Geldschmerz
En daar, nog even glinsterend, verdwijnt
ergens tussen stoeptegel en riool
de grijpstuiver, het smalle muntje,
nauwelijks waard om voor te buigen
maar zie hoe vreselijk het je tart
door zich van je af te willen scheiden.
Wat weegt zo’n ding nou helemaal?
Wie weet van zwaarte en waarde?
Stuiterend sleept hij mijn beheersing mee,
de zuinigheid van vorige geslachten,
mijn oplettend en optellend ouderpaar
altoos meeloerend over mijn schouders.
Waar is de manager van dit bedrijf?
Iedereen zwijgt, Trump, Vladimir Vladimirowitz.
Ik peuter met een stok tussen de tegels,
kniel voor het kleine dat ik eer.
Wie nu niet poert zal meer dan poen verliezen,
dan dooft het licht.
En als ik na het wroeten opkijk
zie ik hem in mijn jongste dagen:
het knaapje met het muntje,
zijn opluchting een schat in zijn hand.
Weg met de woede om de wereld!
Het universum is voorgoed geheeld!
Ik moest lachen om de slotzin van de derde strofe: “Wie nu niet poert zal meer dan poen verliezen, dan dooft het licht.” Rob Schouten kent de klassiekers van de Nederlandse poëzie. Hij is schrijver, columnist, criticus, hij heeft de leeftijd om veel gelezen te hebben (geboren in 1954). Dus kent hij het bekende vers van Hendrik Mattheus van Randwijk (1902 – 1966) dat eindigt met deze slotwoorden: “… en volk dat voor tirannen zwicht, zal meer dan lijf en goed verliezen, dan dooft het licht.”
Van Randwijk is tijdens de bezettingsjaren tot twee keer toe gearresteerd door de bezetter wegens het verschaffen van onderdak aan joodse burgers. In de loop van de oorlog werd hij vanwege zijn denkbeelden én verzetsactiviteiten de meest gezochte Nederlander. Hij weet wat het is om voor de grote waarden van het samenleven te strijden: vrijheid voor en met elkaar is ‘meer dan lijf en goed’.
Zo is ineens het muntje dat bij de ik-figuur in Schoutens gedicht uit de hand glipt een symbool geworden. Of beter: het zoeken ernaar. Wie dat nalaat, negeert het voorgeslacht. Kan zich niet klein maken. De mannen met de grote monden – in onze jaren Donalds Trump en Vladimir Poetin – missen elke vorm van bescheidenheid. En helpen daarmee de wereld naar de knoppen. Wie dat afkeurt staat voor de opdracht om in je eigen kleine werkelijkheid die bescheidenheid wél te tonen: zoek dat muntje-van-niks op. Je heelt er het universum mee.
“Wie één mens redt uit de nood, redt de hele wereld” Stammend uit de Joodse traditie (Misjna/Talmud) klinkt deze uitspraak eerst in een context van de verantwoordelijkheid van rechters bij een rechtszaak over leven en dood. Dat wie één mens doodt, wordt gezien alsof hij een hele wereld vernietigt. En wie één mens redt, wordt gezien alsof hij een hele wereld redt. De redenering is dat ieder mens een unieke wereld vertegenwoordigt; het leven van één persoon heeft intrinsieke, onschatbare waarde. (Terzijde: een zeer vergelijkbare formulering komt ook voor in de Koran (5:32), waarschijnlijk beïnvloed door dezelfde joodse traditie).
En zo is het opzoeken van een onbeduidend muntje iets wat groot loon oplevert: opluchting en een heerlijke verbinding te ervaren met je jeugd, toen je ouders nog leefden: ‘het knaapje met het muntje’ is symbool van hoop.
Naar aanleiding van: Rob Schouten, ‘Geldschmerz’, In: Idem, Sanctus. Amsterdam/Antwerpen: Arbeiderspers, 2025, 58

Een volk dat voor tirannen zwicht
Allen, die hier tesamen zijn,
de levenden, de doden,
de handbreed, die ons scheidt, is klein,
wij zijn tesamen ontboden voor het gericht …
Gedenk de liefste, die hier ligt,
de broeder, vrind of vader,
maar gun Uw ogen wijder zicht,
aanzie het land en alle mens tegader,
hoor dit bericht:
Wij staan tesaam voor het gericht
voor goed of kwaad te kiezen,
een volk dat voor tirannen zwicht,
zal meer dan lijf en goed verliezen,
dan dooft het licht.