Kunst van vergeven

Ik ben maar weinig bezig met vergeving. Het woord is me te groot. In het gewone leven volstaat ‘sorry’ voor alles wat beter had gemoeten. Ik zeg het gemakkelijk en accepteer het eenvoudig. Ik weet twee of drie situaties uit mijn eigen leven dat ik echt vergeving heb gevraagd aan een ander. Wanneer de laatste keer was dat ik vergeven heb? Ik ben het me niet bewust. Toch is het vreemd voor een gelovige als ik: als er toch ergens een religie is die het woord vergeving in het centrum van de aandacht zet, dan toch het christelijk geloof. Zowel waar het gaat over de relatie met God als de relatie met je naaste. Eén ding is me intussen wel erg helder geworden: als je gekrenkt bent, dan kan je met minder dan vergeving niet toe en moet verzoening volgen.

Maria Mena is een zangeres die het subtiel menselijke weet te benoemen.

I would build walls for miles around me, around anything that hurt, any sensitive category, kept love at an arm’s-length, it was natural to me. You did not agree.

Dat is in een paar regels de wereld van een meisje dat geleerd heeft voorzichtig te zijn. Het is heel natuurlijk voor haar. Een vriend leert haar kennen en waarderen. Hij wenst haar groei in openheid toe en gaat het gesprek erover aan.

You said things like “unhealthy” and I took on the task of changing my pattern.
All you did was ask and the walls all came crashing at a welcoming speed.
I was convinced you’d never hurt me.

Tja, hier ligt de kwetsbaarheid ineens duidelijk voor je. Iemand zo vertrouwen dat je de delen van je levensharnas een voor een durft af te leggen. Want juist je vriend zal je geen pijn doen, natuurlijk niet.

And I used to cling to the back of your mind, but I must have let go at the moment in time.
When she offered careless physical joy, both bouncing my heart around, like a cheap rubber toy.

Als ik goed lees wat er staat zegt zij: het moet wel aan mij gelegen hebben, dat ik op het moment dat een ander je lichamelijk plezier bood, je niet vast wist te houden. Zij zat vast in zijn bewustzijn en toch ging hij met een ander naar bed. Zo werd deze jonge vrouw de speelbal van de lusten van haar vriend en de ander. Maar let op, even verder in de songtekst maakt de ‘ik’ een nieuwe gedachte los, een variatie:

And I used to cling to the back of your mind, but you must have let go at the moment in time
when she… (etc)

Niet ik was het die jou losliet, maar jij liet mij los. Zo gaat het innerlijk een correctie toepassen. Terecht. Het verlegen meisje heeft niet de schuld. Hij heeft dat en zij staat nu voor de opgave om hier wat mee te doen. Als je geen harnas hebt om je te beschermen tegen verraad, dan moet je de volgende vraag beantwoorden: hoe ga ik om met hem die mij verraden hebben?
Het begint met de werkelijkheid te benoemen zoals zij is:

No one prepares you when choosing to stay, how to dare share a bed again, keep demons at bay. She took something precious that was just meant for me, not for her eyes to see.

En dan te voelen hoeveel pijn er gedaan is en welke gedachten en gevoelens dat oproept:

And after countless hours of crying, trying to forgive you, believe you, grow a spine and leave you, grieve you.

En tenslotte sta je voor een keuze. Wraak of vergeving? Verwijdering of verzoening? Nu of later? Maria Mena zingt deze spannende strofe:

After all the years you invested in me, all the love, tears, and possibilities, I realize that if the tables were turned around you wouldn’t leave me now.

Dus… nu in het Nederlands: “Na alle jaren die jij in mij geïnvesteerd hebt, alle liefde, tranen en mogelijkheden, realiseer ik mij dat als de zaken omgedraaid waren, jij me nu niet zou verlaten.”

De kunst van vergeven.

Naar aanleiding van: Maria Mena, ‘The Art of forgiveness’ van de CD: Viktoria, 2011. Klik hier voor de website van deze begaafde zangeres. Met dank aan Johan Plug voor het meedenken over vertaling en betekenis.

Affiniteit

Liefde maakt blind. Sarah Waters schreef er een prachtige roman over. Margaret Prior loopt in de val van een genadeloze vrouw en als je het boek uit hebt voel je als lezer bijna een zelfde soort teleurstelling als de hoofdpersoon. Waters heeft me overtuigend meegenomen in de flow en de verwachting – knap, hoor, hoe ze de wereld van de affiniteit weet op te roepen.

We belanden in het Victoriaanse en mistige Londen van de 19e eeuw. De gegoede burgers laten zich door spiritisten meenemen naar de wereld van de geesten van overledenen. Uit het leerzame boekje van Jan Hendrik Sommer begrijp ik hoe het spiritisme in de tweede helft van die eeuw in opkomst kwam. Vanuit Engeland kwamen mediums ook naar Nederland: “Het officiële spiritisme bereikte in 1858 Nederland met het bezoek van het medium Daniel Douglas Home (1833-1886) aan Den Haag. Hij bezocht ook het koninklijke hof.” (80)

Sarah Waters brengt ons in de Londense society door middel van dagboekverslagen. Afwisselend lezen we de notities en verhalen van het medium Selina Dawes en de kwetsbare ongehuwde Margaret (aka Peggy of Aurora). Zij is in de rouw om haar overleden vader en wordt zorgelijk bekeken door huisgenoten en verdere familie vanwege depressie en mentale instabiliteit (suïcidepoging). Omdat zij afleiding zoekt en ‘genezing’ in het bezoeken van gedetineerden in de Millbankgevangenis in de stad (38, 52), komt zij onder de betovering van Dawes. En dan slaat er zoiets als een vonk over: “Ik keek dus naar haar, en werd overstelpt door medelijden. En wat ik dacht was: Je bent net als ik.” (88)

Het is het proces van herkenning dat je gemakkelijk meesleept. Wie heeft niet van die ontmoetingen gehad waarbij je elkaar heel snel begrijpt? Gedeelde interesses en een overeenkomstige kijk op de werkelijkheid, bijvoorbeeld. Dat is allemaal welkom en verrijkend als je sterk in je emotionele en rationele schoenen staat. Maar de ervaring heeft geleerd dat er misbruik van je gemaakt kan worden als je kwetsbare flanken hebt. Margaret komt op een gegeven moment in gesprek met Mr. Barclay die de rationalist is en spiritistische mediums gewoon goochelaars vindt. Margaret denkt echt dat hij ongelijk heeft: “En terwijl ik het zei, zag ik hem naar me kijken en denken: Wat weet jij van de hartstochten die een mooi meisje in de gevangenis kunnen doen belanden omwille van haar vrijer?” (107)

Waar je in het verhaal serieus gaat meeleven met de ervaringen van de betrokken mensen, kom je in feite terecht bij de titel van de roman. Dawes zegt op een gegeven moment tegen Prior: “Ik was alleen op zoek naar jou, zoals jij mij zocht. Je zocht mij, je eigen affiniteit. En als je nu toestaat dat ze ons gescheiden houden, denk ik dat we zullen sterven!” (283, zie ook 287, 317, 344) Hier zie je de manipulatie zich voltrekken. De band wordt zo belangrijk gemaakt dat het losmaken niet anders gezien kan worden dan de dood. Dat is tegen de achtergrond van labiliteit en depressie een invloedrijk woord. Maar de afhankelijkheid die daardoor wordt gecreëerd is allesbehalve symmetrisch. En daar ligt natuurlijk het hele gevaarlijke van het spiritisme. Sommer noteert het helder: “Het spiritisme is een geloof, maar geen godsdienst. Zij kent geen vastomlijnde leer of dogma’s en dus geen geloofsbelijdenis. Mogelijk is dat de oorzaak van het feit dat er weinig mensen hun hele leven spiritist blijven. Zoals reeds is aangegeven, bestaan de bezoekers vooral uit personen die (nog) met een rouwverwerkingsproces bezig zijn.” (27)

In blinde liefde gaat Margaret plannen maken die verkeerd uitpakken. Het is zo sneu. Het had voorkomen kunnen worden door een integriteit van het medium. Maar daar ligt nu precies de zwakke stee. Sommer onderzocht de Nederlandse spiritistische wereld. Bij zijn kritische kanttekeningen noteert hij dat voor ethische aspecten in de ontwikkeling van de gaven niet veel aandacht is. (78-79)

Naar aanleiding van: Sarah Waters, Affiniteit. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar 2006 (Nederlandse vertaling van Affinity, vertaald door Marion Op den Camp). Ook uitgegeven in de reeks Europese Literatuur van dagblad Trouw in 2013. Hierboven verwijs ik naar de paginering van deze Trouw-editie.
Klik hier voor de Wikipedia over de roman.
In 2008 is er een film gemaakt gebaseerd op deze roman. De complete film is te zien, klik hier, met Spaanse ondertiteling.

Drs. Jan Hendrik Sommer, Spiritisme. (Wegwijs Stromingen). Kampen: Kok 2001.

Noodlottig verleden?

Ik vind ‘m schitterend, deze illustratie is het album in notendop. Mijneigenaar M. Mullins is verslagen, Mr. Ogdon van de Four Horseshoes Ranch viert zijn succes. Het vuur van de haat kan de feestelijke sigaar doen ontbranden. In deel 5 van Hermann’s serie Duke blijkt er nog meer aan de hand dan we in de eerste vier delen al vermoedden. Er zijn op de achtergrond mensen aan het werk die het leven van anderen gewelddadig en kwaadaardig beheersen. In het geval van Ogden en Mullins gaat het over de macht van de economie, en over twee volwassen mannen. Maar in de situatie van Morgan ‘Duke’ Finch is daar Theodore King, die zijn kwaadaardige macht heeft ingezet op een opgroeiende weesjongens. “We provide Christian education, shelter and food to the poor orphan children,” stond er op het bord bij het weeshuis. (3) En dat niet alleen, dus.

Duke is met Timothy Swift van Soakes and Sears onderweg. Er is ergens $ 100.000 van het mijnbedrijf geroofd en Duke zou een veilig transport garanderen. Dat is mislukt en het ene falen roept de volgende ellende op. Maar in feite kent Finch maar één drijfveer: Peggy, zijn geliefde. Hij heeft haar beloften gedaan (deel 1, p 18 en deel 2, p 17 en 9) en die wil hij zo graag met alles wat hij in huis heeft waar maken. En dat is direct het kwellende: hij weet hoe zijn persoon bedorven is. En wij, lezers van de boeiende serie, krijgen ook steeds meer inzicht. Hoewel we al eerder hints kregen over zijn beroerde jeugd, de details bleven ons tot nu toe bespaard. Tot nu toe, want in dit deel zien we hoe de directeur King van het weeshuis Morgan Finch uitkiest om een killer te worden. (3-6, 20-24,44-47) Het verhaal is dat hij eerst op weerstand stuit bij de jongen van 17 jaar. Maar door zijn zwakke plek te ontdekken en als zijn zenuw aan te raken, weet hij hem toch tot het kwaad over te halen. Morgan komt voor zijn broer Clemence op als deze door andere jongens in elkaar geslagen wordt. Hij weet het pistool te vinden dat de directeur hem heeft laten zien. Zo valt het eerste slachtoffer.

Er is nadien meer gebeurd om Morgan Finch tot de gevreesde pistolero Duke te maken. Maar in deze episode is de herinnering aan het begin ervan prominent aanwezig. Hij nadert nu meer en meer de mannen die Peggy in handen hebben: Ogden en King (zie ook deel 4, p 53). Duke zal door roeien en ruiten gaan om voor zijn geliefde op te komen zoals hij eerder voor zijn broer deed. Clem is in het drama intussen gesneuveld en de zwarte demon in de persoon van Manolito speelt ook nu weer op de achtergrond mee. (53) Intussen is ook nog ene Oakley tot razernij gebracht omdat hij tegen zijn zin meegesleept is in het treurspel rond Finch. Dat kostte hem zijn zoon en dit deel eindigt met een brul om wraak. (56, zie ook 39)

Kortom we zijn nog niet klaar en het is de vraag of liefde overwint zoals ik eerder voorspelde (zie de blog over Ik ben een schaduw). Onderschat nooit de sombere visie van vader en zoon Huppen. Maar voor dit moment krijgen we de gelegenheid om wat te mediteren over de vraag hoe de invloed van ouderen in je jeugdjaren je hebben gevormd. Dit is wat Theodore King vertelt: “De oudste viel al snel op, wakkere ogen, maar ook ijskoud, een blik die ik uit duizend herken, be blik van een killer … Een ruwe diamant die gepolijst moest worden. Maar de knaap liet zich niet temmen. Ik moest dus geduld met hem hebben… sluw zijn. Gelukkig had hij een zwakke plek… zijn broertje.” (42)

Vormt zoiets een onontkoombaar lot? Meestal wel, vrees ik. Het enige dat we kunnen doen is het effect ervan verminderen door bewust worden en herinneren, dempen van emoties en oefenen in ander gedrag. Ik ken eigenlijk maar één robuust mechanisme dat de dominostenen van het kwaad kan onderbreken: van harte vergeven en verzoenen. Nu God in deel 4 is afgeschreven en het christelijke van het weeshuis in feite misvorming is, kunnen we iets dergelijks in deze serie niet verwachten. Toch geloof ik dat zij hier en nu tekenen zijn van een hoopvolle toekomst – waarbij blijft staan dat de kwaden ook werkelijk een keer hun verdiende loon krijgen. In westerns is dat zelden door het recht. Het recht van de sterkste is daar aan de beurt. Maar het zou toch werkelijk onverdraaglijk zijn als dat het laatste woord was.

Naar aanleiding van: Hermann & Yves H., Duke, 5: Je bent een pistolero. Brussel: Le Lombard, 2020.

Dulle Griet

Dul betekent boos, woest, razend. Dulle Griet is een vrouw de in haar boosheid de baas wil spelen ver de man. Het populaire thema van de middeleeuwen wordt zichtbaar in het schilderij van Pieter Breugel de oudere (geboren tussen 1525 en 1530, overleden op 9 september 1569). Deze kunstschilder is de toeschouwer van het derde verhaal over een nazaat van Aymar van Schemerwoude. Wij komen hem vrij laat in het album tegen, in het bos, desolaat en van elke hulp afhankelijk. (21) Dorpsvrouw Tinne ontfermt zich over de eenzame ridder in paniek en weet zich nog van hem te bezwangeren voor hij sterft. (41, 46) Dat moet de opmaat zijn naar het volgende deel in de serie Schemerwoude. De torens zijn er allang niet meer, de familienaam is wat overblijft. Het zijn magere jaren, ook in de plot. Hoe boeiend het ook is om als orthodox-protestante lezer de enscenering in de Reformatietijd aan te treffen, het verhaal is niet robuust. Het gaat om geld van de koning en ’s konings dienaar die het zal achterhalen: “Ik heet geen Hugo maar Rutger, Rutger Daelman. Ik ben een nederig dienaar van de koning wiens bezit hem ontstolen is en uit is op gerechtigheid.” (39) Dat geld komt terecht in Lutherse, dus ketterse kringen en de katholieke overheid reageert er middeleeuws op: inquisitie. Je kunt wel aan Hermann overlaten om een mooi winters tafereel te schetsen en de lezer mee te nemen naar donkere kerkers waar gemarteld wordt. Mannen gehuld in geheimzinnige kappen, magische krachten en een witte uit als bode van onheil – het is vakkundig maar plichtmatig te gedaan. Een soort hiërogliefen vullen de tekstballonnen op den duur (38, 42v, 47) als de demonen uit de krochten komen en de schilder observeert het allemaal onbetrokken. We weten wat er van gekomen is, de toren-met-ogen waar Tinne’s moeder Griet in vlucht vinden wij terug in op het Breugel-schilderij Dulle Griet uit 1563. “Vergis je nie,t waarde vriend, het wemelt er van intens leven dat de geest voedt. De mijne in dit geval,” zegt Pieter Breugel op de laatste bladzijde. “Deze plek is een schilderij waard, geloof me.”

Meer is er niet van te zeggen.

Naar aanleiding van: Hermann & Yves H., Dulle Griet (Schemerwoude 13). Brussel: Glénat, 2006. Oorspronkelijk in het Frans gepubliceerd in 2006. Scenario Yves H., tekeningen van Hermann.

Taalgeleerde Jan Grauls kwam tot het besluit dat de figuur van Griet afgeleid is van de heilige Margaretha van Antiochië die zich volgens de legende tegen duivels moest verweren. Dulle Griet is de personificatie van de kijvende vrouw die de baas wil spelen over haar man, een zeer populair thema in de komische literatuur van de middeleeuwen en de nieuwe tijd. (Wikipedia)

Genoeg is genoeg

De schrijfster Max de Lange – Praamsma (1906-1990) is bekend geworden door Goud-Elsje. De serie meisjesboeken over het leven van Els Berkhout verscheen vanaf 1946 en werd een doorslaand succes. In een interview over de serie heeft de auteur eens gezegd: ‘Ik denk dat ik [nu] een moderner meisje van Goud-Elsje zou maken. De christelijke grondslag zou er wel weer in voorkomen, maar dan minder.’ Hoe kun je meer of minder van een christelijke grondslag in een boek doen, vraag ik me dan af. Ik heb de Goud-Elsjeserie niet gelezen, wel een ander boek van dezelfde schrijfster, het kinderboek Chrisje. Ik kreeg het op het Kerstfeest van 1967 en toen was het al ruim tien jaar op de markt. De Nederlands Hervormde Zondagscholenbond had het boekje warm aanbevolen en het als religieus en psychologisch ‘raak’ getypeerd. Dat gaat verder dan het gedrag dat wij in het verhaal getekend zien. Chrisje Scheffer is de hoofdpersoon, een jongen van negen jaar, enig kind van een alleenstaande moeder. Vader is door een ongeluk om het leven gekomen. Oma springt bij. De school is heeft een christelijk karakter en dat uit zich onder andere in zorg voor de minderbedeelden. Er wordt gebeden en gespaard, gelezen en cake geserveerd, al met al een braaf en calvinistisch leven.

Daaronder liggen een aantal drijvende motieven. ‘Doe je best!’ is de onverholen groepsnorm.  (21, 23, 46 en 53) De meester, moeder en oma geven het voorbeeld, de kinderen moeten het leren. In de klas geldt: doe het beter dan de anderen. (16, 57) De meester komt met het voorstel om wat te doen voor de ‘arme stakkerds’ (49, ook ‘de ongelukkige kindertjes’ of ‘stumperdjes’ genoemd). Het huis waarin zij wonen wordt te klein, er is uitbreiding nodig. (14) Met prikkaarten kunnen de kinderen van de klas in hun eigen omgeving collecteren. Chrisje pakt dat volgens het doe-je-bestprincipe vlijtig op en weet in totaal drie kaarten vol te krijgen. De beste van de klas! Aangezien het werk voor de Heer is (25, 50-51, 60-61), zal het ook volstrekt onbaatzuchtig moeten zijn. Daar wordt de kleine jongen op getest. Een vriendelijke man prikt een bedrag van een kwartje maar geeft een gulden. (43) Vijfenzeventig cent extra dus en de kwellende gewetensvraag is nu: mag Chrisje dat voor zichzelf houden of moet dat ook mee in de pot voor het goede doel?

Hier komt de tweede drive in beeld: ‘Denk niet aan jezelf.’ Dat is het verwijt van Chrisjes moeder: “Jij denkt alleen maar jezelf en je pleziertjes.” (31) Maar grootmoeder kijkt verder en ziet de kwelling bij de zwijgende kleine jongen. Uiteindelijk komt het hoge woord eruit. (52) Met als uitkomst: Chrisje zal het extra ook aan de kinderen geven. Dat wordt bekrachtigd met een Bijbelse verwijzing: wat je voor de minste broeders van de Heer gedaan hebt, dat heb je voor hemzelf gedaan. (Matteüs 25) In de klas wordt Chrisje als held onthaald en er is cake, gebakken door de vrouw van de meester. Van jaloezie is bij de andere kinderen geen sprake als Chrisje voor zijn bijzondere prestatie een extra beloning krijgt: het boek ‘Houen jongens!’ van K. Norel. Uiteraard gaat vervolgens alle dank naar de Heer die de kleine jongen in de verleiding staande hield. (61)

Hoe specifiek christelijk is eigenlijk de grondslag van dit orthodox-protestantse leven van de eerste helft van de 20e eeuw? De Nederlandse samenleving was na enkele eeuwen protestants-christelijke dominantie van genoemde drives doordrongen. Dat ging in de tweede helft van de 20e eeuw veranderen, maar de druk om te presteren en de bijpassende competitie is bepaald niet uit het leven verdwenen. Wel is het wegcijferen van jezelf ten koste van een ander duidelijk in waarde gedaald.

Daarom is het boeiend om ons af te vragen wat er gebeurt als je de genoemde motieven vervangt door het tegenovergestelde: doe niet je best, genoeg is genoeg. En: wees goed voor jezelf. Is dan de hulpbehoevende slechter af? In het verhaal van Chrisje kun je je voorstellen dat de uitbreiding van het huis ook met een kleiner bedrag was gerealiseerd; of later. In het leven van deze jongen hadden de drie kwartjes wat extra’s gebracht in een karig bestaan.

Bestaat er voor deze nieuwe set drives ook een spiritueel kader? Dat is de vervolgvraag. Ik denk van wel. Ik heb ontdekt dat deze drijfveren ook mijn leven stuurden. Door sessies met therapeuten en supervisors heb ik alternatieven leren toepassen en aan anderen meegeven, bijvoorbeeld met het Bijbelse begrip ‘rust’. De complete zelfopoffering van Jezus dient zich daarvoor aan. De norm hoeft niet zo hoog te liggen als het beslissende werk gedaan is door de Heer zelf. Mensen kunnen zonder schuldgevoel volstaan met ‘genoeg is genoeg’. Wie zich de ‘rust van de Heer’ eigen maakt, mag rekenen op Gods werk – ook als je je eigen grenzen in de gaten houdt of goed voor jezelf zorgt.

Naar aanleiding van: Max de Lange-Praamsma, Chrisje.2 Nijkerk: Callenbach [1964] Met tekeningen van Nans van Leeuwen. Voor een beschrijving in de digitale bibliotheek van de Nederlandse letterkunde, klik hier.

Boekbeoordeling van de Ned. Hervormde Zondagsscholenbond op Geref. Grondslag, 1955:

“prijs gebonden f 1,-; jongens-en meisjesboek. Inhoud: Meester de Bruin organiseert een prikkaartenactie ten bate van een huis voor achterlijke kinderen. Chrisje, het enig kind van een weduwe, doet reuze zijn best. Hij overwint in ‘s Heeren kracht de verzoeking om het geld, dat hij extra ontving, te houden. Strekking: “Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.” Conclusie: Goed verteld verhaal voor jongens en meisjes van 8-10 jaar. De sfeer bij Chrisje thuis en zijn strijd worden psychologisch en religieus raak weergegeven. Eindoordeel: warm aanbevolen.”