Zullen we afspreken, ergens in oktober?
Ik weet een route door de velden,
vlakbij het levenspad. Dan praten we wat bij.
Tijd niet gezien, elkaar, voor je het weet
ben je vergeten hoe we elkaar verdragen hebben,
het jaar hiervoor, en dat daarvoor.
Het gaat gebeuren.
De route deze zomer ging omhoog,
een berg op, goed, een heuvel, verhoging,
jij je zin, het was, hoe ook, nog vroeg
en juist op dat moment
trok witte nevel weg, het uitzicht –
het dal, de stroom, het veer,
de overkant kwam overeind
onder de Opkomst,
de arm van de Geliefde lag te lachen
op mijn schouder.
Ik denk nu al aan je kleuren,
die staan je altijd goed, en weet je wat ik hoop?
Dat je me helpt m’n extra aan te doen.
De winter zal niet aardig zijn, de kou
probeert steeds eerder botten in te trekken.
Wil jij m’n flanken dekken? En laat jouw inzet
mijn gezicht verkleuren, langzaam maar beslist.
Dan ga ik gloeien, maken we samen
ons oktoberlicht.