Via Alfred

Hoe goed ken je je geliefde? Het hangt af van de tijd dat je elkaar kent. Het maakt verschil of je met iemand een jaar samenleeft, of dertig jaar. In jaar twee kan zich een verrassing voordoen,  maar kan dat ook nog in jaar eenendertig?

Ik heb er wat over zitten puzzelen toen ik Twee Vrouwen van Harry Mulisch uit had. Het gaat over Laura Tinhuizen en Sylvia Nithart. Laura was eerder getrouwd met Alfred Boeken. Het huwelijk liep stuk. Zij konden geen kinderen krijgen, Laura was onvruchtbaar. Alfred hertrouwde en kreeg twee kinderen. Als Laura met Sylvia een lesbische relatie begint is, bloeien de twee vrouwen op. Verliefde Sylvia wil Laura zelfs een kind geven:

“Zou je willen dat ik een kind van je kreeg? … “We zouden een kind kunnen adopteren, als je dat wilt” “Dat vroeg ik niet,” zei zij. “Ik vroeg of je een kind van me zou willen hebben.” “Ja, “ zei ik, “Natuurlijk, maar dat kan niet.” (65-66)

Toch wel, volgens Sylvia. Zij begint een affaire met Alfred. Zonder uitleg. Laura is radeloos. Zij voelt zich bedrogen, zij kan het niet geloven. Maar na een paar maanden keert Sylvia weer terug. Zij is intussen zwanger. Van Alfred.

“Van Alfred?” “Van jou,” ze kuste mij. “Via Alfred.” Ik nam haar gezicht in mijn handen. “Is dat vanaf het begin je bedoeling geweest, Sylvia?” “Natuurlijk,” zei zij op een toon van vanzelfsprekendheid: hoe ik ooit anders had kunnen denken. “Waarom heb je het mij niet gezegd?” “Alsof je het dan goed gevonden had.” (142)

Je hoeft niet heel lang met iemand om te gaan om dat te begrijpen. Het idee om iemand anders zo voor jouw doelen te gebruiken, is verwerpelijk. Maar Sylvia mist het gevoel voor verhoudingen. ‘Op een toon van vanzelfsprekendheid’, dat typeert haar. Onbegrijpelijk. Hoe kun je denken dat Alfred zal instemmen bij het feit dat Sylvia hem gewoon als spermadonor gebruikt – zonder verzoek of uitleg vooraf? Wie zo gepiepeld wordt, gaat door het lint. Alfred vermoordt Sylvia.

De puzzel begint waar Mulisch Laura laat denken dat Alfred het wel zal accepteren als hij erachter gekomen is. Kort nadat Sylvia bij haar terug is, belt Alfred. Hij zegt dat hij zich erbij heeft neergelegd. Mulisch laat ons dan met Laura meekijken:

“Ik was opgelucht, dat het zo gauw met Alfred in orde zou komen. Ik verdacht hem er van, dat hij blij was met deze wending; na een paar uur had hij zich al er bij neergelegd, dat was aan de vlugge kant. Vermoedelijk verlangde hij al terug naar zijn twee zoontjes en zijn vrouw, – vooral omdat hij nu toch bezig was aan zijn boek. Ik kende hem wel zo’n beetje…” (147)

Even hoop je als lezer dat ze gelijk krijgt. Maar als je het boek uit hebt, vraag je je af of zij werkelijk zo onnozel kan zijn. Wie legt een dergelijke krenking simpelweg naast zich neer? Bedenk bovendien dat Alfred zonder aarzeling Sylvia van Laura afnam (en zijn vrouw en kinderen voor haar verliet). Is zo’n man ineens het vleesgeworden Begrip zelve?  Als je met elkaar getrouwd bent geweest, denk je dan dat deze Supersize manipulatie met een enkel gesprek afgedaan is? Dit is niet een kwestie van je geliefde slecht kennen, dit is ontbrekende mensenkennis.


Naar aanleiding van: Harry Mulisch, Twee Vrouwen.12 Amsterdam: De Bezige Bij, 1988 (eerste druk: 1975).

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.