“Ik vroeg de hemel het van me weg te nemen.” Met die zin beschrijft een jonge vrouw, zichtbaar aangeslagen, haar verlangen om schoongewassen te worden. Ze zit achterin een taxi die haar vanaf luchthaven JFK naar Manhattan brengt. Tegenover haar zit een chauffeur die ze niet kent. Dit is de climax van een gesprek van honderd minuten dat de kern vormt van Daddio (2024), een film die het moet hebben van dialoog, stilte en close-ups.
De vrouw voelt zich, in haar eigen woorden, ‘like trash’. Ze vertelt over ingrijpende gebeurtenissen en over haar eigen aandeel daarin. Over schuld en schaamte. Over een verlangen naar reiniging. Ze spreekt niet in religieuze termen; de naam van Christus valt hooguit als vloek. Maar onder haar woorden klinkt een oud motief door: het verlangen dat wat vuil is, wordt weggenomen.
Regisseur en scenarist Christy Hall koos voor een minimale opzet. Eén taxirit. Twee personages. Een smartphone waarop berichten binnenkomen van een minnaar. De vrouw (gespeeld door Dakota Johnson) appt tijdens de rit met een getrouwde man met wie zij een seksuele relatie onderhoudt. De chauffeur Clark (vertolkt door Sean Penn) observeert, bevraagt en analyseert. Sean Penn is op leeftijd, maar speelt de rol van de oudere, wijzere man met veel inzicht en overtuiging. Dakota Johnson is uitstekend als de vrouw. Ze toont een breed scala aan emoties en je kunt vrijwel de hele tijd aanvoelen wat ze denkt. Ze doet haar kenmerkende nagelbijtbeweging, maar het komt niet goedkoop of geacteerd over.
In de openingsminuten maakt Clark vooral indruk als mopperende New Yorker. Hij klaagt over digitale betalingen waardoor fooien uitblijven en prijst zijn passagier omdat ze niet voortdurend op haar telefoon zit. “Het gaat om menselijkheid,” is de ondertoon. Gaandeweg blijkt hij meer dan een brombeer. Hij leest haar houding, haar kleding, haar eerste handelingen. “You can handle yourself,” concludeert hij. Wanneer zij hem naar zijn naam vraagt, zegt hij liever Vinny genoemd te worden.
De vrouw krijgt van hem de bijnaam “Girlie”. Meisjesachtig. Het is een benaming die zowel speels als pijnlijk is. In haar berichten noemt zij haar minnaar “Daddy”. Clark prikt daar feilloos doorheen. Hij waarschuwt haar: gebruik nooit het woord liefde in zo’n relatie. Volgens hem zoeken mannen in affaires seks; liefde reserveren ze voor hun gezin. Hij spreekt uit ervaring.
Wat begint als smalltalk, verschuift naar existentiële vragen. Waarom gaan mensen vreemd? Wat drijft hen? Het antwoord dat zich aandient is minder sensationeel dan verwacht: eenzaamheid, leegte, de behoefte aan ontsnapping. Stap voor stap ontvouwt zich het verleden van Girlie. Een moeder die zonder afscheid verdwijnt. Een vader die haar niet steunt. De enige fysieke herinnering aan hem is een handdruk toen zij als zesjarige met haar zeventienjarige zus vertrok om bij diens vriend in een caravan te wonen. Het patroon tekent zich af: het volwassen meisje dat nog altijd een vader zoekt.
Halverwege de rit stapt Clark uit om te plassen; de taxi staat vast in het verkeer. De camera blijft bij Girlie. Door het raam ziet zij in een auto naast hen een klein meisje dat chips eet in de vorm van een vis. Het is een kort, woordloos moment dat vooruitwijst naar wat volgt. Girlie vertelt over haar recente bezoek aan haar zus in Oklahoma, na negen jaar radiostilte. Toen zij New York verliet, was ze zwanger van haar minnaar. Ze wilde het kind niet houden en wilde er met niemand over spreken. Nog voor er een beslissing viel, kreeg ze hevige bloedingen: een miskraam. Ze voelde zich beroerd en opgelucht tegelijk. De avond voor haar terugreis deden zij, samen met een Native American vriendin, een dronken regendans. “Ik vroeg de hemel het van me weg te nemen.” Niet alleen de zwangerschap, maar het hele benauwende gevoel van de situatie waarin ze verstrikt was geraakt. Ze verlangde naar regen als symbool van reiniging.
Daddio is in essentie een film over aandacht. Over wat er gebeurt wanneer iemand zonder directe belangen luistert en doorvraagt. Of Clark psychologisch betrouwbaar is en of Girlie moreel te rechtvaardigen valt, blijft wat mij betreft open. Wat blijft hangen is de ontwapenende kracht van eerlijkheid. Onder schaamte en cynisme blijkt een diep verlangen te liggen: schoon leven, opnieuw beginnen, kunnen ademen.
In de slotscène vallen de lijnen samen. Er is een royale fooi, de aangeboden hand, de hand op zijn wang, en de naam. “Mickey,” zegt Clark, “Mickey zou ik willen heten.” De naam blijkt geen detail. In een wereld van vluchtige contacten en lichamen zonder geschiedenis, is een naam een erkenning van menselijkheid.
Naar aanleiding van: Daddio (2024), speelduur 100 minuten.
Regie en scenario: Christy Hall.
Rollen: Dakota Johnson (Girlie), Sean Penn (Clark), Marcos A. Gonzalez (Taxi Line Attendant), Zola Lloyd (kind met vis).

De taxiscènes zijn opgenomen in een studio met virtuele productie via grote led-schermen waarop digitale omgevingen in realtime werden geprojecteerd. Buitenopnames vonden plaats op locatie in New York City. Volgens de regisseur is de film in chronologische volgorde gedraaid, in zestien dagen.
Opmerkelijk detail: de taximeter verandert tijdens de rit niet van tarief. Clark legt uit dat er vanaf JFK een vast bedrag geldt; daarom zet hij de meter niet aan. Voor de film in de Internationale Movie Database, klik hier.


