Eros en Thanatos in de arena

In het jaar 79 na Christus veranderde de Vesuvius in een dodelijk gevaarte. Een verwoestende uitbarsting veegde de Romeinse steden Pompeï, Herculaneum en Oplontis van de kaart. Een giftige mix van stenen, as en gloeiendhete gassen werd tot wel 30 kilometer de lucht in geslingerd. Hele dorpen verdwenen onder een deken van dodelijk puin. Meer dan duizend mensen vonden de dood. Het enige ooggetuigenverslag dat ons rest? Twee brieven van Plinius de Jongere, geschreven aan de historicus Tacitus — indringende woorden van een man die de hel zag losbarsten.
Hier een fragment:

“Een wolk ontstond – het was voor diegenen die van ver toekeken onzeker uit welke berg (later vernam men dat het de Vesuvius geweest was). Hiervan zou de gelijkenis en de vorm door geen andere boom meer dan door een pijnboom kunnen worden weergegeven. Want ze verspreidde zich met een soort van takken als het ware opstijgend in de hoogte met een zeer lange stam. Ik geloof, omdat ze door een krachtige luchtstroom gestuwd werd, vervolgens is die luchtstroom zwakker geworden en is de wolk tot stilstand gekomen of zelfs omdat ze overwonnen door haar gewicht zich oploste in de breedte. Soms was ze stralend wit, soms vuil en vol vlekken, naargelang ze aarde of as omhoog gebracht had.” (Bron: Wikisource)

Tegen de achtergrond van deze schokkende gebeurtenissen volgen we in de driedelige stripserie Thracië Adriana en Cleio — twee zielen, ooit verbonden in hun jeugd toen de jonge slaaf Cleio werd opgenomen in het huis van Adriana’s vader, Primus. Maar het lot is grillig. De uitbarsting van de Vesuvius, verraad door de sluwe Quintus (Primus’ broer) en hun eigen keuzes drijven hen uit elkaar. Toch kruisen hun paden opnieuw: Adriana, een trotse matrone, en Cleio, een geharde gladiator. Hun liefde overleeft stormen van geweld en verdriet. In een bloedig gevecht om vrijheid vindt Cleio de dood. Adriana leeft door — moeder van een zoon die zij Primus noemt. Als eerbetoon laat het kind een goudkleurige mus los boven de Vesuvius: symbool van Cleio’s vrije ziel, zoals ooit adelaars werden losgelaten voor gestorven keizers.

Vrijen en vechten — dát is de kern van elk van de drie delen. De naaktscènes zijn niet per se erotisch, maar het is duidelijk dat makers Trif en Celestini de lichamelijke lust bewust en met plezier in beeld brengen. En die afwisselen met brute gevechten op leven en dood. Eros en Thanatos, liefde en dood — een eeuwenoude combinatie die blijft intrigeren, zolang mensen elkaar beminnen én bevechten.

Onderaan elke pagina geven voetnoten uitleg bij Latijnse woorden en uitdrukkingen — kort, maar verhelderend. Wie meer wil weten, kan terecht bij klassiekenkenner Fik Meijer. Over het gladiatorenleven laat hij in zijn boek Gladiatoren (uit 2003) geen misverstand bestaan: deze vechters waren seksidolen avant la lettre. Hun getrainde, gespierde lichamen werkten als een magneet op vrouwen. Op straat stond gladius – letterlijk: zwaard – zelfs voor penis. (75-76) Gladiatoren droegen aanvankelijk etnische labels: galli, thraeces, samnites. De Thraciërs, afkomstig uit het grensgebied van Griekenland, Bulgarije en Turkije, vochten met een kromzwaard (sica), een klein schild (parma) en hoge beenplaten tot aan de dij. Wanneer Cleio wordt opgeleid tot Thraciër, krijgt hij niet alleen wapens, maar ook een ideologie mee. Zijn trainer brult: “Jullie zijn niets dan slaven, barbaren en ter dood veroordeelden. Maar in de arena kunnen zelfs jullie de glorie van Rome vertegenwoordigen.” (Thracië 2, 7, zie ook 9, 24 en 48)

Dat sluit naadloos aan bij Meijers analyse. De Romeinse elite keek neer op gladiatoren, maar bewonderde tegelijk hun belichaming van klassieke deugden: kracht, tucht, standvastigheid, roemzucht. (51 en 188) Die paradox blijft boeien. Zelfs als we weten dat het hele gladiatorencircus één wreed, commercieel spektakel was.


Naar aanleiding van: Trif (tekst) & Andrea Celestini (tekeningen en inkleuringen), Thracië: 1 Lupi, Fratres, Amantes (Wolven, Broeders, Minnaars),  2 Amor et Gloria (Liefde en Overwinning) en 3 Omnia Vincit Amor (Liefde overwint alles). Breda: Dark Dragon Books, 2024. Vertaling Ben Kamphuis.
Fik Meijer, Gladiatoren: Volksvermaak in het Colosseum. Amsterdam: Athenaeum – Polak & Van Gennip, 2003.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *