Genoeg is genoeg

De schrijfster Max de Lange – Praamsma (1906-1990) is bekend geworden door Goud-Elsje. De serie meisjesboeken over het leven van Els Berkhout verscheen vanaf 1946 en werd een doorslaand succes. In een interview over de serie heeft de auteur eens gezegd: ‘Ik denk dat ik [nu] een moderner meisje van Goud-Elsje zou maken. De christelijke grondslag zou er wel weer in voorkomen, maar dan minder.’ Hoe kun je meer of minder van een christelijke grondslag in een boek doen, vraag ik me dan af. Ik heb de Goud-Elsjeserie niet gelezen, wel een ander boek van dezelfde schrijfster, het kinderboek Chrisje. Ik kreeg het op het Kerstfeest van 1967 en toen was het al ruim tien jaar op de markt. De Nederlands Hervormde Zondagscholenbond had het boekje warm aanbevolen en het als religieus en psychologisch ‘raak’ getypeerd. Dat gaat verder dan het gedrag dat wij in het verhaal getekend zien. Chrisje Scheffer is de hoofdpersoon, een jongen van negen jaar, enig kind van een alleenstaande moeder. Vader is door een ongeluk om het leven gekomen. Oma springt bij. De school is heeft een christelijk karakter en dat uit zich onder andere in zorg voor de minderbedeelden. Er wordt gebeden en gespaard, gelezen en cake geserveerd, al met al een braaf en calvinistisch leven.

Daaronder liggen een aantal drijvende motieven. ‘Doe je best!’ is de onverholen groepsnorm.  (21, 23, 46 en 53) De meester, moeder en oma geven het voorbeeld, de kinderen moeten het leren. In de klas geldt: doe het beter dan de anderen. (16, 57) De meester komt met het voorstel om wat te doen voor de ‘arme stakkerds’ (49, ook ‘de ongelukkige kindertjes’ of ‘stumperdjes’ genoemd). Het huis waarin zij wonen wordt te klein, er is uitbreiding nodig. (14) Met prikkaarten kunnen de kinderen van de klas in hun eigen omgeving collecteren. Chrisje pakt dat volgens het doe-je-bestprincipe vlijtig op en weet in totaal drie kaarten vol te krijgen. De beste van de klas! Aangezien het werk voor de Heer is (25, 50-51, 60-61), zal het ook volstrekt onbaatzuchtig moeten zijn. Daar wordt de kleine jongen op getest. Een vriendelijke man prikt een bedrag van een kwartje maar geeft een gulden. (43) Vijfenzeventig cent extra dus en de kwellende gewetensvraag is nu: mag Chrisje dat voor zichzelf houden of moet dat ook mee in de pot voor het goede doel?

Hier komt de tweede drive in beeld: ‘Denk niet aan jezelf.’ Dat is het verwijt van Chrisjes moeder: “Jij denkt alleen maar jezelf en je pleziertjes.” (31) Maar grootmoeder kijkt verder en ziet de kwelling bij de zwijgende kleine jongen. Uiteindelijk komt het hoge woord eruit. (52) Met als uitkomst: Chrisje zal het extra ook aan de kinderen geven. Dat wordt bekrachtigd met een Bijbelse verwijzing: wat je voor de minste broeders van de Heer gedaan hebt, dat heb je voor hemzelf gedaan. (Matteüs 25) In de klas wordt Chrisje als held onthaald en er is cake, gebakken door de vrouw van de meester. Van jaloezie is bij de andere kinderen geen sprake als Chrisje voor zijn bijzondere prestatie een extra beloning krijgt: het boek ‘Houen jongens!’ van K. Norel. Uiteraard gaat vervolgens alle dank naar de Heer die de kleine jongen in de verleiding staande hield. (61)

Hoe specifiek christelijk is eigenlijk de grondslag van dit orthodox-protestantse leven van de eerste helft van de 20e eeuw? De Nederlandse samenleving was na enkele eeuwen protestants-christelijke dominantie van genoemde drives doordrongen. Dat ging in de tweede helft van de 20e eeuw veranderen, maar de druk om te presteren en de bijpassende competitie is bepaald niet uit het leven verdwenen. Wel is het wegcijferen van jezelf ten koste van een ander duidelijk in waarde gedaald.

Daarom is het boeiend om ons af te vragen wat er gebeurt als je de genoemde motieven vervangt door het tegenovergestelde: doe niet je best, genoeg is genoeg. En: wees goed voor jezelf. Is dan de hulpbehoevende slechter af? In het verhaal van Chrisje kun je je voorstellen dat de uitbreiding van het huis ook met een kleiner bedrag was gerealiseerd; of later. In het leven van deze jongen hadden de drie kwartjes wat extra’s gebracht in een karig bestaan.

Bestaat er voor deze nieuwe set drives ook een spiritueel kader? Dat is de vervolgvraag. Ik denk van wel. Ik heb ontdekt dat deze drijfveren ook mijn leven stuurden. Door sessies met therapeuten en supervisors heb ik alternatieven leren toepassen en aan anderen meegeven, bijvoorbeeld met het Bijbelse begrip ‘rust’. De complete zelfopoffering van Jezus dient zich daarvoor aan. De norm hoeft niet zo hoog te liggen als het beslissende werk gedaan is door de Heer zelf. Mensen kunnen zonder schuldgevoel volstaan met ‘genoeg is genoeg’. Wie zich de ‘rust van de Heer’ eigen maakt, mag rekenen op Gods werk – ook als je je eigen grenzen in de gaten houdt of goed voor jezelf zorgt.

Naar aanleiding van: Max de Lange-Praamsma, Chrisje.2 Nijkerk: Callenbach [1964] Met tekeningen van Nans van Leeuwen. Voor een beschrijving in de digitale bibliotheek van de Nederlandse letterkunde, klik hier.

Boekbeoordeling van de Ned. Hervormde Zondagsscholenbond op Geref. Grondslag, 1955:

“prijs gebonden f 1,-; jongens-en meisjesboek. Inhoud: Meester de Bruin organiseert een prikkaartenactie ten bate van een huis voor achterlijke kinderen. Chrisje, het enig kind van een weduwe, doet reuze zijn best. Hij overwint in ‘s Heeren kracht de verzoeking om het geld, dat hij extra ontving, te houden. Strekking: “Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.” Conclusie: Goed verteld verhaal voor jongens en meisjes van 8-10 jaar. De sfeer bij Chrisje thuis en zijn strijd worden psychologisch en religieus raak weergegeven. Eindoordeel: warm aanbevolen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *