Stil

hijgen grijpen
vier hete zweterige billen
graaiend grijpen
laag daar lager daar
raak ons maak ons
naakt deze twee dieren voor elkaar
de aarde draait de dag de nacht
het is de simpele taal
van hier en nu en daar en daar
een lijf een lijf als twee vermomd
het begeerde zeer één dier te zijn één kop één mond
mogen poten hoger wijder open
mogen monden overlopen
moge dag en nacht
de zon de maan
mag wat strak en nat is
hard en dieper samengaan
totdat het stil niks liever wil dan stil
totdat het stilgemaakte naakt
niets liever wil dan stil

Het is echt moeilijk een goed gedicht te schrijven over seks. Ik heb het geprobeerd. Het wordt heel makkelijk plat en pornografisch. De fysieke techniek beschrijven is plat en het expliciet benoemen van genitaliën wordt al snel grof. Beter is het al als je een poging doet om erotisch te schrijven. In erotiek zit (ik spreek voor mezelf) de klank van aandacht en tederheid. Dat wat niet gezegd wordt of verhuld, dát aanduiden, dan kom je in de buurt van erotische poëzie. Er moet iets te vermoeden over te blijven als je aan het einde van het gedicht gekomen bent.

Op zoek naar oorspronkelijke eenheid
Op het eerste gezicht is het gedicht Stil een opeenstapeling van lichamelijke beelden. Maar gaandeweg verschuift de aandacht van de seksuele handeling naar een verlangen dat dieper ligt: ‘het begeerde zeer één dier te zijn één kop één mond’. Is de seksuele vereniging een poging de fundamentele menselijke gescheidenheid te overwinnen? Waarom kiest de dichter voor het beeld van ‘één dier’ in plaats van bijvoorbeeld ‘één mens’?
Het ligt voor de hand aan te nemen dat zij de mens als een zoogdier ziet – en evolutionair en biologisch heeft zij gelijk. Ik neem ook aan dat zij weet heeft van vrijpartijen waarbij het lichamelijke woeste een uiting is van de jacht op een moment van orgiastisch out gaan. Even geen besef van twee meer hebben, maar van één-zijn. Niet iedereen zal zich in die ervaring herkennen, maar oké, ze zijn er. En dan moet gezegd: hier legt zij de vinger op een heel oude denktraditie. De mens is in z’n dualiteit een verdwaald wezen. Hij en zij zoeken naar hereniging van de oorspronkelijke eenheid. Eerbiedwaardige spirituele en religieuze tradities hebben de basis gelegd voor dit perspectief. Denk bijvoorbeeld aan het openingsverhaal van de Bijbel: God maakt uit de rib van de eerste mens Adam een tweede, de vrouw Eva. De eerder bedoelde wilde seks lijkt op die eenheid te wijzen – elk moment dat zich zoiets weer voltrekt.

Houd het simpel
Hannah van Wieringen weet de vorm mee te laten werken aan het overbrengen van de inhoud. De taal haast en hijgt bijna letterlijk. Er zijn nauwelijks leestekens, geen hoofdletters, veel imperatieven (‘raak’, ‘maak’, ‘moge(n)’), herhalingen en opeenvolgende werkwoorden. De lezer wordt meegesleept in een ritme van verlangen en beweging. De langste zin is die over één dier-zijn, daarna loopt de zinlengte weer terug en lijkt de taal langzamer te worden. Het gedicht eindigt tweemaal met ‘stil’. De lichamelijkheid is zelf een taal, een simpele volgens de dichter, en het gedicht maakt het ook niet ingewikkeld voor ons. Geen neologismen, nauwelijks bijvoeglijke naamwoorden, wel klankovereenkomsten en herhalingen en dan uitlopen op stilte.
Het stilgemaakte naakt wil niets liever dan stil.
Het gedicht eindigt niet bij het orgasme als het toppunt van vereniging. De climax wordt vrijwel onmiddellijk opgenomen in een toestand van volledige rust. Wat betekent die stilte hier? Is zij de verzadiging? De uitputting? Of het moment waarop taal overbodig wordt?

Even helemaal niets
Het gedicht is niet uitsluitend erotisch; het gebruikt erotiek om een existentiële vraag te onderzoeken. Want we hebben tussen billen, lijven en monden door de aarde zien langskomen en de wisseling van dag en nacht. Er is een rol voor de zon en de maan in ons leven, voor dualiteiten die samen de levensbeweging gaande houden op en om deze planeet. Wij, wij met onze begerende lijven, wij reageren daarop met aantrekken en afstoten, met vrijen en wegwezen.
Het grote mysterie is de stilte.
Voor mij krijgt die stilte betekenis. Dat wat niet beweegt, geen geluid meer maakt, niets ziet, geen aandacht heeft voor gevoel of reuk. Stil zijn. Even helemaal niets. Het is alsof je dan op iets voor-wereldlijks stuit. Want waar vind je tussen mensen deze stilte? Converseren, reizen, muziek en kunst, even zoveel plaatsen van woord en gebaar, van ratio en emotie. Misschien komen de zwijgende mysticus en de eenzame woestijnheilige het dichtst in de buurt. Maar mijn vermoeden is dat ook zij nog veel drukte in hun hoofd hebben.
De stilheid van dit gedicht, hoe kom je daar terecht?
Er zijn vast meerdere wegen. Er is er één die begint met hijgen grijpen.


Naar aanleiding van: Hannah van Wieringen, ‘Stil’ in: Idem, Hier kijken we naar. Amsterdam: De Harmonie, 2014, 36.

De brede esdoorn

De brede esdoorn kromt zich
zonovergoten ver voorover,
blad voor blad spiegelt zich
in mijn wijd verspreide vloeibaarheid.

De grote karper zal zijn opwachting maken.

Roerloos wachten wij
tot de gemaskerde boomklever
komt tukkeren – elk moment,
nu jij er niet bent

om lawaai te maken.

Deze foto is gemaakt door Caroline van Vulpen in het Engelse Werk in Zwolle.

Oud en wijs

Wijsheid komt met de jaren, zegt het gezegde. Klopt. Maar aftakeling komt ook met de jaren, en de dood slaat niemand over. Er valt van alles tegen die wijsheid in te brengen, en toch blijft de combinatie ‘oud en wijs’ hardnekkig overeind in hoe mensen naar elkaar kijken. Het is hoop voor wie jong is, en het is een klein feestje wanneer je iemand tegenkomt bij wie het klopt: oud én wijs. Uit mijn jonge jaren ken ik zulke mensen, en ook nu kom ik ze nog tegen. Maar wat is het eigenlijk, die wijze ouderdom?

Een toevallige aanleiding bracht de vraag terug. Laatst kwam de cd Eye in the Sky op doorreis in huis terecht, en tijdens een autorit van ruim drie kwartier werd hij nog eens beluisterd. Het nummer Old and Wise bleek onverwacht hard aan te komen — lang niet gehoord, een beetje weggezakt in het geheugen, en meteen weer springlevend.

As far as my eyes can see
there are shadows approaching me.
And to those I left behind,
I wanted you to know
You’ve always shared my deepest thoughts
You follow where I go.

Zover als het oog reikt, schaduwen die naderen: het is de constatering van iemand die door het leven gevormd is. Het grenzeloze optimisme is verdwenen, plaatsgemaakt voor het besef dat de zon in een mensenleven altijd ergens een schaduw werpt. Dat hoeft geen probleem te zijn zolang er beweging in zit — de schaduw is op te zoeken, of juist te ontlopen. En dus klinkt er een boodschap aan alle schaduwen die worden achtergelaten: jullie waren onderdeel van mijn diepste gedachten, onafscheidelijk. Geen verwijt, geen klacht, maar erkenning. Precies dát is een vorm van ‘oud en wijs’, een vorm die herkenbaar is. Wie gevochten heeft met zelfkritiek en faalangst, met trots en verlangen en nog wat andere ongewenste schaduwen, leert op een gegeven moment zeggen: ha, daar zijn jullie weer. Klopt, jullie horen erbij. Ga zitten, ik schenk wel wat in, en ondertussen ga ik verder. Door de schaduwen welkom te heten, blijven ze kalm. Door de onafscheidelijkheid te accepteren, wordt de rust compleet.

Wanneer het lied dit couplet herhaalt, zijn er subtiele verschuivingen aangebracht:

As far as my eyes can see
there are shadows surrounding me.
And to those I leave behind,
I want you all to know
You’ve always shared my darkest hours
I’ll miss you when I go.

Waar de schaduwen eerst naderden, horen ze nu bij de omgeving — de realiteit is bereikt. Wat eerst terugblik was, wordt tegenwoordige tijd: ik laat jullie nu achter, en het woord is gericht tot iedereen. De ik-persoon zal die donkere kanten missen zodra hij in het licht gaat staan, want de schaduwen hoorden bij de vaste entourage van zijn donkerste uren.
Wie hier aan het woord is, staat duidelijk op de drempel van het leven. Terugblikken en om zich heen kijken vallen samen: schaduwen alom, waar straks geen last meer van zal zijn — maar ook geen gemak. De herfst van het leven is aangebroken, het seizoen waarin bittere woorden hun stekende kracht verliezen. Oud en wijs: hij weet wat de vriendschap met de schaduwen hem heeft opgeleverd. Er zijn momenten van ‘sadness’ geweest, maar die liggen achter hem — dat zegt de strofe die tussen beide coupletten in staat.

And oh, oh, when I’m old and wise
Bitter words mean little to me
Autumn winds will blow right through me
And someday in the midst of time
When they ask me if I knew you
I’d smile and say you were a friend of mine
And the sadness would be lifted from my eyes
Oh, when I’m old and wise

Ook hier brengt de herhaling een betekenisvolle wending:

…remember that you were a friend of mine
as the final curtain falls before my eyes.

Wanneer voor wie dan ook het laatste gordijn dichtvalt, is niet te voorspellen. Maar wie daaraan voorafgaand zo met zijn schaduwen kan converseren, mag zich een tevreden mens noemen.


Naar aanleiding van: Alan Parsons Project, ‘Old and Wise’, van de cd Eye in the Sky, 1982

Geen controle meer

Is het verstandig om te verhuizen als je in de rouw bent over het verlies van je kind? Als je de graphic novel van Erik Kriek mag geloven is het antwoord ronduit nee. Huub en Sara Kuylder vormen een getrouwd stel met een levenslast: zes jaar geleden verongelukte hun zoontje Ruben. Bij de feestelijke opening van de expositie van de schilderijen van Sara gaat het jongetje met de bal buiten spelen. De bal op straat, een vrachtwagen, fataal. Zes jaar later is Sara nog steeds niet van haar schuldgevoel af. Terwijl Huub afleiding vindt in werk, bezoekt Sara een therapeut en neemt zij olanzapine als medicatie, een antipsychoticum. Maar als zij arriveren in het (fictieve) Veluwse dorpje Oldenwolde (gemeente Oldenlo) loopt de situatie snel van verontrustend tot gevaarlijk.

Leylijnen
Erik Kriek tekent op een manier die doet denken aan de techniek van linosneden. Hij gebruikt ruwe stijl en een beperkt kleurenpalet en weet de sfeer van het begin direct neer te zetten. Vanaf de schutbladen toont hij ons de unheimische bospercelen rondom de nieuwe woning. Het stormt geweldig en een oude beuk wordt door de natuurkrachten geveld. In het wortelgat vormt zich een kuil met diepzwart water… Kan dat een kruispunt zijn van leylijnen? Een plek waar de scheiding tussen de gewone wereld en die van de geesten heel dun is?
Huub vertelt het verhaal van zijn oudoom Hendrik, de vorige eigenaar van de woning. Zijn vrouw Sigurd kwam uit IJsland. Ook deze mensen hebben een zoontje op jonge leeftijd verloren. Hendrik kerfde in de bomen rond het huis oude runentekens om de boze geesten op afstand te houden. In oude schetsboeken heeft hij zijn verhaal opgetekend en het duurt niet lang of Sara is volledig in beslag genomen door die oude verhalen.

Spirituele verklaring
Vooral wanneer een kind overlijdt tijdens een alledaagse activiteit ontwikkelen ouders vaak eindeloze alternatieve scenario’s: Als ik vijf minuten eerder was gaan kijken… Als ik hem niet buiten had laten spelen… Als ik de bal had weggepakt… Dat soort gedachten kan jarenlang blijven bestaan. Wanneer iemand dan medicatie stopt én nog kwetsbaar is, is het niet vreemd dat deze schuldgedachten een steeds meer gesloten overtuigingssysteem worden.
Daar komt bij: psychiatrische symptomen ontstaan niet in een cultureel vacuüm. De inhoud van wanen en hallucinaties wordt sterk beïnvloed door de cultuur waarin iemand leeft. In de Middeleeuwen waren dat demonen, heksen en engelen. In de twintigste eeuw was het de radio, of de geheime dienst of aliens. Tegenwoordig kan het gaan over AI, chips en digitale surveillance. Het onderliggende mechanisme (psychose, dissociatie, ernstige rouw) kan hetzelfde zijn; alleen de taal waarin het beleefd wordt verschilt.
Meerdere beschermende factoren vallen voor Sara tegelijk weg. Minder sociale controle, stoppen met medicatie, de geheimhouding voor Huub. En dan het aanbod van nieuwe spirituele verklaringsmodellen. Sara komt terecht in een gemeenschap waar esoterische verhalen. “Het is hier een bijgelovig zooitje,” zegt buurman Gert-Jan Zwiers. (32) Dat betekent niet perse dat zulke verhalen psychische problemen veroorzaken. Wel kunnen zij bestaande ervaringen bevestigen en structureren. Een gevoel als: ‘Ik voel hem soms’ kan veranderen in: ‘Hij is werkelijk hier omdat dit dorp op een leylijn ligt’. Veel ouders praten tegen hun overleden kind en dromen over hem. Zij bewaren een kamer en vieren verjaardagen. Belangrijk is dat zulke ervaringen troost bieden en niet botsen met de werkelijkheid.

Griezelen
Kriek creëert een horrorverhaal. “Ik maak personages en ik maak ze kapot,” vertelt hij aan Martijn Daalder en Jeroen Vullings in hun Jopodepodcast. Kriek laat niet na terloops naar de classic Blair Witch Project uit 1999 te verwijzen (11). En hij zet ook nog een religieuze achtergrond in het decor: “Jouw familie was toch heel streng gereformeerd?” vraagt Sara aan Huub. (52) Gereformeerd en Veluwe is geen gekke combinatie maar het voelt toch als een te gemakkelijk detail. Wat sterk is dat Kriek geen happy of voorspelbaar slot meegeeft. Sterker, de arme Huub is tenslotte de verdachte van een serie dodelijke slachtoffers van het zwarte water bij de omgevallen beuk. Of hij dat zich kan vrijpleiten? Geen idee. Niet alleen Sara is de controle kwijt.


Naar aanleiding van: Erik Kriek, De Kuil. Amsterdam: Scratch Books, 2023. “Het is een sfeer die ook in een serie als Stranger Things hangt,” signaleert Teunis Bunt terecht in Bunt blogt.

Wikipedia: Een leylijn is een rechte lijn op het aardoppervlak die wordt getrokken door meerdere punten van geografisch belang, waarbij verwezen wordt naar een vermeend verband tussen die punten. Het gaat daarbij typisch om prehistorische locaties, archeologische vindplaatsen en oude kerken. Esoterici geloven dat leylijnen energiebanen zijn. De naam is afgeleid van lineaire groeperingen van Engelse dorpen die eindigen op -leigh of-ley. Het bestaan ervan werd voor het eerst geponeerd in 1921 door de Britse amateurarcheoloog Alfred Watkins.
Een aantal pseudowetenschappelijke theorieën verklaren de leylijnen uit eigenschappen van de aarde, waarbij de mens bewust of onbewust bouwt op leylijnen, of bij voorkeur op knooppunten van leylijnen. Van leylijnen wordt dan gezegd dat het magnetische banen zijn, energiebanen, of mystieke banen. Het zouden kaarsrechte banen van energie zijn, waar christenen en anderen hun heiligdommen op bouwden, met breedtes van tien centimeter tot een meter. Genoemd worden in dit verband de lijnen tussen de staande stenen van Stonehenge, de Egyptische piramiden en de Drentse hunebedden. Dat zouden knooppunten zijn.
De meeste wetenschappers schenken weinig aandacht aan leylijnen omdat nog nimmer wetenschappelijk is aangetoond dat ze enige betekenis hebben. Rechte lijnen zijn bij elke willekeurige groep punten aan te wijzen zoals uit verschillende publicaties blijkt (zie hieronder bij externe links). Een ander punt van kritiek is het feit dat de verschillende plekken waardoor leylijnen worden getrokken vaak ontstaan zijn in verschillende perioden, die soms duizenden jaren uiteen liggen. Met natuurwetenschappelijke meetinstrumenten kunnen deze banen ook niet vastgesteld of gefalsifieerd worden.

Twee geiten

Twee geiten, zuster, vijf kamelen en met Gods hulp
een lieve man en onze zoon, voorzichtig, voorzichtig!,
hij was de eer van onze vaders, net als de put, het land,

maar in de grote droogte stierf de eerste geit
en snel daarna de tweede, minder en minder
melk van de kamelen en hij, mijn eerstgeboren enige,

kijk uit!, kreeg dorst maar het klonk onverbiddelijk: gáán
of betalen – en toen we de kamelen hadden verkocht,
moesten we alsnog. Genade, genade!, smeekte mijn man.

U hebt mijn ziel in handen, zuster, zijn naam is: God helpt,
en als ik vragen mag: waarom meet u zijn bovenarm,
en wat, in Gods naam, betekent op het meetlint

rood?