Leren van Gabriël Smit

Het paard

Gij zijt ook gestorven voor het paard.
Achter zijn manen valt de weide open,
wijkt het groen naar het water, lopen
de zilveren rimpels van de wolkenvaart

in zee en hemel uit om terug te stromen
door mijn hart en mijn hand op zijn hals,
van U, door U en met U, zoals
Gij eens op aarde zijt gekomen

en heengegaan, begraven en verrezen
en sindsdien komt en gaat, naar alle zijden
bloeiend en bloedend in mens en dier.

In zijn donkere ogen staat het te lezen:
door U kan mijn hand iets van hem bevrijden,
iets, maar toch niet verder dan hier.

Naar aanleiding van: Gabriël Smit ‘Het paard’ In: Michel van de Plas (samenst.), Religieuze Poëzie der Nederlanden. (Prisma 119) Utrecht: Het Spectrum, [1955], 248.

De kracht van dit gedicht van Gabriël Smit (1910 – 1981) ligt in de verbinding van het concrete (de hand op de hals van een paard) met het universele (Gods verlossingswerk), zonder dat het ene het andere oplost. Smit slaagt erin een moment van eenvoudige tederheid te laden met kosmische en theologische betekenis, terwijl hij tegelijk de bescheidenheid bewaart om de begrenzing van die betekenis te erkennen.

U bent toch ook gestorven voor de rotsen
miljoenen jaren staan zij scherp gekant
tegen de oervloed die alles overspoelde
vóór het eerste woord

U weet hoe zij geschonden werden
toen gletsjers door Uw landschap kerfden
opgezweept door slagregens
nog is het vloed na vloed

Als langs de kust Uw tent wordt opgezet
komen vogels kijken hoe mensen U herkennen
en niemand zich aan steen zal stoten

Aquarel van Jan Jaap Wietsma