Ze staat te strálen, deze berk,
de witte schors breekt dapper
door de jeugdhuid heen
en niemand die het haar verwijt
dat zij haar frisse takken
gretig naar de zon toesteekt,
om licht te pakken,
ademhalen wil ze, groeien
tot haar volle vorm en ware maat.
De jonge bosvrouw stáát,
en boort
in tomeloze stilte
haar wortels ver de kale grond in,
op zoek naar mineralen
achtergelaten mineralen,
de bosbrand liet de trotse eiken koken,
de forse beuken rookten,
hitte vrat wat leven had,
verkoolde hout en tor en kever,
stof tot stof en as tot as
as spoelde onze aarde in
met de eerste zware bui
en het werd avond en weer ochtend,
avond en weer morgen,
wie weet wanneer het was, je zei:
is dat nou mos? Of is het gras?
Het duurde eigenlijk maar even –
daar kwam die eerste berk tot leven,
die nu na zeven jaar vasthoudend streven
als jonge vrouw met takken vol in vorm,
naar hartenlust haar schaduw aan komt bieden
aan wat de aarde vrolijk voortbrengt:
eiken, beuken,
forse, trotse lieden.
Ik las dit gedicht voor bij het Open Podium van de Zwolse Dichterstafel, 17 april 2026
Als titel van dit gedicht noemde ik: De berk.
Om heel trots op te zijn!!
Van harte gefeliciteerd met dit gedicht en optreden, waarin je de berk vasthoudend doet stralen en ook het publiek in deze blijdschap weet mee te nemen!
Op naar meer van dit:).
Bedankt voor de fijne middag.