De smekende mens centraal

Vrijdagavond 2 mei 2025: wij sluiten aan in een rij wachtenden, tot de deuren van de Buitenkerk in Kampen opengaan. Broer Ad en schoonzus Greetje gaan samen met Marianne en ik naar een uitvoering van het concertkoor Immanuel. Onder leiding van dirigent Sander van den Houten zal het koor, muzikaal begeleid door orkest Strijklicht, Messe de Requiem van Gabriel Fauré uitvoeren. En na de pauze Requiem for the Living van Dan Forrest. Mijn liefde het genre Requiem begon met Fauré, en wel speciaal het Pie Jesu eruit. Of wij dit concert zouden bezoeken was daarom alleen al geen vraag. Maar wat Dan Forrest geschreven had en hoe dat zou klinken? Dat was wel een vraag. En nu, na de uitvoering, ben ik nog steeds bezig de kennismaking te verdiepen. Want de rust en verstilling van het Requiem van Fauré is bij vlagen ver te zoeken als we luisteren naar het Reqiuem van Forrest. Er is veel om beter te leren kennen.

Daniel Ernest Forrest, Jr. (* 1978) is een Amerikaanse pianist die componist werd en wiens muziek al een blijvende reputatie heeft opgebouwd in de VS en daarbuiten. Hij is omschreven als “een componist met inhoud” en zo wil ik mijn gedachten wat laten gaan, inderdaad over de inhoud. Ik heb te weinig muzikale scholing om een goed vocabulaire te kunnen inzetten bij de beoordeling van de muziek. Wat ik wel kan is de tekst op een aantal punten bekijken en vergelijken.

Een Requiem is een mistekst, geschreven voor de uitvaart van gestorvenen. De opening zet de rust voor de overledenen voorop:

Geef hun de eeuwige rust, Heer, en laat het eeuwige licht over hen schijnen.
Een lofzang siert U, o God, in Sion, en een gelofte zal aan U worden gedaan in Jeruzalem.
Hoor mijn gebed, tot U zal alle vlees komen.

Het is een gebed als intredetekst. (introïtus) Rust en licht worden afgesmeekt voor de mens in het hiernamaals. Dat is het doel van de eredienst die hiermee begonnen is. Het woord ‘requiem’ (rust) benadrukt de intentie van de mis – het smeken van God om barmhartigheid voor de doden. De vraag of God wil luisteren past er ook goed bij. Maar wat doet het ‘Te decet hymnus, Deus, in Sion, et tibi reddetur votum in Jerusalem’ (Psalm 65,2) ertussenin? Qua toon wijkt het af van het smekende karakter. Toch heeft het een duidelijke functie binnen de context van de Requiemmis. Het vers erkent dat God waardig is lof te ontvangen. Zelfs in een mis van rouw, begint de liturgie met het wijzen op Gods eerbiedwaardigheid. De smeekbede om rust en licht krijgt een bredere religieuze context: lof aan God en het nakomen van geloften en gebeden geeft evenwicht. ‘Jeruzalem’ kan hier ook symbolisch worden gelezen als het hemelse Jeruzalem. Met andere woorden: het eeuwige leven. In die zin wijst het vers vooruit naar de hoop op de eeuwige bestemming van de ziel.

Wat doet nu Dan Forrest? Hij maakt een combinatie van Introïtus en Kyrie:

Requiem aeternam dona eis, Domine: et lux perpetua luceat eis.
Te decet hymnus, Deus, in Sion, et tibi reddetur votum in Jerusalem:
exaudi orationem meam, ad te omnis caro veniet.
Kyrie eleison, Christe eleison, Kyrie eleison.

Het lofgedeelte vervalt, alle nadruk komt op het gebed. De mens is smekeling. Hij vraagt om rust en licht, om verhoring en ontferming. Elk mens (omnis caro) is erbij betrokken. Niemand kan zich eraan onttrekken.


Het tweede deel bestaat uit twee passages uit het boek Prediker (1,1) en het boek Job (3,2-3).

Lucht en leegte! Alles is leegte!
Lieve Heer Jezus, geef hun rust.
In tranen zei hij: laat de dag dat ik geboren ben vergaan.

Forrest introduceert een gevoel van leegte, vergankelijkheid en de vraag naar de zin van alles. Het is de thematiek van het leven zelf. Het is het donkerste punt van het werk, een moment van diepe wanhoop. De componist betrekt de luisteraar niet bij de dood van een ander, maar bij zijn of haar eigen lijden, vragen en wanhoop. Dit deel van de donkere diepte is nodig voordat het werk verder kan naar verzoening, licht en rust. Volgende delen, als Sanctus en Lux Aeterna, bieden troost, visie op het hemelse, en uiteindelijke vrede. Zonder deze diepte van wanhoop zou het licht dat volgt minder krachtig aanvoelen.

Dit tweede deel vervangt, of staat thematisch op de plaats van, het klassieke Dies Irae in het traditionele Requiem. Dat beschrijft het oordeel.

Dies irae, dies illa / solvet saeclum in favilla …
De dag van toorn, die dag zal de wereld in as doen opgaan…

Het Dies Irae is apocalyptisch van toon, rijk aan angst en vrees voor het laatste oordeel, en benadrukt Gods rechtvaardigheid. Die juridische toon van oordeel en straf ontbreekt in het Requiem voor de Levenden. Het richt zich meer op de innerlijke strijd van de levende mens dan op het oordeel van de doden.


Come unto Me, all ye who labor and are heavy laden and I will give you rest.
Kom naar Mij, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.

Hier komt, in deel 5, de vervulling van het smeekgebed uit het begin (deel 1). Die rust wordt pas volledig gerealiseerd aan het einde, waar Christus zelf spreekt en de rust belooft – aan levenden die vermoeid en belast zijn. Daarmee vormt Matteüs 11,28 het theologische antwoord op de openingsvraag van het Requiem. Traditionele Requiemmissen eindigen vaak in rust (In Paradisum), maar bij Dan Forrest krijgt dat een extra pastorale laag. Geen angst voor oordeel, maar een persoonlijke uitnodiging van Christus zelf. Na de duisternis van Vanitas Vanitatum en de mystieke verheffing in het Sanctus, komt dit slotdeel als een troostvolle climax, verzachting van pijn en spirituele thuiskomst. En door een Engelse evangelietekst in een verder grotendeels Latijnse liturgische context op te nemen, legt Forrest een brug tussen de traditie van de dodenmis en een persoonlijke, pastorale troostboodschap voor de luisteraar vandaag.

Toen we de Buitenkerk verlieten, diep in de avond van 2 mei, had de muziek mij overweldigd. Het was groots, meeslepend soms, op een bepaald moment teveel, en aan het slot zo stil als aan het begin. Ik wist niet wat ik meegemaakt had. Nadere overweging was nodig.
Bij deze.
Ik ga nog eens luisteren, als de gelegenheid zich voordoet.


Naar aanleiding van: Concertkoor Immanuel, Messe de Requiem – Gabriel Fauré en Requiem for the Living – Dan Forrest, dirigent Sander van den Houten, orkest Strijklicht, met medewerking van Tristan Cnossen, sopraan, Marijke Beute mezzosopraan, Jaap de Kok, bariton en Rik Melissant, orgel. Vrijdag 2 mei 2025, Buitenkerk Kampen.  Voor meer info over Dan Forrest, klik hier.

Naar aanleiding van de uitvoering van het Requiem van Fauré schreef ik het volgende gedicht:

Zodra je een engel hoort,
denk je aan ritme, toon en harmonie
en spits je de oren: resoneert het hart?
En hoop je op vertrouwen
als straks de klankkast in beweging komt,
trillen gaat, heen en weer gezongen,
tot je ziet dat zij opengaat.

Vooral als de tienjarige Siem
van het regionale Boys Choir slikt, inzet
en voor het Pie Jesu van Fauré ver uithaalt,
zo ver als geen oog gezien,
geen oor gehoord
en in geen mensenhart is opgekomen.

Eén gedachte over “De smekende mens centraal

  1. Weloverwogen woorden, Simon, na een indrukwekkende beleef-avond! Ik kan er als meezanger over meezingen. En dan het gedicht: wat een voorrecht te mogen worden meegenomen door een jongenssopraan als seniorenkoor… Op zulke momenten voel je extra dat je Immanuel bent: God met ons.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *