De beelden staan in mijn geheugen gebrand. Brute gevechten tussen Hutu’s en Tutsi’s in Rwanda. Een nieuwsclip waarin machetes dodelijk neerslaan. De waarschuwing vooraf: “De volgende beelden zijn schokkend.” Die beelden komen makkelijk terug. Maar het grote verhaal erachter? Verdwenen. Wat rest is een abstract begrip: genocide, onbeschrijfelijke ellende.
Dat ‘onbeschrijfelijke’ krijgt nu plots gezicht en stem. De roman Jacaranda van Gaël Faye brengt het ontluisterende beeld van kwaad scherp op je netvlies. Wat kunnen mensen elkaar aandoen? Opvallend genoeg is het geen zwaarmoedig boek – dat is juist het knappe eraan. Hoofdpersoon Milan, zoon van een Tutsi-moeder en Franse vader, groeit op in Frankrijk, aanvankelijk ver van het trauma uit moeders verleden. Bij een eerste bezoek aan Rwanda gaat die wereld voor hem open. Met cultuurshock, maar vooral ook nieuwe banden en vriendschappen. In grote tijdsprongen belanden we in 2021, bij moeders dood. Onderweg hebben we geleerd te kijken naar de omgang met trauma en de moeizame weg naar herstel.
Dat meekijken is vooral: luisteren naar getuigenissen. Daar draait deze roman om. Milan hoort zijn oom Claude getuigen voor een volkstribunaal tegen een dader die De Kat heet (109-116). Later volgt het verhaal dat nichtje Stella schrijft over haar grootmoeder Rosalie (177-190), en tenslotte de getuigenis van Stella’s moeder Eusébie (204-214). Fayes stijl blijft verteerbaar, maar de wreedheid die hij beschrijft nauwelijks. Een fragment:
“Er kwam een hoge legerofficier bij de versperring voorbij. Hij zette zijn jeep stil, moedigde de daders aan flink door te werken en beloofde beloningen. Ik kende hem, hij was de officier die Eugène in 1990 in het stadion had gemarteld. Toen hij me herkende vroeg hij waar mijn kinderen waren, ‘die bakkerstorren van Eugène’. Hij en zijn soldaten hebben me meegenomen naar huis. Ik zei dat mijn kinderen er niet waren. De militairen zijn door het hele huis gelopen. Toen beval de officier een van zijn mannen het in brand te steken. Ik heb toen bekend dat mijn kinderen in het zwevende plafond zaten en ik ze vanuit de tuin waar ik stond, moeten roepen, een voor een bij hun voornaam. De soldaten zijn het huis weer in gegaan. Daarna vielen er schoten.” (208)
De legerofficier gebruikt zijn invloed en positie om anderen tot moord aan te zetten. Hij deed dat eerder, is blijkbaar nooit tot inkeer gekomen. Geen impulsieve daad dus. Dit is haat die geworteld is geraakt.
Dan zijn er de ondergeschikten. Zij voeren uit wat wordt opgedragen. Wat hen drijft, vertelt het verhaal niet expliciet. Wel is helder: de macht van hun wapens en positie versterkt hun bereidheid mee te doen. Ze staan even aan de kant van de overwinnaars. Zelfs kinderen neerschieten schrikt hen niet af.
Eusébie is de moeder die haar kinderen wil sparen maar het niet kán. Niet haar eigen leven geven – alleen proberen te voorkomen dat ze levend verbranden. Het is te gruwelijk voor woorden: die kinderen worden gewoon doodgeschoten. Naam voor naam geroepen – om gedood te worden. Hoe ga je daarmee verder?
De getuigenissen en volkstribunalen vormen de bouwstenen voor een nieuwe samenleving. Ook dat loopt als rode draad door het boek: bestaat zoiets als vergeving? Nadat Claude zijn verhaal heeft gedaan, komt het ter sprake: “Geloof je daarin?” “In verzoening en vergiffenis? Nee… ik ben een overlevende. Ik heb gezien hoe mensen zich hebben gedragen. Maar de processen zijn absoluut noodzakelijk voor de volgende generaties. Voor Stella en jou. Door het werk dat we nu doen zullen jullie erin slagen samen te leven met hun kinderen. Dat is mijn hoop.” (120)
Misschien is dat het enige realistische antwoord. Vast zijn er mensen die volop kunnen vergeven. Of voor een groot deel. Of voor een moment. Maar een volkomen verzoening, een herstel door nieuwe harmonie tussen slachtoffers en daders? Aan het slot leeft De Kat nog. Dat is opzienbarend, want daar leek het niet op. Claude had gezworen hem te vermoorden na zijn gevangenisstraf. En toch doet hij het niet. (115-116, 122, 226v, 234) Vrienden? Nee. Samenleven, ja – met de zonen van De Kat. Dat ís goed nieuws.
Naar aanleiding van: Gaël Faye, Jacaranda. Amsterdam: Meulenhoff, 2025. Oorspronkelijk verschenen in het Frans (2024) en vertaald door Liesbeth van Nes.







