De brede esdoorn

De brede esdoorn kromt zich
zonovergoten ver voorover,
blad voor blad spiegelt zich
in mijn wijd verspreide vloeibaarheid.

De grote karper zal zijn opwachting maken.

Roerloos wachten wij
tot de gemaskerde boomklever
komt tukkeren – elk moment,
nu jij er niet bent

om lawaai te maken.

Deze foto is gemaakt door Caroline van Vulpen in het Engelse Werk in Zwolle.

Twee geiten

Twee geiten, zuster, vijf kamelen en met Gods hulp
een lieve man en onze zoon, voorzichtig, voorzichtig!,
hij was de eer van onze vaders, net als de put, het land,

maar in de grote droogte stierf de eerste geit
en snel daarna de tweede, minder en minder
melk van de kamelen en hij, mijn eerstgeboren enige,

kijk uit!, kreeg dorst maar het klonk onverbiddelijk: gáán
of betalen – en toen we de kamelen hadden verkocht,
moesten we alsnog. Genade, genade!, smeekte mijn man.

U hebt mijn ziel in handen, zuster, zijn naam is: God helpt,
en als ik vragen mag: waarom meet u zijn bovenarm,
en wat, in Gods naam, betekent op het meetlint

rood?

Vergeetachtig wachtten we

Vergeetachtig wachtten we op de grote zomer
en op die eerste hete dag begin april
geloofden wij dat hij ook echt zou komen,

omdat we hoorden wat de HEER beloofde
in die lange bange natte weken, het had geleken
of het altijd herfst of winter blijven zou.

Maar na de eindeloze kou werd het weer lente,
de merel zong de prille ochtend wakker
en druppels kregen de regenboog weer voor elkaar.

En muzen fluisterden, net als vorig jaar.

Durven ze al

Durven ze al, onooglijke druifjes
in de gevorderde lente
tussen de grote groene handen
tegen de vermoeide schuttingplanken
die zwiepen als een wrede God
het ongenadig stormen laat,
omkiepen was het bijna, laatst.
De platen tussen stutten schutten onze planten,
om de vrede en de brede groene zegen
om die druifjes van niks
die hun tere strakke huidjes durven tonen straks,
in de zomer vol gespannen gist en goesting,
lust en zoete sappigheden op de tong
als de buurman en ik nuchter beslissen
dat de bladderende schutting
toch echt toe is aan verdwijning.
Een nieuwe scheiding van beton
omdat we de stormen Gods
niet onderschatten durven,
in de herfst.

Caroline van Vulpen maakte deze foto, mei 2026.

Opa van moeders kant

Grootvader van moeders kant, ik heb hem nooit gekend.
Hij kwam niet op het land, werd er verteld,
maar in de tuin, hij had een baas
die hem de warmteketels stoken liet,
voor druivenkassen.
Hoe doe je dat?
Ben je daarop gekleed?
Ik weet het niet.

Op zaterdag nam hij zijn zoon mee
naar het dorp, de oudste.
Hij kocht tabak bij Rein, je weet wel, van Stavast.
Betalen op termijn was geen probleem,
mijn opa was betrouwbaar Bondslid
en leefde in de vreze Gods.
De God die ik aanbid.

De huisarts heeft gefaald, gaat het verhaal.
Stelde een verkeerde diagnose en Arie Simon stierf,
kort voor de bommen Rotterdam vernielden.
Moe heeft het wel gehaald, zei ma,
met hulp van God en die van Janus Rijk
die bollen bracht (zonder de bonnen)
en dan de kolen nog,
van Arie Vindingrijk.

Zij waren mens, voor de oorlog
en mens in de oorlog.
Zij streden onze strijd
en hebben het geloof behouden.
Zij vreesden God de HERE en ik vrees
– zei ik laatst tegen kinderen –
dat er weer oorlog komt
en wij weer mensen moeten zijn.

4 en 5 mei 2026

Arie Simon van den Enden 21 september 1901 – 2 februari 1939