Afgesproken

Zullen we afspreken, ergens in oktober?
Ik weet een route door de velden,
vlakbij het levenspad. Dan praten we wat bij.
Tijd niet gezien, elkaar, voor je het weet
ben je vergeten hoe we elkaar verdragen hebben,
het jaar hiervoor, en dat daarvoor.
Het gaat gebeuren.

De route deze zomer ging omhoog,
een berg op, goed, een heuvel, verhoging,
jij je zin, het was, hoe ook, nog vroeg
en juist op dat moment
trok witte nevel weg, het uitzicht –
het dal, de stroom, het veer,
de overkant kwam overeind
onder de Opkomst,
de arm van de Geliefde lag te lachen
op mijn schouder.

Ik denk nu al aan je kleuren,
die staan je altijd goed, en weet je wat ik hoop?
Dat je me helpt m’n extra aan te doen.
De winter zal niet aardig zijn, de kou
probeert steeds eerder botten in te trekken.
Wil jij m’n flanken dekken? En laat jouw inzet
mijn gezicht verkleuren, langzaam maar beslist.
Dan ga ik gloeien, maken we samen
ons oktoberlicht.

Achter de hoge bomen

Achter de hoge bomen, populieren
als ik mij niet vergis, woonden
onze wetteloze achterburen
die ons, wetteloos als zij waren,
lieten weten dat zij wisten
dat wij op zondag niet
mochten fietsen. Niet.

Dus plukten wij witte besjes
en schoven mijn broers en ik die
vol geloof in de op maat gezaagde
plastic installatiepijpen
en zetten die vrijmoedig aan de mond,
speurend naar de open ramen
van de wettelozen,
achter de hoge bomen die,
onvergetelijk,
nooit hun bladeren verloren
en overvloedig dat donzige pluis,
hoe noem je dat, zomersneeuw, gaven,
elk seizoen. Alles lukte.

Totdat op een doodgewone
doordeweekse dag de verhuiswagen
voorreed, ons en onze fietsen inlaadde
en de achterburen,
naar wij later hebben vernomen,
de lof des Heren zongen.

Het buitenaardse leven

Het buitenaardse leven,
als dat aankomt bij de grens,
dan zal ons eerste woord, bij God,
toch meer zijn dan een groet
met goed of welzijn, moet
er niet iets van vrede in, van groen
of mens nu wij ons voertuig
ongevraagd op hun planeet
verhalen lieten leggen?

Been, of liever nog gebeente
wil ik zeggen, ik geef het woord
hen graag cadeau, want zo
begon het ooit bij ons
en moet je nu eens zien
hoe deze aardse bende draait:
verhalen met een hoop lawaai,
een strak geplande moord,
en brood en wijn, natuurlijk.

Hoe kan het dat een klarinet

Hoe kan het dat een klarinet
mijn zin zo onvermoed gewillig maakt?
Intrada slingert lichtjes om het lege glas
van gisteren naar volle stemming
straks, tussen de mensen.
Reserve voel ik niet
(en dat noteer ik even),
uitbundigheid doet des te meer
wat ooit de stemmer heeft beloofd.

Je zal het toch beleven
dat zij vandaag verschijnen zal,
op de bewondering van tonen
zonder tal en dat alleen
omdat hij zondagsmorgens opstond
om de liefde te bespelen.

Na het bad

Na het bad duw je je ogen in de stof,
heel licht, doop ‘m in oogvocht,
droog je gezicht. Zo pak je
een ruwe handdoek aan.

En na je hals en hart en handen
je schouders ingezet. Ik grijp
de stugge bovenaan en onder rechts
en trek de liefde stevig bij hem in,
verzacht wat hard is, doe dood herleven,
voel rood vertellen: de doek
slaat aandacht om je benen,
bemint je tenen, een voor een.

Wacht nu een tel en zie.

Nog druppels op je hoofd?
Ze staan je wonderwel.