Hij de mens uit aarde schiep,
mannelijk en vrouwelijk tot aanzijn riep.
In Hollands Diep was er een man.
Hij had gemeenschap met zijn vrouw,
de liefde van z’n hart, en zie hun zoon,
hij werd Verteller,
een meester in verhalen
over God en mens en dier.
De dieren diep bewonderd,
de mensen hoog geacht,
en God, echt meesterlijk,
met Hollands levenskracht bespuwd,
veracht, gehoond met woorden.
Woorden uit Gods eigen aarde,
omhooggestuwd de hemel in.
Het kwam de Heer ter ore.
‘Dat lijkt me sterk,’ dacht Hij en daalde af.
Hij werd geboren, boog het hoofd.
Hij leek wel niet goed wijs.
En dus voor Hem de prijs, de Hele Grote.
Kroon op zijn werk.