In het Westen van de 21e eeuw is ‘gelukkig worden’ bijna een moreel recht geworden. We spreken erover alsof het het hoogste doel is: werk dat je vervult, relaties die je voeden, keuzes die bij je passen. Maar er zijn tradities die dat uitgangspunt radicaal bevragen. Eén daarvan is bushido – de oude erecode van de Japanse samoerai.
Bushido, letterlijk ‘de weg van de krijger’, ontstond in het feodale Japan en werd gevormd door invloeden uit zenboeddhisme en confucianisme. Het is een ethiek waarin waarden als rechtvaardigheid, moed, barmhartigheid, beleefdheid, oprechtheid, eer en loyaliteit centraal staan. Maar het scherpste snijpunt ligt ergens anders: eer en plicht wegen zwaarder dan persoonlijk geluk.
Dat klinkt voor moderne oren ongemakkelijk. Toch is precies dát het morele spanningsveld dat verrassend actueel blijkt.
De driedelige stripreeks Senseï van scenarist Jean-François Di Giorgio en tekenaar Vax (Vincent Cara) verbeeldt dat spanningsveld in het verhaal van prinses Yukio. Zij weigert zich neer te leggen bij haar rol als pion in de politieke orde van haar vader, de regent. In plaats daarvan kiest ze de weg van de samoerai – en daarmee voor bushido.
Dat is geen romantische keuze. Het betekent discipline, verlies en uiteindelijk zelfopoffering.
Wanneer Yukio voor het eerst verschijnt, verdedigt zij een jong verliefd stel tegen soldaten van de regent. Niet omdat het haar persoonlijk aangaat, maar omdat haar eer als ronin – een meesterloze samoerai – haar daartoe verplicht. “Het is in strijd met de leer van bushido om twee weerloze kinderen aan hun lot over te laten.” (deel 1, 11) Het is een moreel reflex: bescherming van de kwetsbare boven eigen belang. Maar het wordt ingewikkelder wanneer haar eigen verlangens op het spel staan.
In het tweede deel verdiept Yukio zich intensief in de leer van bushido. Ze kiest studie boven feest, discipline boven ontspanning. Toch wordt ze niet ongevoelig. De ontmoeting met Sumita, een jonge dichter, laat zien dat ook zij verlangt naar liefde en geluk.
Die liefde blijkt gebouwd op een leugen. Sumita is niet wie hij zegt dat hij is. Wanneer de waarheid uitkomt, richt Yukio’s woede zich niet alleen op hem, maar vooral op de manipulaties van haar vader. In het derde deel escaleert het verhaal: Sumita wordt vermoord, en Yukio zoekt wraak.
Daar verschijnt een klassiek motief: gekrenkte liefde als bron van geweld. Maar zelfs hier wordt haar pad niet bepaald door emotie alleen. De grotere vraag dringt zich op: wie ben je als je alles verliest wat je lief is?
Het scherpste conflict ontstaat wanneer Yukio ontdekt dat haar vader haar wil uithuwelijken aan een oude man, om politieke stabiliteit te waarborgen. Haar reactie is rauw en herkenbaar: “Heb ik lak aan! Wat met mijn geluk?” (deel 2, 47) Hier raakt het verhaal aan onze tijd. Want ook wij stellen die vraag, zij het in andere contexten: Waarom zou ik een baan blijven doen die mij niet gelukkig maakt? Waarom zou ik offers brengen voor een systeem dat mij beperkt? Waarom zou ik mij voegen naar een groter geheel?
Yukio’s eerste impuls is vluchten. Ze droomt van een nieuw leven, ver weg, op een eiland waar ze eindelijk gelukkig kan zijn. Een begrijpelijke reflex – maar het verhaal laat zien dat je niet altijd kunt ontsnappen aan wie je bent en waar je voor staat.
In De wierookmeester (deel 2 van de parallelle serie Samoerai Origine) kruisen Yukio en de jonge Takeo elkaars pad. Wanneer een demonisch wezen het dorp bedreigt, vechten zij samen. De dreiging blijkt verbonden met een keten van wraak en geweld uit het verleden – een verleden waarin ook Yukio’s familie schuld draagt.
De climax is onontkoombaar: Yukio sterft in de strijd om anderen te beschermen.
Het is geen tragisch toeval, maar de logische uitkomst van haar keuzes. Zij leeft volgens bushido – en dat betekent dat haar eigen geluk niet de doorslag geeft. Haar leven krijgt betekenis in toewijding aan iets dat groter is dan zijzelf.


Het is verleidelijk om dit weg te zetten als een exotisch, historisch ideaal. Maar dat zou te gemakkelijk zijn. Want ook in onze samenleving bestaan situaties waarin persoonlijk geluk botst met het algemeen belang: zorgverleners die over hun grenzen gaan in crisistijd. Ouders die keuzes maken die hun eigen vrijheid beperken. Burgers die offers brengen voor klimaat, veiligheid of rechtvaardigheid. Leidinggevenden die impopulaire beslissingen nemen voor het grotere geheel.
We formuleren het anders, zachter, individueler. Maar de kernvraag blijft dezelfde: ben je bereid iets van jezelf op te geven voor iets dat groter is dan jij?
Bushido geeft daarop een radicaal antwoord: ja, zonder reserve.
Dat antwoord hoeven wij niet één-op-één over te nemen. Een samenleving die alleen op zelfopoffering draait, wordt hard en onmenselijk. Maar het tegenovergestelde – een cultuur waarin persoonlijk geluk altijd voorrang heeft – is uiteindelijk net zo problematisch. Dan verdampt elke vorm van verantwoordelijkheid.
Het begrip sensei (waarom zetten de auteurs een trema op de i?) werpt daar nog een extra licht op. Letterlijk betekent het ‘iemand die eerder geboren is’ – niet biologisch, maar spiritueel. Iemand die het leven dieper begrijpt, en daarom als leraar leeft. Dat impliceert iets ongemakkelijks: inzicht blijkt niet uit woorden, maar uit levenshouding. Een echte ‘sensei’ kiest niet alleen wanneer het uitkomt voor het goede, maar belichaamt het – ook wanneer het pijn doet. Yukio wordt nooit formeel zo genoemd. Maar in haar laatste daad komt ze er misschien het dichtst bij.
Het verhaal van Yukio is geen pleidooi tegen geluk. Het is een correctie op een eenzijdig ideaal. Geluk is waardevol, maar niet absoluut. Er zijn momenten waarop andere waarden zwaarder wegen: recht, trouw, bescherming van de kwetsbare, verantwoordelijkheid voor de gemeenschap.
De vraag is niet óf dat zo is. De vraag is wanneer jij dat moment herkent – en wat je dan doet.
Naar aanleiding van: Jean-François Di Giorgio (scenario) & Vax (tekeningen), met inkleuring van Bertrand Denoulet,
Senseï 1: De school van de eenzame wolven (2016) (L’ecole des loupes solitaires);
Senseï 2: De witte draak (2017) (Dragon blanc);
Senseï 3: Het rijk der zeven vaandels (2019) (L’empire des sept bannières);
Jean-François Di Giorgio & Vax,
Samoerai Origine 2: De wierookmeester (2020) (Le Maître des encens).
Uitgegeven door Daedalus, Genk.
Nederlandse vertaling: Christophe Deconinck (Senseï 1–3) en Studio K (De wierookmeester).



