Ontwapening, de enige weg

Er zijn verhalen die je raken omdat ze precies dezelfde waarheid vertellen, maar dan in een andere taal. Het moderne sprookje over prins Luciano en het verhaal van Jezus als de koning op een ezel vormen zo’n paar. Beide gaan over een zoon die weigert te zijn wat iedereen verwacht. Beide gaan over licht dat bijna wordt gedoofd door geweld. En beide eindigen met een radicale omkering: niet de sterkste wint, maar de meest kwetsbare.

Ik las het verhaal De Prins die licht gaf van Edward van de Vendel, opgeluisterd door de prachtige illustraties van Martijn van der Linden. De koning in het sprookje is verwikkeld in eindeloze oorlogen met drie buurlanden. Iedereen moet meedoen, alles draait om militaire campagnes. De reflexmatige manieren waarop we proberen grip te krijgen op het leven. In het sprookje zie je dit letterlijk gebeuren. De koning blijft doorvechten, maar zijn rijk verbleekt. Het licht verdwijnt. Alles veroudert. Hoe meer hij zich bewapent, hoe donkerder het wordt. En dan is er dat kind. Luciano, die zachtjes zingt en licht geeft. Die vlinders en kolibries aantrekt. Een levende lamp. Maar juist dit kind wordt een schande genoemd, mag niet gezien worden, wordt uiteindelijk opgesloten in de donkerste kerker. Want dit kind past niet in het verhaal van de bewapende koning.
Hier wordt het interessant. Want wat doet dat kind? Hij blijft zingen. Ook in de kerker. En zijn lied trekt vuurvliegjes aan die “de grote mensen opzoeken die nog kinderen zijn vanbinnen.” (30) Dit is geen machtsgreep. Dit is geen militaire campagne. Dit is iets veel subversiever: een zachte oproep aan wat nog levend is in mensen.

Bij Jezus kom je een vergelijkbaar mysterie tegen. God komt niet met een leger maar op een ezel. (Matteüs 21,1-5) Hij vernietigt de strijdwagens van zijn eigen volk, niet die van zijn vijanden. De ontwapening begint bij God zelf. De almachtige God laat zich ontwapenen. En dat is precies wat niemand begrijpt. Het Joodse volk wacht op een messias die de Romeinen verslaat. Ze juichen als Jezus Jeruzalem binnenrijdt. Maar binnen een week schreeuwen ze “Kruisig Hem!” Want deze koning weigert zich te bewapenen. Hij pakt geen zwaard. Als Petrus hem wil verdedigen, zegt Jezus: “Steek je zwaard weg.” En dan laat Hij zich kruisigen. Volledig ontwapend. Verslagen, zou je denken.

Maar dit is waar beide verhalen hun diepste waarheid onthullen. In het sprookje komt het moment van de Nationale Grootheid – ironisch genoeg. De koning organiseert een grote parade om indruk te maken. Maar niemand juicht voor hem. Het geluid komt van achter hem: van het kind dat begint te zingen.
De koning wil hem weghalen, maar wordt tegengehouden. En dan gebeurt het: de mensen op het plein beginnen mee te zingen. De punten van lansen en zwaarden beginnen te glimmen – niet dreigend, maar betoverd. Er verschijnt een stoet dieren. En die ijzeren koning voelt “iets warms en lichts om zijn hart.” (54)
Dit is geen overwinning door kracht. Dit is geen regime change. Dit is transformatie. De koning verandert van binnenuit omdat hij geraakt wordt door het licht dat hij probeerde uit te doven.

Bekend is de spotprent uit de tijd van de vroege kerk. Een gekruisigde figuur met een ezelskop, met eronder: “Alexamenos vereert zijn god.” Het was bedoeld als spot. Hoe kon je een gekruisigde aanbidden? Maar precies die spot onthult de waarheid: God ontwapent zichzelf. En drie dagen later staat Hij op. De dood – het ultieme wapen – heeft Hem niet kunnen houden. Juist door zich te laten ontwapenen, juist door te sterven, heeft Hij de macht van de dood gebroken.

Beide verhalen eindigen niet bij de koning, maar bij ons. Het sprookje eindigt met de belofte: “een vonk die van binnenuit aangestoken is, draagt zichzelf altijd verder, verder, almaar verder.” (59) Steeds meer kinderen gaan zingen. Grootheidsdag wordt Gezelligheidsdag. Maar hier wordt het lastig. Want wie durft zich te ontwapenen? In het sprookje is het Dwars – een bewaker – die het eerst bekent dat hij ook een lichtgevend iemand is, maar zijn licht heeft verstopt: “Ben tegen mezelf ingegaan. Ben te vechten. Van hardheid sterft het gloeien.” (26) Hij is het die het plan bedenkt met de vuurvliegjes. Hij is het die de koning tegenhoudt als die Luciano weg wil laten halen.
Ontwapening vraagt om verraad aan het systeem waarin je functioneert. Dwars verraadt zijn rol als bewaker. Hij kiest voor het kind in plaats van voor de koning. En dat is precies wat Jezus aan ons vraagt: “Durf je zo te leven?” het wapen van selectief luisteren neerleggen. Het wapen van haat neerleggen en bidden voor onze vijanden. Een gemeenschap zijn waar Israëliërs en Palestijnen, Russen en Oekraïners welkom zijn. Bij Christus gaan alle wapens neer.

Beide verhalen eindigen goed, maar niet omdat de problemen zijn opgelost. Ze eindigen goed omdat er iets fundamenteels is veranderd: de manier waarop we naar macht kijken, naar veiligheid, naar toekomst. Het sprookje eindigt met een kind dat tegen zijn vader zegt: “Vandaag is het genoeg. Ik weet het zeker.” En hij legt een katje – dat eerder werd weggejaagd – in de armen van de koning. Een gebaar van totale kwetsbaarheid en vertrouwen. De ontwapende koning, die voor ons zijn wapens neerlegde, die voor ons stierf, die voor ons opstond – Hij komt terug. En tot die tijd hebben we één opdracht: onszelf laten ontwapenen.
Beide verhalen zeggen: het licht wint niet door feller te branden dan het donker, maar door te blijven gloeien. De vrede komt niet door sterkere wapens, maar door ze neer te leggen. De koning die we nodig hebben is niet degene die het beste kan vechten, maar degene die durft te zingen, te liefhebben, kwetsbaar te zijn.
En misschien is dat wel de hardste boodschap van beide verhalen: dat we die koning niet alleen verwachten, maar dat we hem ook moeten worden. Dat er in elk van ons een Luciano woont die durft te zingen, en een Dwars die moet kiezen tussen bewaken en bevrijden. Want zoals de oude kokkin tegen Luciano blijft zeggen: “Er komt een dag dat je zult weten, nu is het genoeg.” (17) Die dag is niet alleen een toekomst die we verwachten. Het is ook een keuze die we vandaag kunnen maken.

Naar aanleiding van: Edward van de Vendel en Martijn van der Linden, De Prins die licht gaf. Amsterdam/Antwerpen: Querido, 2025.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *