Rondjes om de aarde

In 2024 won Samantha Harvey de prestigieuze Booker Prize. Dat betekent voor haar boek Orbital veel eer en voor de schrijver bovendien een fors geldbedrag. Ik kan niet anders zeggen dan dat het een bijzonder boek is. Ik heb de alternatieven die op de shortlist stonden niet gelezen. Maar wat de jury over Orbital schrijft, kan ik hartelijk onderstrepen: “Samantha Harvey heeft een roman geschreven die voortgestuwd wordt door de schoonheid van zestien zonsopgangen en zestien zonsondergangen. Iedereen en niemand is het onderwerp, terwijl zes astronauten in het Internationale Ruimtestation rond de aarde cirkelen en de weersveranderingen observeren over de fragiele grenzen en tijdzones heen. Met haar lyrische en scherpe taal maakt Harvey onze wereld vreemd en nieuw voor ons.”

Ik merkte dat ik het boek langzaam las. Dat komt, denk ik, door de vreemde wereld waar je in binnenkomt. Hoe moet het zijn als je in 24 uur zestien keer een zonsopgang meemaakt? Dat ontregelt en de rimpeling daarvan ondervond ik als lezer. Het nieuwe perspectief op de aarde zet je aan het denken.
Hoewel nieuw, het is natuurlijk al eerder opgetekend uit de mond van astronauten. Denk aan onze eigen Wubbo Ockels (1946 – 2014). Ook hij had de aarde vanuit dat andere perspectief gezien. Dat had zo’n indruk op hem gemaakt dat hij al zijn creativiteit en inzet heeft gebruikt om tot ons te zeggen: ‘Hou een beetje van deze aarde, zorg er een beetje goed voor.’ Het is precies wat we in de roman Orbital lezen. De astronauten zien geen grenzen tussen de landen. Zij zien eenvoudig de aarde draaien: “Dit ding van zo’n wonderbaarlijke en bizarre schoonheid. Dit ding dat, gezien de beperkte keuze aan alternatieven, zo onmiskenbaar thuis is. Een onbegrensde plek, een zwevend juweel zo schokkend helder. Kunnen mensen geen vrede met elkaar vinden? Met de aarde? Het is geen vurig verlangen, maar een dringende eis.” (73) Dat gebeurt er blijkbaar als je afstand neemt.

Gelukkig loopt Harvey niet om de God-vraag heen. Want mensen op aarde stellen nu eenmaal de vraag waar dit ‘thuis’ vandaan komt. Het dominante verhaal van vandaag is dat van de evolutie. En daar is goede reden voor, het blijkt een robuust model voor onderzoek en duiding van de werkelijkheid. Maar de vraag naar een goddelijke schepper laat zich niet wegdrukken: “Soms kijken ze naar de aarde en zouden ze in de verleiding kunnen komen om alles wat ze als waarheid beschouwen te verwerpen en in plaats daarvan te geloven dat deze planeet zich in het centrum van alles bevindt. Het lijkt zo spectaculair, zo waardig en majestueus. Ze zouden nog steeds kunnen geloven dat God zelf haar daar heeft neergezet, in het absolute centrum van het dansende universum, en ze zouden al die waarheden kunnen vergeten die mannen en vrouwen hebben ontdekt (via een schokkerig en stotterend pad van ontdekking, gevolgd door ontkenning, gevolgd door ontdekking, gevolgd door verhulling) dat de aarde een onbeduidend stipje is in het centrum van niets.” (27-28)
Het is de bekende vraag: kunnen wij uit de werkelijkheid concluderen dat er een God is? Wat mij betreft niet. Er is geloof in God nodig voordat je Hem terugvindt in de schepping. En dan moet ik het preciezer zeggen: het begint met het geloof in Jezus Christus als Heer en Redder van je leven – daarna kan er een hint naar God gevonden worden bij de planten, de vogels, de sterren en in de mensheid. De spannende vraag is voor mij dan ook niet of God onze aarde in het centrum van het universum heeft gezet. De vraag die mijn hersens doet kraken is deze: heeft de Schepper werkelijk de stap genomen om mens te worden op onze planeet? Of andersom gezegd: hoe kan je leren aanvaarden dat de concrete Jezus van Nazareth claimt niemand anders te zijn dan de Schepper zelf? Is zijn leven en zijn invloed werkelijk de redding van deze kosmos, niet alleen van dit onbeduidende stipje maar ook van het hele universum?

Als dat waar is, dan zijn wij niet een kortstondig lichtje ‘dat door niets herinnerd wordt’. (114) Dan doen we ertoe en wat we doen en laten heeft waarde voor de komst van Gods Rijk. Zou dat transformerende geloof niet ook een reserve moeten geven bij de niet te stoppen nieuwsgierigheid van de mens? Harvey is helder: deze astronauten zijn slechts middel tot een doel. “Ze nemen bloed-, urine-, ontlasting- en speekselmonsters af, controleren hun hartslag en bloeddruk en slaappatroon, en documenteren eventuele pijntjes, kwalen of ongewone sensaties. Het zijn gegevens. Bovenal dat. Een middel, geen doel op zich.” (94-95) De mens is niet gemaakt om stil te staan en dus gaan we naar de maan, naar Mars en nog veel verder.
Maar waarom eigenlijk? Als de Heer door zijn aanwezigheid op deze planeet aarde de doorbraak van zijn kosmische Rijk heeft voorbereidt, hebben we daar dan niet genoeg aan? Totdat de Heer terugkomt. Ik zal niet verbaasd zijn als daarna veel andere planeten bewoonbaar gaan worden – zonder de destructieve gevolgen van de homo sapiens. Omdat die is overgegaan in een zondeloze staat van zijn. Het lijkt me adembenemend.


Naar aanleiding van: Samantha Harvey, Orbital. Vintage, 2024 (Vintage is part of the Penguin Random House group of companies whose addresses can be found at global.penguinrandomhouse.com). Voor het eerst gepubliceerd door Jonathan Cape in 2023. (de paginaverwijzing is naar deze Engeltalige versie).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *