Kinderlijke blik op onmenselijkheid

Hoe komt een boek in je kast terecht zonder dat je weet hoe? Soms is het er gewoon. Gelezen, met een gekromde rug als bewijs. Maar door wie? Niet door mij, niet door De Geliefde. Toch blijft het staan. Want dit boek verdient zijn plek. Wat een verhaal. Vanaf de eerste bladzijde grijpt het je vast – en laat je niet meer los. Tot het bittere eind.

Bruno is negen. Hij verhuist met zijn familie van Berlijn naar een plek die hij ‘Oudwis’ noemt – Auschwitz. Zijn vader is daar kampcommandant. Wat dat betekent, weet Bruno niet. Zijn ouders vertellen niets. Ook zijn oudere zus Gretel tast in het duister. Juist dat kinderlijk perspectief maakt het verhaal zo schrijnend. De lezer weet wat Bruno niet weet. En dat maakt het des te beklemmender.
Vriendschap vormt de rode draad. ““Ik vind het hier vreselijk,” zei hij voor de honderdduizendste keer. “Dat weet ik,” zei Gretel, “Maar er is niets aan te doen.” “Ik mis Karl en Daniel en Martin,” zei Bruno. “En ik mis Hilda en Isobel en Louise,” zei Gretel en Bruno probeerde zich voor de geest te halen wie van de drie ook weer het monster was.” (29) Bruno mist zijn vrienden uit Berlijn. Tot hij aan de andere kant van het hek een jongen ontmoet: Shmuel. Even oud, maar gevangen in een andere wereld. In gestreepte pyjama. Bruno begrijpt het niet. “Wat was nou eigenlijk het verschil?” vraagt hij zich af. “En wie bepaalde wie de pyjama’s droegen en wie de uniformen?” (97)

De onschuld van Bruno botst met de gruwelijke realiteit. Hij wil ontdekken, begrijpen, helpen. Maar de dreiging is overal. Wanneer Shmuel in huis komt helpen en betrapt wordt met eten, verraadt Bruno hem uit angst. “Ik heb hem nog nooit van mijn leven gezien,” zegt hij. Een kinderlijke leugen met volwassen gevolgen. (163)
Het slot is hartverscheurend. Bruno kruipt onder het hek door, het kamp in. In dezelfde gestreepte kleding als Shmuel. Het verschil is niet meer te zien. Zoals zijn grootmoeder ooit zei: “Zodra je het juiste kostuum aanhebt, voel je je als de persoon die je wilt uitbeelden.” (193) Maar het spel wordt werkelijkheid. En dan is het te laat.

Een verhaal dat blijft schuren. Niet alleen door wat er gebeurt, maar ook door hoe het verteld wordt. Vanuit het perspectief van een kind dat niets begrijpt, maar alles voelt. En dat eindigt met een wrange boodschap: “Natuurlijk gebeurde dit allemaal heel lang geleden en zou zoiets nu niet meer gebeuren. Niet in onze tijd.” (204)


Naar aanleiding van: John Boyne, De jongen in de gestreepte pyjama.19 Amsterdam: Arena, 2006. Oorspronkelijk verschenen in 2006 onder de titel: The Boy in the Striped Pyjamas, uit het Engels vertaald door Jenny de Jonge. Klik hier voor de trailer van de film die naar aanleiding van de film is gemaakt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *