Van huis uit ken ik geen gewelddadige situaties. Ik groeide op in een gezin met liefde en aandacht. Er heerste een zorgzame en milde hiërarchie. Wij kregen ontzag voor ouders en ouderen aangeleerd. Klappen geven was niet gewoon. De enkele keer die ik me kan herinneren bevestigt dat.
Ik realiseer mij dat dat voor andere kinderen en jongeren niet geldt. Dagelijks het gevaar lopen om verbaal of fysiek geïntimideerd te worden – het is voor sommigen een actuele ervaring. En wie er oog voor krijgt, ziet dat het samenleven van mensen er volop van doortrokken is en wordt. In politiek of sport, op de socials, in het geopolitieke krachtenveld met drugs, wapens, oorlog, bezetting. Soms ontploft er iets in het gezicht van de ‘vreedzame samenleving’. New York, London, Madrid, Parijs.
In laatstgenoemde stad blaast een jonge vrouw zich op in het Palais Royale, als sluitstuk van een roman vol geweld: Apocalyps Baby van Virginie Despentes (Nancy, 1969). Ik kwam haar op het spoor door Margot Dijkgraaf. Zij schreef in 2018 een mooi boek over Franse auteurs: Lezen in Frankrijk: een literaire tour de France. Ik las het hoofdstuk over Despentes en ontdekte dat zij ook Baise-moi (in het Nederlands vertaald als Genaaid) geschreven heeft. De film die naar aanleiding van dat boek gemaakt is, kan ik me nog goed heugen. De brute verkrachting en het gewelddadige vervolg erop schokten mij – terwijl ik toch een gehard kijker ben.
Virginie Despentes heeft een uitgesproken visie op het feminisme en de positie van de vrouw in onze maatschappij. En niet alleen dat. Margot Dijkgraaf schrijft: “De jeugd ontspoort, is haar thema, doe er wat aan! is haar boodschap. En dan heeft zij niet over de kinderen die opgroeien in achterstandsgezinnen, in banlieues, maar over de tieners uit goede, welvarende, intellectuele gezinnen met te veel geld en te weinig aandacht. ” (253)
Dat is inderdaad het verhaal in de roman. De jonge Valentine Galtan, rijk en doodeenzaam, verwend en verwaarloosd, is op een dag spoorloos verdwenen. Haar familie schakelt de hulp in van Lucie Toledo is – een wat sukkelachtige jonge vrouw die vervolgens de hulp inroept van een potige, lesbische vrouw, een privédetective genaamd De Hyena. Hun zoektocht leidt hen als in een roadmovie van Parijs naar Barcelona. De bourgeoisie, punkers, nonnen op zoek naar nieuwe zieltjes: het komt allemaal langs, en nergens is geweldloze communicatie. Zoals de Hyena zegt: “Er is niks dat zo goed werkt als geweld om te communiceren.” (130)
De auteur kiest voor een diversiteit aan perspectieven. Per deel (Parijs, Barcelona) en per hoofdstuk kijken we mee in het leven van een van de personages. Maar Despentes laat je nergens de puzzel helemaal leggen. Soms blijven motieven vaag. Of gedrag verrassend. Dat creëert een onzekere romanwerkelijkheid. Lucie doet haar werk, maakt fouten, doet haar best en heeft gewoon niet alles door. Als de Hyena en zij Valentine terugbrengen bij haar vader en oma, is dat de laatste stap naar de aanslag. Want Valentine kijkt met weerzin naar haar ouders en haar oma. Zoals zij zijn wil zij absoluut niet zijn en niet worden. (314) Op het moment dat haar vader, François Galtan, zich in het Palais Royal bevindt, om een onderscheiding in ontvangst te nemen, blaast zijn dochter zich daar op. Geweld is nodig. Anders luistert niemand. (315)
‘Ik ben de pest, de cholera,
de vogelgriep en de A-bom.
Radioactief trutje,
mijn hart begrijpt alleen de zonde
Transuranen, vuilnisbakmensen,
besmetter van het universum.’
Met deze tekst maakt Valentine haar voornemen in een video bekend. (281 en 334-335) Het hoeft maar even op internet te staan om zich ver te verspreiden. De reacties komen los. “Miljoenen mensen stroomden toe om hun zegje te doen.” (338) Lucie vreest dat zij gehoord zal worden door de politie en wellicht schuldig zal worden bevonden. Dus gaat zij op de vlucht. Het slot van de roman is haar terugblik – ja meer dan dat, haar constructie: “De waarheid zal ik nooit kennen. Rest het verhaal dat ik mezelf vertel, op een manier die me bevalt, waar ik tevreden mee kan zijn.” (350) Dat verhaal is dat zij zich wel wat kan voorstellen bij wat Valentine gedaan heeft: “Valentine heeft gedaan wat ze moest doen. Ze was te jong om geboeid te kunnen zijn door de dagelijkse veranderingen van de bomen, om naar het licht op het water te kijken, zich af te vragen waar de boten aan de horizon naar toe varen, en haar leven daarmee te vullen.” (350)
Hier stel ik mijzelf de vraag of ik soms ‘boten zit te kijken’. Want ik leef in een (relatief) geweldloze bubbel. En tegelijk in een wereld vol agressie en tegen-agressie. In een wereld met een pervers systeem. Sommige mensen (onder andere de ‘non’ Elisabeth die Valentine ronselt voor de suïcideklus) walgen van deze wereld. “Omdat zij óók ziek is van walging. Waar ze ook lijkt ze ziet niets dan ellende, onrecht en hardheid. Alles maar laten gebeuren is geen optie meer. Er moet actie ondernomen worden. In deze weerzinwekkende werkelijkheid.” (309)
Van politiek verwacht ik niet zoveel.
Maar van zulke explosieve acties nog minder.
Naar aanleiding van: Virginie Despentes Apocalyps Baby. Breda: De Geus, 2011. Uit het Frans vertaald door Kiki Coumans. Oorspronkelijke titel: Apocalyps bébé, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bernard Grasset, Parijs. Despentes won in 2010 de Prix Renaudot voor deze roman.
Margot Dijkgraaf, Lezen in Frankrijk: Een literaire tour de France. Amsterdam: Amsterdam University Press, 2018.

