Vreemdeling zijn

“Ik had besloten u geen andere kennis te brengen dan die over Jezus Christus – de gekruisigde”. De apostel Paulus legt in dit korte woord uit de eerste brief aan de gemeente in Korinte nadruk op het kruis van Christus. (1 Korinte 2,2) Hij weet dat Jezus leeft (denk aan het prachtige hoofdstuk 15 uit dezelfde brief), maar de prediking blijft spreken over het kruis, dat aan de opstanding vooraf ging. Dat wijst op zonde en schuld, op Gods oordeel over het leven. We róemen in het kruis, het wrijft en schuurt echter tegelijk.

 

Het accent op het kruis biedt een sterke impuls om de werkelijkheid van ons bestaan reëel in te schatten en te benoemen. Paulus vervolgt, na de bovengenoemde uitspraak, over zijn zwakheid en zijn angsten en onzekerheid. (2,3) En we kijken verder dan het persoonlijke: ook het onrecht in een samenleving komt in beeld (racisme, onbeschaamd egoïsme, afgoderij met geld of status). Nog verder kijken we: de wereld, waar de kloof gaapt tussen rijk en arm. Deze wereld is bepaald het paradijs nog niet. Er gaat een oordeel over deze wereld. God laat schalen vol plagen over de wereld uitstromen (Openbaring 15 en 16) en de oproep die tussen dat alles doorklinkt is: “Ik kom onverwacht als een dief! Gelukkig is wie wakker blijft en zijn kleren aanhoudt: hij hoeft niet naakt rond te lopen en zich voor iedereen te schamen.” (Openbaring 16,15)

 

Aangezien wij christenen delen in de werkelijkheid van dat oordeel, zal het in de prediking ter sprake komen. Als ik u namens de Heer oproep tot geloof en gehoorzaamheid, dan doe ik dat in het diepe besef dat het niet meevalt in deze wereld. Want het lijden van de tegenwoordige tijd slaat de christenen niet over. (Romeinen 8) Ook de kinderen van God hebben te kampen met de gevolgen van de zonde in ziekte, handicap en ongeluk. We delen in een financiële wereldcrisis en zijn deel van een multiculturele samenleving die op drift is. Je kunt aan de kant staan van de gevestigde orde en je oordeel vormen vanuit je fauteuil, maar er zijn er ook onder ons die aan de kant van de minderheid staan en onderdeel zijn van een soms gekmakend systeem van regels en formulieren. Wij hebben te maken met de druk van een prestatiemaatschappij en er zijn er die psychische hulp nodig hebben om een beetje staande te blijven. Het gaat de christenen niet voorbij en juist omdat je kind van God bent kan het de vragen over de werkelijkheid intensiveren. Wat wil Gods ons dan zeggen via het lijden, als wij werkelijk God willen dienen? Waarom breekt ons leven ons soms bij de handen af, terwijl we toch echt Gods koninkrijk willen dienen? Het zijn deze vragen die ons bezig houden en daarom in preken en diensten aan de orde zullen komen.

 

Wat ik met de prediking rond deze thema’s beoog is dat wij ons steeds meer richten op Christus’ offer en dat wij steeds meer moed ontvangen om vreemdeling te zijn. Het richten op Christus’ offer is van belang omdat wij Gods liefde nergens anders kunnen leren kennen dan daar. Wie probeert de feiten en de gebeurtenissen uit het leven te duiden – of het nu geluk of ongeluk is – zal nooit zekerheid vinden omtrent Gods intenties. Is grote welvaart een zegen? Wie de afhankelijkheid van God erdoor verliest, ervaart het als een verzoeking: waarom laat God het toe? Is een gehandicapt kind ontvangen een oordeel? Wie de liefde ziet bloeien van en rondom zo’n kind, spreekt over een zegen. De ervaring kun je vaak op allerlei manier uitleggen. De grond voor ons geloof is niet de ervaring, maar de belofte. God laat u zeggen (bij monde van de dienaren die het u vertellen) dat het offer van Christus het beslissende bewijs van zijn liefde is. Daarom komen Gods dienaren met niets anders dan de kennis van Jezus Christus – de gekruisigde. Het oordeel is over uw leven uitgesproken. Inderdaad, er was van alles mis. Maar u bent met Christus gekruisigd en derhalve vrijgesproken.

 

Wie in deze wereld vol lijden Christus gelooft, zal steeds meer vreemdelingschap ervaren. Want onafhankelijk van het feit of het je goed gaat of slecht gaat, de concentratie op Christus zal je levensstijl kenmerken tot die van een migrant. De wisselende omstandigheden in de wereld brengen wisselende afgoden met zich mee. En die vragen om gehoorzaamheid. Alles inzetten op prestatie, of op geld en verzekering, of op een maatschappijkritische houding, of efficiëntie, of op spiritualiteit en loslaten van controledrang, het komt allemaal langs. Maar deze goden bieden geen Bergrede van het komende koninkrijk. Die rede is door Jezus Christus uitgesproken. De afgoden schreven ons ook geen brieven vol aanwijzingen tot vreemdelingschap in deze wereld. Die brieven hebben we van de apostelen van Christus ontvangen. Zij hebben ons geleerd Jezus Christus uit de hemel te verwachten en onafhankelijk van de economische en sociale conjunctuur ons voor te bereiden op Zijn komst. We hebben betere dingen te doen dan een aards koninkrijk bouwen of gezondheid tot prioriteit nummer één te maken. Het verrassende dat God voor ons in petto heeft is dan dat wij steeds meer voor de huidige maatschappij zullen betekenen, naarmate wij ons er minder druk om maken of de mensen onze christelijke bijdrage wel zullen opmerken en waarderen.

 

Het is noodzakelijk met elkaar te zoeken naar de wil van de Here daarin. Want bij allerlei vragen over omgaan met geld, of gewas en arbeid en milieu, of relaties en trouw, of tijdbesteding, of gezondheid en ziekte, en wat er verder komen gaat, bij al die zaken hebben we elkaar nodig om de wil van de Heer te vinden. Die is niet met de traditie al gegeven (hoezeer we daarvan kunnen leren), maar vraagt allereerst om samen te zoeken naar een stijl van leven die past bij de komende Christus. Vreemdeling zijn, dat is de opdracht voor de kerk in alle eeuwen, maar hoe dat er nú uitziet…? Daaraan zal de prediking mogen bijdragen om het als gemeente van Christus te vinden en te gaan voorleven. Aan God, aan elkaar, aan de wereld.