Ik wens jullie vrede

Ik wens jullie vrede

Ik vroeg een kind wat vrede is. Ze zei:
Als er geen ruzie is. Ik vroeg het
aan een oude man. Hij zei: Als ze niet schieten.

Ik dacht: Wat niet is, lijkt duidelijk
maar wat is het dan wel? En las hoe Jezus
na het graf het midden van zijn vrienden

zoekt: zonder verwijt tot drie keer toe
een vredeswens. Ik dacht: dat hij nog gaat
na hun verraad. En las hoe hij zijn kracht

in wonden toont. Ik dacht: Hoe kan een mens
in vredesnaam zo leven? En vroeg aan hem
wat vrede is. Hij blies en zei: Ontvang mijn geest.

Fiet van Beek

Er gebeurt iets bijzonders in dit gedicht. De dichter wijst een weg om te gaan met zoeken naar een antwoord op een levensvraag. Wat is vrede? In deze vier strofen lopen we als lezer de weg van dialoog naar bezinning, via lectuur naar bezinning om uitgekomen bij ontmoeting met de Heer. En dan?

De eerste strofe vertelt eenvoudig hoe je wijsheid bij je medemens zoekt. De jonge naaste en je oude naaste. Het begin van het bedreigde leven en het einde ervan. Geen ruzie is het antwoord in kindermaat, de volwassen versie weet van de vernietigende inslag van bommen en granaten. Twee keer wat vrede niet is: ruzie, oorlog. Eenvoudig herkenbaar.

Het is onbevredigend om alleen te zeggen wat iets niet is. Vrijheid – ander voorbeeld – is niet het ontbreken van gevangenschap, het is volop tot ontplooiing komen en je bestemming vinden. Blijdschap is niet het afwezig zijn van verdriet. Het gaat om de positieve sensatie van verbinding, vervulling, vitaliteit. Al eeuwen zoekt de mens naar antwoorden op de eeuwige vragen: wat is waar, wat is goed, wat is schoon, wat is recht? Het mooie van strofe 2 is dat we uit de onderlinge dialoog en de menselijke rationaliteit van het denken worden getrokken naar het verhaal van Jezus.

Johannes 20 ligt open. Op de avond van de eerste dag van de week zijn de leerlingen van Jezus bij elkaar. Op vrijdag is Jezus gekruisigd. Verraden door vriend en vijand, overgeleverd aan het kwaad. Zaterdag was in stille verbijstering voorbijgegaan. Dan komt het bericht dat het graf leeg is. De spanning stijgt op zondag. De deuren zitten op slot – voor de zekerheid. “Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Vrede zij met jullie.’” (20,19) Jezus zoekt zijn vrienden op. Dat leest de dichter goed. Drie keer een zegenwens en, nu je het zegt, geen verwijt. “Ik dacht: dat hij nog gaat/na hun verraad.’ De mooiste zin van het hele gedicht. Verbazingwekkend inderdaad.

Je leest verder. Thomas mag de wonden zien en aanraken. “Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij.” (20,27) De lectuur van het heilig evangelie zet het denken niet uit. Het denken vraagt. Denkend ben je verwonderd bij dit verhaal. “Hoe kan een mens in vredesnaam zo leven?” Het woord vrede begint te resoneren in het verhaal van Jezus. Zo vredelievend kunnen zijn, naar mensen die jou hebben verguisd en uitgestoten? Hoe kan een méns zo leven? De vraag naar vrede is geen vraag naar een definitie. Vrede is geen concept. De vraag naar vrede is de vraag naar de mens. Naar ons en ons gedrag.

Dan de ontknoping in de laatste strofe. Dialoog is mooi, denken is fijn, de heilige boeken blijven fascineren, maar er is nóg een weg; de ontmoeting met de Heer zelf. Het staat er bijna prozaïsch: ‘En vroeg aan hem wat vrede is.’ Hoe vraag je wat aan Jezus? De weg van gebed en ervaring. Mystiek? Ja, maar niet alleen. Want er komt een antwoord uit de lezing binnenwaaien. “Ontvang mijn geest” Dat is uit Johannes 20,22. Dit Bijbelwoord komt aangewaaid, toe-ge-ademd door de Heer zelf. Hij blies, zoals de Schepper de eerste mens tot leven blies. (Genesis 2,7) Zo werd de mens een levend wezen.
Hoe zoiets gaat? Het is niet te protocolleren. Geen mechaniek om te onthullen. Toch mystiek, ja. Op Gods tijd. Voor wie erop willen wachten.

Je zou bijna verwachten dat een strofe 5 opent met ‘Ik dacht…’ Dat doet Fiet van Beek niet. Want dat is het huiswerk voor de lezer. Wat gebeurt er met je als die geest van Jezus om je heen begint te waaien? Als je die inademt? Ik vermoed dat het je een mens maakt die in naam van de vrede wil leven. In vredesnaam een vredestichter. Was dat niet iemand die de gelukwensen van de Heer meekreeg? (Matteüs 5,9) De vraag naar het ‘idee’ vrede is ineens omgezet naar de impuls om vrede te brengen. Zonder verwijt. Zoals Jezus.
Vrede is een gift.
Tjonge.


Naar aanleiding van: Fiet van Beek, ‘Ik wens jullie vrede’ In: Ik blijf van Hem dromen: Het leven van Jezus in gedichten, samengesteld door Jan de Bas en Arie Bijl. Utrecht: KokBoekencentrum 2019, 100. Oorspronkelijk opgenomen in: Ria Borkent en Jaap de Gier (red), Schriftgedichten: Poëzie bij het kerkelijk jaar. Heerenveen: Royal Jongbloed, 2013.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *