Patroonheilige van de hopelozen

Soms kom je iemand tegen wanneer je het niet verwacht. In Lille, die bekende Franse stad op de route naar Parijs, ontmoette ik de heilige Rita tijdens een korte stadspauze. Mijn geliefde en ik hadden twee nachten geboekt in een hotel vlak bij het centrum, op weg naar onze vakantie. Een dag om de stad te verkennen.

Na een heerlijke cappuccino tegenover de Kamer van Koophandel wandelden we op die dinsdag 10 juni naar de kathedraal. Notre Dame de la Treille is een bijzondere kerk, gebouwd rond het wonderbaarlijke beeld van Onze-Lieve-Vrouw van de Treille dat de inwoners van Rijsel al sinds de 13e eeuw dierbaar is. In 1913 werd de basiliek verheven tot kathedraal van het bisdom Rijsel. Het is geen gewone parochiekerk – er worden geen dopen of huwelijken gehouden, alleen af en toe een begrafenis van een kanunnik. De kerk staat open voor iedereen, het licht valt naar binnen door de moderne gevel.

En daar, in die open kathedraal, liep ik tegen haar aan: de heilige Rita van Cascia. Een eenvoudig houten beeld dat mijn aandacht trok, met een toelichting die me raakte:

Het leven van Margherita Lotti was niet gemakkelijk: haar zachtaardigheid bracht haar wrede echtgenoot tot vrede, die desondanks werd vermoord tijdens een conflict tussen familieclans. Ze weigerde te voorkomen dat haar zonen wraakmoordenaars zouden worden en zette zich in voor de verzoening van de vijandelijke clans voordat ze zich aansloot bij de Augustijnen van Cascia. Haar wordt gevraagd wanhopige situaties op te lossen.”

Wat me zo trof was hoe zij haar leven had gewijd aan verzoening in plaats van wraak. Rita Lotti werd geboren in een bergdorpje nabij het Italiaanse Cascia, in een tijd vol politieke conflicten. Hoewel ze al jong non wilde worden, werd ze op veertienjarige leeftijd uitgehuwelijkt aan Paolo Mancini. Achttien jaar lang slaagde ze erin haar opvliegende echtgenoot te kalmeren, tot hij werd vermoord, vermoedelijk als gevolg van een bloedwraak. Rita’s grootste angst was dat haar twee zonen wraak zouden nemen voor hun vader. Haar vurige gebeden werden op tragische wijze verhoord: beide jongens stierven het jaar daarop, kort na elkaar. Als kinderloze weduwe herleefde Rita’s roeping en trad ze toe tot het klooster.

In het klooster leidde ze een streng leven, maar was vooral ook bekend om haar verzoeningswerk en spirituele raad. In 1432 ontving ze tijdens het gebed een stigma: een doorn uit Christus’ kroon veroorzaakte een blijvende wond op haar voorhoofd. Haar reputatie als wonderdoener groeide. Mensen van heinde en ver kwamen naar haar toe met hun problemen. Door haar eigen leed – als echtgenote, moeder en weduwe – begreep ze andermans pijn. Haar gebeden werden zo krachtig geacht dat ze de ‘heilige van de onmogelijke zaken’ werd genoemd.
Rita werd in 1900 heilig verklaard door paus Leo XIII. Haar lichaam ligt nog altijd opgebaard in Cascia. In België en Nederland is de devotie sterk. Elk jaar op 22 mei, haar feestdag, worden rozen gezegend ter ere van de heilige die van geweld naar verzoening leidde.

Ik bleef met haar bezig in gedachten en schreef op de camping het volgende gedicht:

Toespraak tot de heilige Rita (1381 – 1457)

Ooit was jij een meisje
van amper veertien jaar dat
aan haar ouders gewoon gehoorzaam
wilde zijn en trouwde. Met een bruut.
Heel resoluut was jouw gebed toen hij,
de bruut, vermoord werd. In een vete.
‘Neem het leven van mijn zonen, allebei,
liever dan dat zij hem gaan wreken,
bruut als hij, en bloedig.’
De Heer heeft jouw gebed verhoord.
Hij vormde zo je heiligheid, compleet
met voorhoofdswond: een bloedig stigma.

Jammer.

Het waren je handen die zich vouwden,
zacht, beheerst (je voelde ze vast jeuken),
zoals ook ik de jeuk voel in mijn handen
als ik ze zegenend laat dalen op het hoofd
van jonge ouders, meisjes van veertien,
van een ruwe bruut en wrede zonen –
gehoorzaam aan de hopeloze Heilige
die brute spijkers in Zijn handen nam.
Hij wilde zich niet wreken.
Je hebt geweten wat Hem overkwam.
Jouw handen verdienen een teken.

Laat ik toelichten wat ik met het gedicht wil zeggen.
Het verhaal van haar leven vertel ik in strofe 1. Dan volgt in tweede strofe de parallel met een ik-figuur, een hedendaagse spreker die zichzelf als geestelijke identificeert. Rita’s daad van zelfopoffering wordt tegelijkertijd bewonderd en bekritiseerd – vandaar het krachtige, korte “Jammer.” Dat is de scharnier in het gedicht.
Handen vormen het centrale symbool: Rita’s gevouwen handen in gebed, de jeukende handen van de spreker bij het zegenen, en Christus’ doorstoken handen. Deze lichamelijke beelden maken de abstracte concepten van heiligheid en lijden tastbaar en ongemakkelijk. De ik-figuur worstelt met dezelfde vragen als Rita: hoe zegen je geweld en onderdrukking? Hoe ga je om met een geloof dat lijden en lijdzaamheid waardeert? De ik-figuur eindigt het gedicht met “Jouw handen verdienen een teken” – een erkenning dat Rita’s offer waardering verdient, maar ook een suggestie dat die waardering zelf problematisch is.

Daarmee was de kous af, dacht ik. Tot we in Reims kwamen en de vakantie afsloten zoals we begonnen: twee nachten in een hotel en een dag in de stad. We hadden als gezin de kathedraal al eerder bezocht, maar gingen toch nog een keer kijken. Het is een indrukwekkend kerkgebouw met een klein winkeltje vol katholieke producten. Terwijl we nog iets zochten voor een katholiek geïnspireerde vriend en ik zelf een kruis-met-corpus wilde kopen, haalde mijn geliefde ineens een hangertje van de heilige Rita uit een vakje.

Dat kon geen toeval zijn. We kochten het en nu draag ik haar met ere: Margherita Lotti, de patroonheilige in een wereld vol hopeloosheid.

Over de kathedraal van Lille: cathedralelille.fr
Thuis ontdekte ik dat Tommy Wierenga een roman schreef met de titel “De heilige Rita.” Daarover schreef ik deze blog.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *