Vrouwenbesnijdenis

Geboren in een gevaarlijke wereld
Het is lente, het seizoen van het nieuwe leven. De wereld blijkt elk jaar weer een heerlijk vruchtbare plaats. Wie is niet vertederd door lammetjes in de wei en de jonge ganzen? De verwondering verdubbelt bij het zien van een nieuw mensenkind, jongen of meisje. Ouders stralen, grootouders glanzen, de omgeving feliciteert. Welkom in de wereld… vol gevaar! Dat laatste zeggen wij er niet bij. Maar als je geboren wordt als meisje dan loop je in bepaalde delen van de wereld een groot risico. Ergens in je jonge jaren kan het gebeuren dat ze je genitaal verminken. Je clitoris, de binnenste en buitenste schaamlippen worden weggesneden en je vagina dichtgenaaid. Zo zal je maagd blijven tot de man met wie je trouwen zal je openwringt of opensnijdt.

Een schokkend boek
Dit komt voor tot op de dag van vandaag. De Wereldgezondheidsorganisatie berekent dit voorjaar (2026) dat jaarlijks meer dan 4 miljoen meisjes het gevaar lopen besneden te worden. Meer dan 230 miljoen vrouwen leven met de gevolgen ervan. En het aantal verminkingen dat plaats vindt stijgt. Dit alles zou mij ontgaan zijn als ik het boek van Waris Dirie niet had gelezen: Mijn woestijn (dat zij schreef samen met Cathleen Miller). Het verbijsterende boek verscheen al jaren geleden (1998) en ook de verfilming ervan is al meer dan vijftien jaar geleden gemaakt (Desert Flower, 2009). Nu ik zowel boek als film tot me genomen heb, ben ik geschokt. Het is bijna niet voor te stellen dat ouders dit bij hun jonge dochters doen. En het is diep verdrietig dat het absolute aantal genitale verminkingen nog steeds stijgt.

Ongelooflijk verhaal
Wat is het verhaal van Waris Dirie? Zij loopt weg uit het Somalische nomadengezin waarin zij opgegroeid is. Zij heeft gehoord dat zij de vrouw zal worden van een man van zestig plus. Waris, geboren in 1965, is op dat moment dertien jaar. Haar vader zal vijf kamelen als bruidsprijs ontvangen en dat is niet niks. Haar moeder kan er niets aan doen – behalve zich niet verzetten tegen de vlucht van Waris. De jonge vrouw onderneemt een tocht die bijna niet te geloven is. Niet opgegeten door een leeuw, ternauwernood aan verkrachting ontsnapt, wonderbaarlijk haar familie gevonden in de grote stad Mogadishu. Dat is al heel wat. Dan krijgt zij de kans krijgen om hulp in de huishouding te worden van de Somalische ambassadeur in Londen. Zij blijft in de Britse hoofdstad als de ambassadeur teruggeroepen wordt. Bij nieuwe vrienden vindt zij opvang en zo krijgt zij de mogelijkheid om model te worden. Mooi zou je denken. Maar als een Engelse Nigel haar helpt aan een schijnhuwelijk in verband met een paspoort, loopt dat uit op een vervelend drama. Intussen boekt Waris succes en is er voor haar zelfs een kleine rol als Bondgirl in The Living Daylights, met Timothy Dalton als James Bond (1987). Hoe kan het allemaal? Maar het verhaal is niet bedoeld als illustratie van het motto: wie doorzet kan alles. Het is uiteindelijk de doorbraak van het verhaal over haar genitale verminking. Als dat via de Marie Claire wereldbekend wordt, krijgt Waris Dirie de uitnodiging om VN-ambassadeur te worden in de campagne tegen FGM: Female Genital Mutilation.

Culturele macht
In de film is dat ook de slotscene: Waris, die de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toespreekt. Het is ontroerend uitgespeeld. Maar de meest ontregelende scene vond ik het moment waarop Waris ontdekt dat haar vriendin Marilyn niet besneden is. Zij dacht dat het normaal was. Het roept de emotie van deernis op: wat hebben je ouders met je gedaan, Waris!
Wat me ook raakte was dat Waris een schuldgevoel werd aangepraat door de Somalische mannelijke verpleger als zij zich laat onderzoeken door een Britse arts, dr. Macrae. De dokter wil zijn hulp aanbieden en vraagt vertaalhulp. Dan blijkt er alleen een mannelijke verpleger beschikbaar. “Hoe kan je dit doen?”, verwijt hij haar in het Somalisch. “Je maakt je ouders te schande!” Gelukkig laat Waris zich er niet van weerhouden de verminking zo goed mogelijk te laten herstellen. Maar het onderstreept de diepgewortelde culturele overtuiging in die Somalische nomadenwereld. De traditie bestaat al meer dan 4000 jaar. Het staat niet in Koran of Bijbel. Waris Dirie schrijft: “Het gebruik wordt gewoon in stand gehouden en opgelegd door mannen – onwetende, egoïstische mannen – die hun aanspraak op de seksuele gunsten van hun vrouw veilig willen stellen. … Moeders schikken zich hierin door hun dochters te besnijden, uit angst dat zij anders geen man zullen krijgen. Een onbesneden vrouw wordt beschouwd als smerig, oversekst en onhuwbaar. In een nomadische cultuur als die waarin ik ben opgegroeid, is geen plaats voor een ongetrouwde vrouw.”

Kritiek, begrip en een taak
Haar strijd tegen vrouwenbesnijdenis krijgt niet alleen bijval. “Omdat ik kritiek heb op het gebruik van genitale verminking van vrouwen, denken sommige mensen dat ik geen waardering heb voor mijn eigen cultuur. Daarin vergissen zij zich.” Waris vertelt hoe zij (afgezien van besnijdenis) blij was met haar leven in het gezin, de familie, met de geiten, de kamelen, de feesten, de saamhorigheid. Het was een puur leven, niet afgeschermd, in de open wildernis, je ontwikkelt het instinct om te overleven, je danst uitbundig als de regel valt, je hebt oog voor eenvoudige dingen, elke dag zorgen voor eten maakt je afhankelijk en inventief tegelijk. Zij kent de schaduwkanten van het Westerse leven, de leegte van de verslaving aan geld en spullen en het gebrek aan tijd. “Ik kon me voorstellen dat ze zouden zeggen: ‘Hoe durf je kritiek te hebben op onze oude tradities?’ Ik kon me voorstellen dat ze hetzelfde zouden zeggen als mijn familie, toen ik die in Ethiopië ontmoette: ‘Jij woont nu in het Westen en nu weet je ineens alles?”. En zelfs haar ouders neemt zij het niet kwalijk. “Mijn ouders waren allebei het slachtoffer van hun eigen opvoeding en de culturele gebruiken die duizenden jaren onveranderd in stand zijn gehouden.”
Maar op diezelfde laatste bladzijde van het boek klinkt het beslist: “De tijd is gekomen om de oude vormen van lijden achter ons te laten.”

Balans: actie blijft nodig
Als je probeert in de lente van 2026 een kleine balans op te maken, ruim vijfentwintig jaar na de publicatie van haar boek, dan is de winst eerst dit: van taboe is het geworden tot een wereldwijd erkend mensenrechtenvraagstuk. FGM wordt nu ondubbelzinnig gezien als schending van mensenrechten en vorm van gender-gerelateerd geweld. Dat was in 1998 nog lang niet zo breed erkend. Ook is het in meer dan 70 landen verboden. Maar de handhaving is vaak zwak en families wijken uit naar andere landen (‘cross-border FGM’). Het schrijnende is dat de praktijk een verschuiving laat zien: jongere meisjes (soms jonger dan 5 jaar) worden vaker besneden. En we zien een verplaatsing naar migrantengemeenschappen in Europa en de VS.
Waris Dirie is niet gestopt bij haar autobiografie — integendeel als VN-ambassadeur zette zij het onderwerp wereldwijd op de politieke agenda. Zij is oprichter van de Desert Flower Foundation. Die stichting richt zich op preventie, opvang van slachtoffers en onderwijsprogramma’s. Haar betekenis zit in het doorbreken van stilte en het in de media brengen van het probleem. Dirie heeft het verhaal verteld; instituties hebben het daarna moeten systematiseren.

Tegen-mythe als sleutel
“De tijd is gekomen om de oude vormen van lijden achter ons te laten.” Hoe moet je haar slotzin nu lezen? Een programmatische uitspraak, dat vooral. In 2026 kun je zeggen: Moreel: ja, die tijd is aangebroken. Feitelijk: nee, we zijn er nog lang niet. De realiteit is paradoxaal: er is meer bewustzijn dan ooit, maar miljoenen meisjes lopen nog steeds jaarlijks risico. FGM is als ritueel ingebed in gemeenschap, identiteit en culturele macht. De strijd ertegen is dus niet alleen juridisch, maar cultureel en narratief. Dirie’s verhaal functioneert als tegen-mythe: van “dit hoort bij ons”, naar “dit vernietigt ons”. FGM verdwijnt niet door wetten alleen. Het zit verankerd in identiteit en eer. Daarom ligt de sleutel in verhalen: wie het verhaal verandert, verandert de praktijk.
En dat wens je onze wereld toe, in deze mooie lente, met jong nieuw leven.


Naar aanleiding van: Waris Dirie en Cathleen Miller: Mijn woestijn: Ervaringen van een nomadendochter, topmodel en speciaal VN-ambassadeur. (2e druk) Amsterdam: Arena, 1998. Oorspronkelijke titel: Desert Flower, 1998. Vertaald door Jorien Hakvoort en Albert Witteveen.

Voor het rapport van Unicef 2024, klik hier.
Het bericht van de Wereldgezondheidsorganisatie vind je hier.
De film Desert Flower is helemaal op YouTube te bekijken, klik hier.
Voor het dossier over de film in de International Movie Database, klik hier.
Soraya Omar-Scego speelt de rol van Waris Dirie.

Bij de Trivia is het volgende verhaal te lezen:

“Het meisje dat werd uitgekozen om de jonge Dirie te spelen tijdens haar vrouwelijke genitale verminking is Safa Idriss Nour. Zij werd geselecteerd op voorwaarde dat haar ouders een contract zouden ondertekenen waarin ze beloofden nooit dezelfde rituele ingreep bij haar te laten uitvoeren. Dirie’s nieuwe boek [Onze verborgen tranen] begint in 2011, vier jaar nadat het contract met Nours ouders was getekend, toen ze een brief van het meisje ontving waarin haar ouders aangaven dat ze van gedachten waren veranderd. “Ik was geschokt en woedend,” zei de 48-jarige Dirie. “Ik besloot dat ik onmiddellijk naar Djibouti moest vliegen om het dochtertje te redden van deze brute misdaad.”
Eenmaal in Djibouti realiseerde ze zich dat het gezin werd verstoten en dat Nours angst om gedwongen te worden tot vrouwelijke genitale verminking, in plaats van af te nemen, alleen maar was toegenomen. De toen zevenjarige Nour vertelde haar: “Grootmoeder voerde veel besnijdenissen uit in ons huis. De meisjes gilden zo hard, net zoals ik in de film.”
De ouders van Nour bevestigden dat de druk van buren en anderen om Nour te laten besnijden zwaar op hen drukte. Ze vertelden Dirie dat haar dochter en het gezin als buitenstaanders werden behandeld en dat buren jaloers waren op de financiële en medische steun die ze ontvingen van Dirie’s stichting, Desert Flower Foundation, die campagne voert tegen vrouwelijke genitale verminking, in ruil voor het nakomen van de afspraak. “Safa’s familie is omringd door anderen die elke dag worstelen om te overleven. Hoewel de families heel weinig geld hebben, sparen ze het geld dat ze hebben om hun dochters te laten besnijden, omdat ze anders geen bruidsschat van de toekomstige echtgenoot krijgen”, zei Dirie. “Dankzij onze steun is Safa’s familie volledig onafhankelijk en de eerste familie in de omgeving die de vicieuze cirkel doorbreekt. Dit is een schending van hun traditie en mensen hebben daar grote problemen mee.” Dirie bracht tijd door met de familie en nam een aantal van hen mee naar Europa om hen het campagnewerk te laten zien en te vertellen over de corrigerende operaties die door de Desert Flower Foundation worden uitgevoerd. De ervaring was een keerpunt, vooral voor de vader, die ooit heftig met Dirie had gediscussieerd over het besnijden van Nour. Hij werkt nu als activist voor de liefdadigheidsinstelling. “Safa’s vader heeft zelfs buren uitgenodigd om deel te nemen aan ons programma en de reacties waren positief”, aldus Dirie, waarmee hij aantoont welk verschil campagnes kunnen maken vanuit de gemeenschappen zelf. Hoewel het geval van Nour’s vader een succes was, is het niet eenvoudig om bredere gedragsverandering te stimuleren door middel van educatie. “Het is erg moeilijk om gemeenschappen te onderwijzen, omdat mensen erg koppig zijn en niet bereid zijn hun gewoonten te veranderen, zelfs als dat tegen de menselijkheid ingaat”, zegt Dirie.”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *