Verlies van macht

Als Paulus van de Areopagus vertrekt, noteert Lukas het effect op de luisteraars: “Daarover moet u ons een andere keer nog maar eens vertellen.” (17,32) Dat lijkt me de vriendelijke versie van: “Ongeloofwaardig verhaal, meneer, zoek je heil maar elders.” Maar daarmee is niet alles gezegd: “Toch sloten enkelen zich bij hem aan en aanvaardden het geloof, onder wie ook een Areopagiet, Dionysius, een vrouw die Damaris heette en nog een aantal anderen.” (17,34) D.A. Carson wijst erop dat hier gesproken wordt over ‘volgelingen van Paulus’. “In aansluiting op Paulus’ toespraak werd niemand direct christen. Maar sommigen begonnen Paulus te volgen. Met als gevolg dat zij het evangelie gingen verstaan en geloven; zij werden christenen. Dit is precies de ervaring die nu veel evangelisten hebben die in een universiteitsomgeving werken.” (397)

 

Het is een bescheiden resultaat, maar wel typerend voor de werking van het evangelie in de eerste eeuw. De heersende zeden en instituties van de Grieks-Romeinse samenleving worden niet rechtstreeks ter discussie gesteld. Het evangelie werkt in het verborgene: mensen nemen een nieuwe levensoriëntatie aan en dat gaat op bepaalde punten hun gedrag veranderen. Het begint met een verandering van loyaliteit: niet de gezagsverhouding tussen patroon en cliënt, officier en soldaat, staat en burger zijn nummer 1, maar je gezworen trouw aan Jezus Christus als Heer. In de stad Filippi was al even zichtbaar geworden welke gevolgen dat kon hebben. Eigenaars baatten een slavin uit met een voorspellende geest. Als Paulus de vrouw in Jezus’ naam bevrijdt, raakt dat de inkomsten van haar eigenaars. Zij klagen daarover bij de stadsbestuurders: “Deze mensen brengen onze stad in rep en roer. Het zijn Joden, die een levenswijze verkondigen waarmee wij, als Romeinen, niet mogen instemmen en die we niet in praktijk mogen brengen.” (Handelingen 16,16-24)

 

De bescheiden houding van het evangelie is in de loop van de geschiedenis omgezet in een gevoel van triomf. Toen eenmaal de bestuurders, tot en met de keizer van het Rijk, tot het christendom overgingen, was de weg gebaand om de zeden en gewoonten te veranderen. Er ontstonden vaste culturele waarden en normen op basis van Bijbelse en christelijke uitgangspunten. Zo ontstond er door de eeuwen heen een christelijke cultuur, vanzelfsprekend ook voor mensen zonder veel kennis van de Bijbel.

 

Die tijd is voorbij. De veranderingen in de Westerse samenleving hebben het karakter van het christelijk geloof ter discussie gesteld. Alle kerken en genootschappen hebben daarmee te maken en verschillende actuele discussies geven daarvan blijk (denk aan de veranderingen in de visie op de man-vrouwverhoudingen). Dat heeft ook gevolgen voor de missiologie. Stefan Paas heeft in zijn boek Vreemdelingen en Priesters laten zien hoe in de Nederlandse setting verschillende benaderingen in de missiologie ten doel hadden om niet alleen individuen, maar ook instituties en structuren te veranderen. Dat is onder andere de volkskerkgedachte geweest en de kerkgroeibeweging, maar ook het neo-calvinisme in de lijn van Abraham Kuyper (1837-1920): “Zo is de christen geroepen om zijn of haar geloof in de samenleving vorm te geven op zo’n manier dat als het ware een stukje van die wereld (zoals de werkkring) wordt ‘getransformeerd’ met het oog op het herstel van Gods schepping.” (85) Het is een gedachte die in de gereformeerd-vrijgemaakte kerken velen na aan het hart heeft gelegen en nog ligt. Begrijpelijk, het geeft zin en betekenis aan je dagelijks werk als ingenieur, consultant, ondernemer of kassière als je zo ingeschakeld bent in Gods plan met de wereld. Het transformatie-ideaal vind je ook terug bij de bekende New Yorkse predikant Tim Keller (met name in zijn boek Centrum-Kerk uit 2014). Paas is niet gecharmeerd van deze benadering: “Mijn zorg is echter dat met begrippen als ‘verandering’ en ‘transformatie’ een riskant taalveld wordt aangeboord, dat bijna onvermijdelijk leidt tot strategisch denken en instrumentalisering.” (88) Goed werk als naastenliefde is dan niet meer ‘goed’ in zichzelf, maar alleen in zoverre het meewerkt aan de komst van die andere wereld. “Vervolgens leidt zo’n missionaire strategie ertoe dat we de Heilige Geest voor de voeten lopen. Ons eigen idee hoe een veranderde wereld eruit moet zien gaat onze missionaire praktijk bepalen.” (89) Wie eenmaal de wereld van strategie gaat toepassen in de missionaire praktijk, gaat onvermijdelijk de hele dynamiek daarvan ervaren: cijfers, groeigetallen, doelen, evaluaties, kortom de wereld van (streven naar) macht en belangen. Dat hele gebeuren kan een blokkade worden in het volgen van Gods Geest in de dagelijkse praktijk.

 

Ik ervaar deze kritiek op het transformatiemodel als een serieuze spiegel. Ik houd namelijk erg van visie, planning en strategie. Maar eerlijk is eerlijk, in Athene kom je daarvan weinig tegen. Als Paulus een assessment had gedaan toen hij de uitnodiging kreeg om op de Areopagus te spreken, had hij dan een reële inschatting van de output kunnen meewegen? Wat is eigenlijk de output van de rede? Slechts dat kleine groepje dat hem begint te volgen? Heeft het Woord niet ook gewerkt in degenen die hem niet meer wilden terugzien? (Jesaja 55,11)

 

Stefan Paas doet het voorstel een ander soort taal te gebruiken in het missionaire werk vandaag. De kernwoorden worden dan ‘vreemdeling’ en ‘ballingschap’ en ‘priester’ zijn. “Kenmerkend voor de ballingschapservaring is het verlies van macht. Ballingen zijn niet in staat hun omgeving te dwingen om hen te respecteren of ruimte te geven. Zij zijn afhankelijk van de goodwill van hun omgeving. Die goodwill is soms groot en soms vrijwel afwezig, maar het punt is: ballingen kunnen daarop weinig direct invloed uitoefenen. Zij zijn zwak en kwetsbaar. Ik denk dat we hier de kern naderen van wat de Bijbel bedoelt met ‘vreemdelingschap’. Vreemdelingen zijn mensen die enerzijds een andere identiteit hebben dan hun omgeving, maar anderzijds niet beschikken over de machtsmiddelen om hun omgeving zo in te richten dat zij het gemakkelijk hebben.” (161)
‘Verlies van macht,’ onze ballingschap is begonnen.

 

Naar aanleiding van: D.A. Carson, ‘Athens Revisted.’ In: D.A. Carson (ed.), Telling the truth: Evangelizing Postmoderns. Grand Rapids: Zondervan, 2000, 384-398

 

Stefan Paas, Vreemdelingen en Priesters: Christelijke missie in een postchristelijke omgeving. Zoetermeer: Boekencentrum 2015

 

 

PS: Dit was het laatste stuk in de serie. Ik had nog een paar artikelen in gedachten, maar ik zag dat recent dit boek verschenen is: Wim Dekker, Verbonden en vervreemd: Over de God van Paulus op de Areopagus. Zoetermeer: Boekencentrum, 2018. Dit is zo ongeveer het boek dat ik had willen schrijven. Aan de hand van verschillende aspecten hardop nadenken over de missionaire taak van de gemeente nu. Wim Dekker doet dat kundig en vroom. Zo hier en daar zou ik andere accenten leggen, maar dat is bijzaak. Ik kan niet anders zeggen dan: neem en lees.