Weerbericht en genade

Drukte

Het is raar gesteld met de doden,
schuiven in je aan, zitten met hun
holtes in je knieën, hun kootjes
in je vingers een brief te schrijven,
even sloom als jezelf, even beperkt op de hoogte
van weerbericht en genade, twijfel en kostprijs

en als het etenstijd, bedtijd,
tijd is om de honden uit te laten,
tijd om een kind te krijgen, een man te begraven,
altijd lopen zij, meegaand,
volgzaam, met hun kammen en doornen hun schaambeen
boven je geslacht hun schedelpan rond je
zinnen hun graat om je merg

in je door, tiktiktik. Alleen
je vel dempt hun drukte een beetje.

Eva Gerlach

Het is rond de jaarwisseling. Een nieuw jaar is begonnen. We tellen aan de hand van de geboorte van de Heer. Het helpt om een moment te markeren. Je kunt afscheid nemen van een jaar dat tegenzat, met voornemens een nieuwe start wensen, vooruitkijken naar gewenste gebeurtenissen of aftellen naar een moment van rust. Tik, tik, tik. De tijd tikt door, de tijd kan voor je gevoel stilstaan, maar op een zeker moment weet je dat er tijd voorbij is. Ik hoor net ergens een moeder zeggen dat ze huilde toen haar twintigjarige dochter op kamers ging. “Ik weet nog dat zij in de luiers lag.” Tik, tik, tik. Eens zal de dochter aan het graf van haar moeder staan.
De tijd is de naderende dood.

En dan? Zijn de doden verdwenen? Iedereen weet dat het niet zo is. Even afgezien van het christelijk geloof in het voortleven bij de Heer – hier op aarde ben je pas echt dood als je vergeten bent. En eerlijk is eerlijk, dat gaat de meeste mensen overkomen. Je kunt voor de lol of hobby je stamboom uitzoeken en misschien kom je wel tot ergens in de zestiende eeuw terug. Maar hoeveel mensen zijn niet tot naamloosheid over gegaan? Hoe heette het meisje van Yde dat rond het begin van onze jaartelling in Drente heeft geleefd?

De doden zijn aanwezig in je leven, zegt eva Gerlach in ‘Drukte’. “Wat lijkt jij of je vader,” is zo’n zin die daarvan getuigenis aflegt. Zeker als het verder gaat dan de gelaatstrekken of je het loopje. De manier van denken en voelen, hoe je in het leven staat: je hebt het meegekregen en ingedronken in je opvoeding. Is het iets om trots op te zijn? Wil je ervan af? Heb je er last van? Dat laatste lijkt in het gedicht ‘Drukte’ het geval. Ze laten je niet met rust, de doden.
Er zijn stammen genoeg in de wereld die daarom aan voorouderverering doen. Je moet ze te vriend houden, anders blijven ze onrustig en je lastig vallen. Requiem in pace (rust in vrede) is geen loos gebed. ‘Het is raar gesteld met de doden,’ zegt de dichteres, om te eindigen met de weinig geruststellende tekst dat je vel het enige is dat hun drukte wat dempt. De drukte is lijfelijk en bij dat waar je je lichaam bij benut: brieven schrijven, hond uitlaten, baren, begraven, het basale dingen in de tijd. En dan zijn jij en de doden in je even sloom en beperkt op de hoogte van weerbericht en genade. Dat is wel een heel treffende combinatie van de weinig verheffende werkelijkheid en haar essentie.

Ook ik zal mij uitdrukken in mijn kinderen, als Gerlach gelijk heeft. Zij ziet jou terug in zichzelf en dan ga je dood en dan ben jij de dode met drukte. Zou er een manier van leven en sterven zijn dat voorkomt dat je een drukkende voorouder wordt?

Naar aanleiding van: Eva Gerlach, ‘Drukte’ In: Yves T’Sjoen [red.], De tegenstrijdige generatie: Dichters van de jaren zeventig. Amsterdam: Meulenhoff, 2011, 242. “In een interview heeft Gerlach eens gezegd: ‘Ik heb sterk het gevoel dat de doden in mij actief zijn. Dat is mijn levensgevoel. Ik kan mijn dode omaatje elk moment uit mijn lichaam laten weglopen en weer terughalen. (…) Dat is toch het normale proces van bewustzijn en herinneren?’” Janita Monna, ‘De zweep over de woorden halen’, In de uitgave Eva Gerlach van de Trouw Poëziecollectie uit 2013, 11. Het gedicht ‘Drukte’ is daar te vinden op p.39.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *