Bidden met verbeelding

Bidden I

Bidden was met je knieën op de grond,
je hoofd voorover in een warme stoel;
het pluche gaf je een diep vertrouwd gevoel,
iets van een antwoord voor je open mond.

Bidden was je handen voor je ogen, maar
daar sprongen witte sterretjes doorheen.
Zo zag je maar: God liet je nooit alleen,
hij was de grote verre tovenaar.

Bidden was vader, moeder, allemaal;
de meester, zieltjes in het vagevuur;
de zondaars en om Jacob; moedertaal
als zoen en welterusten op den duur;
gewoon als veertien engelen op wacht
en vader rondgaand in de grote nacht.

Bidden onder dreiging
“Ik ga slapen, ik ben moe, ‘k sluit mijn beide oogjes toe, Here houdt ook deze nacht, over mij getrouw de wacht.” Dat hebben mijn ouders mij leren bidden. Ik heb niet veel actieve herinneringen aan mijn vroegste gebedspraktijk maar wel dat er iets vredigs ontstond. Dat hebben mijn geliefde en ik ook willen overdragen aan onze kinderen toen wij hen leerden bidden: “Je hoeft niet bang te zijn, als oorlog komt of pijn, de Heer zal als een muur, rondom je leven zijn.” De levenssituatie bleef ongewijzigd: wij en onze kinderen leven in een dreigende omgeving. Goddelijke bescherming is nodig. Dus vraag je erom elke dag om.

Kinderlijke verbeelding
Michel van der Plas vertelt in dit gedicht hoe het voor hem was, dat kinderbidden van vroeger. Hij weet het vertrouwde gevoel mooi onder woorden te brengen. Het slot is ontroerend én onthullend. Bij terugblik is het natuurlijk vader geweest die de veiligheid waarborgde. De aardse vader, wel te verstaan. Want God was er wel, maar toch als ‘de grote verre tovenaar’. Het gedicht laat heel mooi zien hoe kinderlijke verbeelding zich aan de vaste woorden heeft gehecht. Want zonder dat we de tekst horen die de kleine Michel uitsprak, het zijn de vaste rijtjes geweest die er onderdeel van uitmaakten – zoveel is wel duidelijk: vader, moeder, de zieltjes in het vagevuur… iedereen werd aan de Heer opgedragen. En verder maakte het kind z’n beeld: de witte sterretjes bij je samengeknepen ogen vallen naadloos samen met de immense kosmische sterrenwereld. En zoals de tovenaarsleerling van Walt Disney een serie sterren rond zijn toverstokje laat schitteren, zo is de Here God omringd door talloze sterren.

Herhaling en de mythe
Wat ik me heb afgevraagd is: is het nu eigenlijk zoveel anders in mijn gebedsleven? Ik ben volwassen en heb een redelijk goede regelmaat in het bidden. Ik sluit mijn ogen, kniel neer en ik begin: “Heer open mijn lippen en mijn mond zal uw lof verkondigen. Van zonopgang tot zonsondergang moet Uw naam worden geloofd.” Als ik voor de buren bid, zie ik hun profielen voor me. Als ik voor de overheden bid, koning, koningin, de Zwolse burgemeester. Als ik God aanbid en bewonder, ja wat zie ik dan eigenlijk? Vooral de menselijke Jezus en dat beeld is gevormd door talloze visualiseringen door de jaren heen. Verbeelding, we kunnen niet zonder. Is het niet juist de grote waarde van een veilige jeugd als je daarin de beelden leert maken die je leven mee kunnen?
Gebed als ritueel leeft van de herhaling en mythe. Mythe is misschien een beladen term? Roept het de gedachte op dat het ‘niet echt gebeurd’ is? Laat ik het dan een verhaal noemen: de waarheid komt namelijk in verhalen over God en mens naar ons toe. Het gaat er mij om dat we als kwetsbare mensen ons opgenomen weten in het bevrijdende verhaal van de Heer die het kwaad overwint. Hij is in deze wereld gekruisigd – zo bedreigend was het ook voor Hem. Hij verrees en laat zijn Geest wonen in bedreigde kinderen en ouderen. Daarom zegt Hij zijn bescherming toe. Hij herhaalt uitentreuren: je hoeft niet bang te zijn. Zo wordt het gevoel van veiligheid het effect van goddelijk werk. Precies waar je om bidt.

Volwassen én kind
Is dit projectie? Nou en of, hoe zou het anders kunnen? Ik weet wel dat deze typering vaak een negatief oordeel is. Dan is het dus niet waar en ben je als volwassen mens niet geloofwaardig. Je doet kinderlijk (en eigenlijk vinden ze dan dat je dit kinderen ook niet mag leren).
Is het kinderlijk? Ook – en wat is er mis mee? Ik heb intussen geleerd dat we allemaal het kind in ons meedragen. Als wij het niet bewust zijn, heb je er meer last van dan wanneer je het eerlijk toegeeft. Bovendien, we leven allemaal in gemeenschappen met verhalen. Beelden veranderen bij het volwassen worden. De geloofsgemeenschap kadert en corrigeert. Dat is allesbehalve vrijblijvend.
Ben ik dan te weinig volwassen? Nee, integendeel. Het geregelde moment van veilige verbeelding geeft me alle ruimte om volwassen gelovige te zijn. Sterker, ik geloof dat God verbeelding gebruikt om bevrijding ook in het gevoel te laten landen. Als God incarneert, dan werkt Hij per definitie via menselijke vermogens — inclusief verbeelding, herinnering en affect. Dan is ‘projectie’ niet het probleem, maar het materiaal waarmee God werkt. Het is zijn kenmerkende werkwijze: in het menselijke binnenkomen en daar de volwassen vrijheid tot stand brengen.

Michel van der Plas schrijft het gedicht in de verleden tijd. Het past helemaal in deze afscheid-nemen-van-het-geloofbundel. Ik ken van dichtbij mensen van wie de kindergebeden de laatste waren die zij zongen. Soms gaat dat samen met een afwijzing van die kinderpraktijken. Dat hoeft niet en ik bewonder Michel van der Plas om dit gedicht – het is nergens bijtend.
En wat mijzelf betreft: Ik bid in de tegenwoordige tijd – met verbeelding.


Naar aanleiding van: Michel van der Plas, ‘Bidden I’ in: Idem, Korte Metten. Amsterdam/Brussel: Elsevier/Manteau, 1980.

Over sterretjes zien las ik (op de website: www.zeiss.nl):
“Wat gebeurt er precies als we sterretjes zien en waarom gebeurt dit? De meest voorkomende oorzaak is een plotselinge daling van de bloeddruk. Elke plotselinge beweging, zoals snel opstaan of hard niezen maakt dat er razendsnel bloed van je hoofd naar de rest van je lichaam stroomt. Tot het moment dat je bloeddruk stabiliseert hebben je hersenen en ogen tijdelijk te weinig bloed en zuurstof. Daardoor kan het netvlies niet normaal functioneren, en het netvlies stuurt deze informatie naar de hersenen. Dan begin je de veelbetekenende lichtflitsen of ‘sterretjes’ te zien. Als het gebrek aan zuurstof zich voortzet, komt je lichaam in de volgende fase, waarin de fotoreceptorcellen in het netvlies geen informatie meer naar de hersenen sturen. Dat is de fase waarin alles zwart wordt. Normaal gesproken wordt je gezichtsvermogen al snel weer hersteld. De symptomen verdwijnen zodra je bloed weer normaal begint te stromen.”

Vrouwenbesnijdenis

Geboren in een gevaarlijke wereld
Het is lente, het seizoen van het nieuwe leven. De wereld blijkt elk jaar weer een heerlijk vruchtbare plaats. Wie is niet vertederd door lammetjes in de wei en de jonge ganzen? De verwondering verdubbelt bij het zien van een nieuw mensenkind, jongen of meisje. Ouders stralen, grootouders glanzen, de omgeving feliciteert. Welkom in de wereld… vol gevaar! Dat laatste zeggen wij er niet bij. Maar als je geboren wordt als meisje dan loop je in bepaalde delen van de wereld een groot risico. Ergens in je jonge jaren kan het gebeuren dat ze je genitaal verminken. Je clitoris, de binnenste en buitenste schaamlippen worden weggesneden en je vagina dichtgenaaid. Zo zal je maagd blijven tot de man met wie je trouwen zal je openwringt of opensnijdt.

Een schokkend boek
Dit komt voor tot op de dag van vandaag. De Wereldgezondheidsorganisatie berekent dit voorjaar (2026) dat jaarlijks meer dan 4 miljoen meisjes het gevaar lopen besneden te worden. Meer dan 230 miljoen vrouwen leven met de gevolgen ervan. En het aantal verminkingen dat plaats vindt stijgt. Dit alles zou mij ontgaan zijn als ik het boek van Waris Dirie niet had gelezen: Mijn woestijn (dat zij schreef samen met Cathleen Miller). Het verbijsterende boek verscheen al jaren geleden (1998) en ook de verfilming ervan is al meer dan vijftien jaar geleden gemaakt (Desert Flower, 2009). Nu ik zowel boek als film tot me genomen heb, ben ik geschokt. Het is bijna niet voor te stellen dat ouders dit bij hun jonge dochters doen. En het is diep verdrietig dat het absolute aantal genitale verminkingen nog steeds stijgt.

Ongelooflijk verhaal
Wat is het verhaal van Waris Dirie? Zij loopt weg uit het Somalische nomadengezin waarin zij opgegroeid is. Zij heeft gehoord dat zij de vrouw zal worden van een man van zestig plus. Waris, geboren in 1965, is op dat moment dertien jaar. Haar vader zal vijf kamelen als bruidsprijs ontvangen en dat is niet niks. Haar moeder kan er niets aan doen – behalve zich niet verzetten tegen de vlucht van Waris. De jonge vrouw onderneemt een tocht die bijna niet te geloven is. Niet opgegeten door een leeuw, ternauwernood aan verkrachting ontsnapt, wonderbaarlijk haar familie gevonden in de grote stad Mogadishu. Dat is al heel wat. Dan krijgt zij de kans krijgen om hulp in de huishouding te worden van de Somalische ambassadeur in Londen. Zij blijft in de Britse hoofdstad als de ambassadeur teruggeroepen wordt. Bij nieuwe vrienden vindt zij opvang en zo krijgt zij de mogelijkheid om model te worden. Mooi zou je denken. Maar als een Engelse Nigel haar helpt aan een schijnhuwelijk in verband met een paspoort, loopt dat uit op een vervelend drama. Intussen boekt Waris succes en is er voor haar zelfs een kleine rol als Bondgirl in The Living Daylights, met Timothy Dalton als James Bond (1987). Hoe kan het allemaal? Maar het verhaal is niet bedoeld als illustratie van het motto: wie doorzet kan alles. Het is uiteindelijk de doorbraak van het verhaal over haar genitale verminking. Als dat via de Marie Claire wereldbekend wordt, krijgt Waris Dirie de uitnodiging om VN-ambassadeur te worden in de campagne tegen FGM: Female Genital Mutilation.

Culturele macht
In de film is dat ook de slotscene: Waris, die de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toespreekt. Het is ontroerend uitgespeeld. Maar de meest ontregelende scene vond ik het moment waarop Waris ontdekt dat haar vriendin Marilyn niet besneden is. Zij dacht dat het normaal was. Het roept de emotie van deernis op: wat hebben je ouders met je gedaan, Waris!
Wat me ook raakte was dat Waris een schuldgevoel werd aangepraat door de Somalische mannelijke verpleger als zij zich laat onderzoeken door een Britse arts, dr. Macrae. De dokter wil zijn hulp aanbieden en vraagt vertaalhulp. Dan blijkt er alleen een mannelijke verpleger beschikbaar. “Hoe kan je dit doen?”, verwijt hij haar in het Somalisch. “Je maakt je ouders te schande!” Gelukkig laat Waris zich er niet van weerhouden de verminking zo goed mogelijk te laten herstellen. Maar het onderstreept de diepgewortelde culturele overtuiging in die Somalische nomadenwereld. De traditie bestaat al meer dan 4000 jaar. Het staat niet in Koran of Bijbel. Waris Dirie schrijft: “Het gebruik wordt gewoon in stand gehouden en opgelegd door mannen – onwetende, egoïstische mannen – die hun aanspraak op de seksuele gunsten van hun vrouw veilig willen stellen. … Moeders schikken zich hierin door hun dochters te besnijden, uit angst dat zij anders geen man zullen krijgen. Een onbesneden vrouw wordt beschouwd als smerig, oversekst en onhuwbaar. In een nomadische cultuur als die waarin ik ben opgegroeid, is geen plaats voor een ongetrouwde vrouw.”

Kritiek, begrip en een taak
Haar strijd tegen vrouwenbesnijdenis krijgt niet alleen bijval. “Omdat ik kritiek heb op het gebruik van genitale verminking van vrouwen, denken sommige mensen dat ik geen waardering heb voor mijn eigen cultuur. Daarin vergissen zij zich.” Waris vertelt hoe zij (afgezien van besnijdenis) blij was met haar leven in het gezin, de familie, met de geiten, de kamelen, de feesten, de saamhorigheid. Het was een puur leven, niet afgeschermd, in de open wildernis, je ontwikkelt het instinct om te overleven, je danst uitbundig als de regel valt, je hebt oog voor eenvoudige dingen, elke dag zorgen voor eten maakt je afhankelijk en inventief tegelijk. Zij kent de schaduwkanten van het Westerse leven, de leegte van de verslaving aan geld en spullen en het gebrek aan tijd. “Ik kon me voorstellen dat ze zouden zeggen: ‘Hoe durf je kritiek te hebben op onze oude tradities?’ Ik kon me voorstellen dat ze hetzelfde zouden zeggen als mijn familie, toen ik die in Ethiopië ontmoette: ‘Jij woont nu in het Westen en nu weet je ineens alles?”. En zelfs haar ouders neemt zij het niet kwalijk. “Mijn ouders waren allebei het slachtoffer van hun eigen opvoeding en de culturele gebruiken die duizenden jaren onveranderd in stand zijn gehouden.”
Maar op diezelfde laatste bladzijde van het boek klinkt het beslist: “De tijd is gekomen om de oude vormen van lijden achter ons te laten.”

Balans: actie blijft nodig
Als je probeert in de lente van 2026 een kleine balans op te maken, ruim vijfentwintig jaar na de publicatie van haar boek, dan is de winst eerst dit: van taboe is het geworden tot een wereldwijd erkend mensenrechtenvraagstuk. FGM wordt nu ondubbelzinnig gezien als schending van mensenrechten en vorm van gender-gerelateerd geweld. Dat was in 1998 nog lang niet zo breed erkend. Ook is het in meer dan 70 landen verboden. Maar de handhaving is vaak zwak en families wijken uit naar andere landen (‘cross-border FGM’). Het schrijnende is dat de praktijk een verschuiving laat zien: jongere meisjes (soms jonger dan 5 jaar) worden vaker besneden. En we zien een verplaatsing naar migrantengemeenschappen in Europa en de VS.
Waris Dirie is niet gestopt bij haar autobiografie — integendeel als VN-ambassadeur zette zij het onderwerp wereldwijd op de politieke agenda. Zij is oprichter van de Desert Flower Foundation. Die stichting richt zich op preventie, opvang van slachtoffers en onderwijsprogramma’s. Haar betekenis zit in het doorbreken van stilte en het in de media brengen van het probleem. Dirie heeft het verhaal verteld; instituties hebben het daarna moeten systematiseren.

Tegen-mythe als sleutel
“De tijd is gekomen om de oude vormen van lijden achter ons te laten.” Hoe moet je haar slotzin nu lezen? Een programmatische uitspraak, dat vooral. In 2026 kun je zeggen: Moreel: ja, die tijd is aangebroken. Feitelijk: nee, we zijn er nog lang niet. De realiteit is paradoxaal: er is meer bewustzijn dan ooit, maar miljoenen meisjes lopen nog steeds jaarlijks risico. FGM is als ritueel ingebed in gemeenschap, identiteit en culturele macht. De strijd ertegen is dus niet alleen juridisch, maar cultureel en narratief. Dirie’s verhaal functioneert als tegen-mythe: van “dit hoort bij ons”, naar “dit vernietigt ons”. FGM verdwijnt niet door wetten alleen. Het zit verankerd in identiteit en eer. Daarom ligt de sleutel in verhalen: wie het verhaal verandert, verandert de praktijk.
En dat wens je onze wereld toe, in deze mooie lente, met jong nieuw leven.


Naar aanleiding van: Waris Dirie en Cathleen Miller: Mijn woestijn: Ervaringen van een nomadendochter, topmodel en speciaal VN-ambassadeur. (2e druk) Amsterdam: Arena, 1998. Oorspronkelijke titel: Desert Flower, 1998. Vertaald door Jorien Hakvoort en Albert Witteveen.

Voor het rapport van Unicef 2024, klik hier.
Het bericht van de Wereldgezondheidsorganisatie vind je hier.
De film Desert Flower is helemaal op YouTube te bekijken, klik hier.
Voor het dossier over de film in de International Movie Database, klik hier.
Soraya Omar-Scego speelt de rol van Waris Dirie.

Bij de Trivia is het volgende verhaal te lezen:

“Het meisje dat werd uitgekozen om de jonge Dirie te spelen tijdens haar vrouwelijke genitale verminking is Safa Idriss Nour. Zij werd geselecteerd op voorwaarde dat haar ouders een contract zouden ondertekenen waarin ze beloofden nooit dezelfde rituele ingreep bij haar te laten uitvoeren. Dirie’s nieuwe boek [Onze verborgen tranen] begint in 2011, vier jaar nadat het contract met Nours ouders was getekend, toen ze een brief van het meisje ontving waarin haar ouders aangaven dat ze van gedachten waren veranderd. “Ik was geschokt en woedend,” zei de 48-jarige Dirie. “Ik besloot dat ik onmiddellijk naar Djibouti moest vliegen om het dochtertje te redden van deze brute misdaad.”
Eenmaal in Djibouti realiseerde ze zich dat het gezin werd verstoten en dat Nours angst om gedwongen te worden tot vrouwelijke genitale verminking, in plaats van af te nemen, alleen maar was toegenomen. De toen zevenjarige Nour vertelde haar: “Grootmoeder voerde veel besnijdenissen uit in ons huis. De meisjes gilden zo hard, net zoals ik in de film.”
De ouders van Nour bevestigden dat de druk van buren en anderen om Nour te laten besnijden zwaar op hen drukte. Ze vertelden Dirie dat haar dochter en het gezin als buitenstaanders werden behandeld en dat buren jaloers waren op de financiële en medische steun die ze ontvingen van Dirie’s stichting, Desert Flower Foundation, die campagne voert tegen vrouwelijke genitale verminking, in ruil voor het nakomen van de afspraak. “Safa’s familie is omringd door anderen die elke dag worstelen om te overleven. Hoewel de families heel weinig geld hebben, sparen ze het geld dat ze hebben om hun dochters te laten besnijden, omdat ze anders geen bruidsschat van de toekomstige echtgenoot krijgen”, zei Dirie. “Dankzij onze steun is Safa’s familie volledig onafhankelijk en de eerste familie in de omgeving die de vicieuze cirkel doorbreekt. Dit is een schending van hun traditie en mensen hebben daar grote problemen mee.” Dirie bracht tijd door met de familie en nam een aantal van hen mee naar Europa om hen het campagnewerk te laten zien en te vertellen over de corrigerende operaties die door de Desert Flower Foundation worden uitgevoerd. De ervaring was een keerpunt, vooral voor de vader, die ooit heftig met Dirie had gediscussieerd over het besnijden van Nour. Hij werkt nu als activist voor de liefdadigheidsinstelling. “Safa’s vader heeft zelfs buren uitgenodigd om deel te nemen aan ons programma en de reacties waren positief”, aldus Dirie, waarmee hij aantoont welk verschil campagnes kunnen maken vanuit de gemeenschappen zelf. Hoewel het geval van Nour’s vader een succes was, is het niet eenvoudig om bredere gedragsverandering te stimuleren door middel van educatie. “Het is erg moeilijk om gemeenschappen te onderwijzen, omdat mensen erg koppig zijn en niet bereid zijn hun gewoonten te veranderen, zelfs als dat tegen de menselijkheid ingaat”, zegt Dirie.”

Nachtelijk contact

De dode keizerin

De keizer rustte; zeven mandarijnen
tezaam gekoppeld met hun lange staarten,
trokken op roodgezoolde vilten laarzen
de jonk zeer statig aan een zijden lijn.

De keizer rustte; zijn naar generzijds
ontwaakte oren hoorden in het ruisen
van riet en water de verstilde schreden
der nog geen vlam geworden keizerin.

Willem de Mérode, De dode keizerin, In: idem, Chinese gedichten, verzameld en toegelicht door J. Werkman, Kampen: Kok 1979, 93.

Ik droom soms over mijn vader. Heel soms. Maar dan wel intens. Dan hoor ik zijn stem glashelder. Ik wil dan meestal wat aan hem vertellen. En dat lukt dan niet. Gespannen word ik wakker. Het lijkt wel of ik geworsteld heb of veel te lang gewandeld. Mijn spieren voelen overbelast en mijn geest is onrustig. Waar is mijn vader, vraagt heel mijn organisme nu ik wakker ben.

Een wereld van rituelen
Hoe zou De Mérode dat noemen: ‘naar generzijds ontwaakte geest’? Het trof me in dit gedicht. In acht regels wordt een sacrale sfeer opgeroepen. De keizer mist zijn vrouw. De keizerin is overleden. Dat vraagt veel werk: zij moet op de juiste tijd worden gecremeerd. En met de juiste rituelen. Uitgevoerd door de juiste mensen. ‘Op roodgezoolde vilten laarzen’, prachtig! In de Chinese wereld komt het erop aan. De Mérode weet in de eerste strofe het beeld helder te schetsen. Ik zie de bestuursambtenaren hun werk doen: traag glijdt de jonk door het water. De keizerin gaat het vuur tegemoet dat haar vervoeren zal naar hogere sferen. Ver weg. Of dichterbij dan je denkt.

Op de grens gebeurt wat
Sommige mensen zeggen dat zij contact hebben met de doden. Ik blijf daar terughoudend in. Maar dit gedicht wijst wel op iets herkenbaars: momenten waarop de grens dun lijkt. De keizer hoort zijn gestorven vrouw niet rechtstreeks, maar in het ruisen van riet en water. Precies daar — waar land overgaat in water — gebeurt het. Niet midden in het vaste, maar aan de rand. Alsof zij nog onderweg is: niet hier, maar ook nog niet weg. Haar aanwezigheid is geen stem, maar een vermoeden, hoorbaar in het bewegen van de wereld om hem heen.

Stemmen uit het hiernamaals
En de keizer rust. Laat dat helder zijn: zowel de eerste als de tweede strofe legt er een nadruk op. Wil je de geluiden van de tussentijd vernemen, kun je je beter onttrekken aan de drukte. Overdag een stille plaats zoeken valt niet mee. ‘s Nachts is dat anders. Dan vallen de prikkels weg en blijft alleen de stilte over. Dan kan iets zich aandienen — niet als een duidelijke stem, maar als een indruk die blijft hangen. Ik ga naar bed. Zonder verwachting val ik in slaap. Soms, heel soms krijg ik contact.


Willem de Mérode was het pseudoniem van de protestants-christelijke dichter Willem Eduard Keuning, die leefde van 1887 tot 1939. Hij publiceerde in 1933 de bundel Chineesche Gedichten en in 1937 Het Ruischende Bamboe. De literaire kritiek destijds reageerde positief.

Stop met puzzelen

Het leven is geen kant-en-klaar recept meer, maar een puzzel die ieder voor zich moet leggen – en dat kan best overweldigend zijn. Dat raakte mij toen ik het volgende gedicht las van Myriem El-Kaddouri:

Wat ik achterlaat

Ik ben niet bang om er helemaal niet meer te zijn,
op mijn angst voor de hemel of het alternatief na.
Ik ben bang om er wel nog te zijn en mezelf te verliezen,
mezelf nooit gevonden te hebben,
of te beseffen dat ik het laatste van mezelf ben kwijtgeraakt
op een blauwe maandag tussen de lunch en het vieruurtje.
Bang om alles steeds vooruitgeschoven te hebben,
van etterende spijt, vanzelfsprekendheid.

Ik ben bang om terug te kijken
en te beseffen dat er niet veel meer rest.
Dus denk ik, bedenk ik, overdenk ik
elk mogelijk scenario en kies ik vervolgens het slechtste.
Zo ben ik al voorbereid, heb ik het zelf bedacht
en behoud ik de controle die ik toch nooit had.

(Uit de bundel Hier ligt de waarheid in overdaad, 2025)

Wie ben je?
Mooie zin, deze laatste van het gedicht: “Zo ben ik al voorbereid, heb ik het zelf bedacht en behoud ik de controle die ik toch nooit had.” Het is de levensles die bij de volwassenwording hoort. Je kunt denken dat jij met je keuzen het leven beheerst. Er is echter veel dat je ongevraagd toevalt. En veel invloed van anderen in je leven. Noem het geluk of pech, het overkomt ons allemaal – zij het niet in gelijke mate. En wat er dan bij komt is dat wij soms gewoon een domme keuze maken. Spijt dus. Een paar van die ervaringen bij elkaar vormen een reden om bang te worden. “Ik weet niet wie ik ben,” zei laatst een jonge vrouw van 22 jaar tegen mij. Ik kon een beetje meevoelen. Toen ik 28 was raakte ik mijzelf kwijt. Ik ben sindsdien gaan zoeken.

Seismograaf
Dit gedicht raakt aan de angst om jezelf te verliezen – een thema dat ook in de moderne literatuur en ons dagelijks leven centraal staat. Ik moet denken aan Gert Slings. Hij was vele jaren docent Nederlands aan de Gereformeerde Scholengemeenschap Randstad. Ik heb hem als leraar gehad en hij leerde mij romans en gedichten werken als seismografen. Hij publiceerde in 1975 Een boos en overspelig geslacht: De moderne literatuur als teken des tijds. De titel verklapt het al. De samenleving van het laatste kwart van de vorige eeuw is volgens hem helemaal van God los. Daarom zijn mensen slecht en ontrouw, boos en overspelig (zie Matteüs 16,4, in de NBV21 is het ‘verdorven en trouweloos’ geworden). Moderne literatuur laat dat zien. “Een kunstenaar wordt bepaald door de tijd, waarin hij leeft en werkt, zoals ieder mens. Hij geeft gestalte en uitdrukking aan die tijd. Tegelijkertijd drukt hij er zijn stempel op. Zo is het mogelijk voor iedere periode tijd én literatuur tegenover te stellen, waarbij de verhouding tussen die twee kan worden bestudeerd. Op grond hiervan kan men de literatuur beschouwen als een spiegel van de tijd als een geestesuiting, waarin de tijd zich weerspiegelt.” (23) Slings zag literatuur als een seismograaf – en dit gedicht bevestigt dat. Het meet de trillingen van onze tijd: de angst om jezelf te verliezen.

Puzzelen
Myriem El-Kaddouri legt in dit gedicht de vinger op de zere plek van onze tijd. De spreker zegt: ik ben niet bang om er niet meer te zijn. Sterven is het uiterste – en eigenlijk een opluchting. Geen leven als klus, geen keuzestress, geen spijt. Toch is ze niet helemaal gerust. Wat als er wél een hiernamaals is? Een hemel? Een hel? Dat idee jaagt haar angst aan. Maar haar echte vrees zit hem in het hier en nu: bang om jezelf te verliezen. Om op een dag wakker te worden en te beseffen: ik weet niet meer wie ik ben.
Hier geeft zij woorden aan een van de meest gevoelige zaken van ons mens-zijn nu. Leven is een puzzel en jij moet hem leggen. Iets mooier gezegd: je moet je bestemming vinden. En wee je gebeente als je dat niet lukt. Dan ben je ongelukkig. Dan heb je gefaald en moet je weer aan de slag – om het alsnog te bereiken.
Je kunt jezelf verliezen, bijvoorbeeld door de waarden die je diep in jezelf belangrijk vindt te verloochenen. Dus op zoek ernaar.
Je kunt jezelf nooit gevonden hebben, bijvoorbeeld door steeds weer onrustig te worden: in je baan, in je huis, in je relatie.
Je schrikt als je op een toevallig moment (‘op een blauwe maandag tussen de lunch en het vieruurtje’) je realiseert dat je ver vervreemd bent van je essentie.
De hyper-zelfreflecterende mens is nooit klaar en blijft aan de slag. Wat mooi dat jij je blijft ontwikkelen, zei iemand laatst tegen mij. En ja hoor, ik voelde mij gestreeld door het compliment.

Veel culturen hebben de opvoed-blauwdrukken klaarliggen. Daarmee dragen ouderen de bestemming aan elke nieuwe generatie over. Na de grote individualisering van het westen is dat niet meer zo eenvoudig. Het leven is een persoonlijke levensopdracht geworden. Liefst creatief afwijkend van de traditie. Niemand kan je helpen. Succes ermee!

Angst
Niet heel vreemd als mensen angst ontwikkelen om het betere te missen (fear of missing out). Je kunt bang worden om je te vroeg te binden. Of te laat. Of überhaupt te binden. Binden, is dat geen verlies van vrijheid? De dichteres zet het treffend op een rij: teveel vooruitgeschoven? Spijt! Terugkijken en gemiste kansen zien? Spijt! En hoe ga je dit monster te lijf? Denken! Met de ratio het overzicht zoeken, afwegen en kiezen – om erachter te komen dat ook dat een miskleun kan zijn. En dus is de conclusie tenslotte: je hebt de controle niet en nooit gehad. “De schrijver heeft,” (nog een keer Slings), “als het ware een uiterst gevoelige radarapparatuur, waarmee hij die gedachten en gevoelens opvangt, doorgeeft en vertolkt.” (26)

Aanvaarden
Ik herinner mij nog goed dat Gert Slings het gesprek over literatuur wilde stimuleren. Hij zag vooral bedreigingen. Teveel wat mij betreft. Maar het verhelderende gesprek, daar kan ik niet genoeg van krijgen. De poëzie van Myriem El-Kaddouri leent zich uitstekend voor een dialoog die verder brengt. Ik agendeer dan deze vraag: als we nu eens stoppen met die blik naar binnen? Wat denk je daarvan? Misschien is het antwoord niet om harder te puzzelen, maar om de puzzel te omarmen zoals hij is: onvolledig, met stukjes die missen, en andere die niet passen. En om te accepteren dat je niet alles in de hand hebt – maar dat je wel mag kiezen hoe je ermee omgaat.


Naar aanleiding van: Myriem El-Kaddouri, ‘Wat ik achterlaat’, In: idem, Hier ligt de waarheid in overdaad. (2e druk) Kalmthout, Pelckmans, 2025, 32.
G. Slings, Een boos en overspelig geslacht: De moderne literatuur als teken des tijds. Goes: Oosterbaan & Le Cointre, 1975.
Hij overleed recent: 4 april 2026. Hij werd geboren op 19 januari 1938 en bereikte de leeftijd van 88 jaar. Nog een citaat: “We zien vandaag een uitbarsting van goddeloosheid op velerlei gebied, een afval, waarin alles wat aan Christus herinnert wordt afgebroken, een radicale afval van de levende God. De wet van God heeft afgedaan en de mens is zichzelf tot wet geworden. De ordeningen God, de christelijke tradities, ja, alle christelijke waarden worden weggevaagd. Worden vandaag in de moderne literatuur niet de tekenen openbaar van afval van God met een consequentie en een omvang die tot nu toe ongekend is?” (32)

Strálen doet ze

Ze staat te strálen, deze berk,
de witte schors breekt dapper
door de jeugdhuid heen
en niemand die het haar verwijt
dat zij haar frisse takken
gretig naar de zon toesteekt,
om licht te pakken,
ademhalen wil ze, groeien
tot haar volle vorm en ware maat.
De jonge bosvrouw stáát,
en boort
in tomeloze stilte
haar wortels ver de kale grond in,
op zoek naar mineralen

achtergelaten mineralen,
de bosbrand liet de trotse eiken koken,
de forse beuken rookten,
hitte vrat wat leven had,
verkoolde hout en tor en kever,
stof tot stof en as tot as

as spoelde onze aarde in
met de eerste zware bui
en het werd avond en weer ochtend,
avond en weer morgen,
wie weet wanneer het was, je zei:
is dat nou mos? Of is het gras?
Het duurde eigenlijk maar even –
daar kwam die eerste berk tot leven,
die nu na zeven jaar vasthoudend streven
als jonge vrouw met takken vol in vorm,
naar hartenlust haar schaduw aan komt bieden
aan wat de aarde vrolijk voortbrengt:
eiken, beuken,
forse, trotse lieden.

Ik las dit gedicht voor bij het Open Podium van de Zwolse Dichterstafel, 17 april 2026
Als titel van dit gedicht noemde ik: De berk.