Opa van moeders kant, ik heb hem nooit gezien.
Hij werkte in de tuin, voor koeien van de baas
maar ik heb nooit begrepen wat hij dan deed.
Hij stookte warmteketels bovendien,
voor druivenkassen. Ik wist het niet.
Was hij daarop gekleed?
Op zaterdag nam hij zijn zoon mee
naar het dorp, de oudste.
Hij kocht tabak bij Rein, je weet wel, van Stavast.
Waar die precies zijn nering had, echt geen idee.
Maar één ding weet ik zeker:
van de mannenvereniging was opa lid,
hij leefde in de vreze Gods.
De God die ik aanbid.
De huisarts heeft gefaald.
Stelde verkeerde diagnose en Arie Simon stierf,
kort voor de bommen Rotterdam vernielden.
Moe heeft het wel gehaald, zei ma,
met hulp van God en die van Janus Rijk
die bollen bracht (zonder de bonnen)
en dan de kolen nog,
van Arie Vindingrijk.
Zij waren mens, voor de oorlog
en mens in de oorlog.
Zij streden onze strijd
en hebben het geloof behouden.
Zij vreesden God de HERE en ik vrees
– zei ik laatst tegen kinderen –
dat er weer oorlog komt,
wij weer mensen moeten zijn.
4 en 5 mei 2026
