Psalm 1

“De HEER beschermt de weg van de rechtvaardigen, de weg van de wettelozen loopt dood.” (Psalm 1,6)

Achter de hoge bomen, populieren
als ik mij niet vergis, woonden
onze wetteloze achterburen
die ons, wetteloos als zij waren,
lieten weten dat zij wisten
dat wij op zondag niet
mochten fietsen. Niet.

Dus plukten wij witte besjes
en schoven mijn broers en ik die
vol geloof in de op maat gezaagde
plastic installatiepijpen
en zetten die vrijmoedig aan de mond,
speurend naar de open ramen
van de wettelozen,
achter de hoge bomen die,
onvergetelijk,
nooit hun bladeren verloren
en overvloedig dat donzige pluis,
hoe noem je dat, zomersneeuw, gaven,
elk seizoen. Alles lukte.

Totdat op een doodgewone
doordeweekse dag de verhuiswagen
voorreed, ons en onze fietsen inlaadde
en de achterburen,
naar wij later hebben vernomen,
de lof des Heren zongen.