The Apostle

Ik kan de film niet zien zonder in tranen te komen. Het slotscene, als de apostel E.F. ziet dat de politie hem opwacht, neemt hij emotioneel afscheid van de mensen met wie hij de kleine kerk in Bayou Boutte, Louisiana, heeft opgebouwd. Er is tijd voor getuigenissen, hij preekt de sterren van de hemel, broeder George speelt een stukje trompet en waarachtig, Sammy geeft zijn hart aan Jezus.

 

Maar de apostel moet naar de gevangenis. Euliss F. ‘Sonny’ Dewey is een prediker uit Texas die een gelukkig leven leidde met zijn mooie vrouw Jessie (gespeeld door Farrah Fawcett). Jessie heeft echter een affaire met de jonge voorganger Horace. Sonny wordt woedend en slaat Horace met een softbalknuppel in coma. Daarna verlaat hij de stad, doopt zichzelf en neemt een nieuwe naam aan: Apostel E.F. In Louisiana begint hij te werken als monteur voor de eigenaar van het lokale radiostation Elmo, en Elmo laat hem op de radio prediken. E.F. begint overal te prediken: op de radio, op straat en met zijn nieuwe vriend, dominee Blackwell, start hij een campagne om een oude kerk te renoveren. En zo sticht hij een nieuwe kerk.

 

Robert Duvall heeft heel goed rondgekeken in charismatisch Amerika. Hij heeft de voorbeelden door de jaren heen opgetekend en gebruikt. Hij werkte onder andere met niet professionele acteurs. De prachtige karakters zr. Jewell en zr. Johnson spelen gewoon zichzelf: “And Sister Jewell, who gave testimony, that was all her own testimony. She came up with it herself. That is what the people in the Holiness churches do. So we just planned it as much as we needed. We put the camera on long lens and just let things happen. We wouldn’t say ‘Now it’s your close-up time. Are you ready?’. Instead of doing it that way, like in most movies, these people never necessarily knew when the camera was coming on them.”

 

Het is zo herkenbaar als je in een kleine geloofsgemeenschap hebt gewerkt. Je gaat van de mensen houden, hoe vreemd zij ook zijn. Sonny is geen kwaaie kerel. Hij heeft in een opwelling iemand neergeslagen, hij neemt de vlucht en weet dat hij fout zit, en uiteindelijk accepteert hij de straf. Robert Duvall zei daarover in een interview: “”No, he was never a bad guy. He was a good guy. But he did something bad. So he is full of good and bad. Sonny’s a good guy; he believed he had a calling from the time he was twelve; and he errs like most characters do, you know? He’s a kind of percentage mixture at the beginning and at the end. There’s a certain percentage chance he will do good and a percentage chance he will again err. But he knows he has erred and that he needs confession and redemption.”

 

Toch spreekt de film het meest over macht. M zei, met een half oog meekijkend: het is gewoon een maffiafilm. De apostel heeft voortdurend met vrouwen van doen: zijn moeder, zijn echtgenote, zijn nieuwe liefde, de zusters in de gemeente en je voelt hoe deze geloofswereld bol staat van de spanningen en de macht. Emotionele manipulaties, woordmacht en mannelijke ego’s, vrouwen die dat bevestigen en zelfs zoeken. Macht erotiseert en de man is met zichzelf bezig.

 

Echt, subtiel en daarom griezelig komt dat naar voren tegen het einde van de film. In Bayou Boutte ontmoet de apostel Toosie. Na een kerkdienst brengt de apostel haar thuis. “Vanavond breng ik je tot aan de deur. Ik breng je tot op de veranda.” Hij kijkt haar in de ogen bij de voordeur, dicht tegen elkaar aan: “Je vindt me nogal overweldigend, hè? (You think I’m intense, do you?).” “Een beetje wel,” antwoordt ze. Hij legt haar uit dat hij zich op z’n gemak voelt bij haar en als zij datzelfde verwoordt, buigt hij voorover voor een kus. “Dus je begrijpt wat ik zeg. Je snapt het.” Hij dringt zich voorzichtig op en ineens vraagt ze: “Wat betekent E.F. eigenlijk?“
“Waarom wil je dat weten?”
“Daarom.”
“Als ik binnen mag komen, vertel ik het je.”
“Beloof je dat?”
Hij knikt, maar toch zegt ze: “De volgende keer.”
“Misschien komt er geen volgende keer, luister naar me, Toosie. Ik heb  op dit moment iemand of iets nodig om me aan vast te houden. Daarom wil ik binnenkomen, snap je dat?”
“Volgende keer.”
“Yes ma’am,” zegt hij en dringt haar weer een kus op.
“Ik moet gaan. Je bent echt erg (you’re too much’).“
“Mag ik mee?”
“De volgende keer.” En zij gaat naar binnen.
E.F. loopt weg, draait weer om, loopt paar stappen verder, draait weer: “Ze noemen we Sonny, iedereen noemt me Sonny,” lacht hij naar de dichte deur.

 

Drie keer: “de volgende keer.” Je voelt hoe Toosie meer moet geven dan zij wil. Erg ongemakkelijk (“you are too much” zegt ze), een vertoon van macht met een gevaarlijke kant voor vrouwen. Carl Greiner analyseert het personage van de apostel als een narcistische persoonlijkheid. Vrouwen leggen in de film zijn karakter bloot. “The Apostle E.F.’s significant interactions are predominantly with women during this film. Although he has male friends who play supporting roles, it is the women who provide the circumstances for revealing his character. The viewer does not witness significant men in the Apostle E. F.’s life, such as his father or brothers. A black woman took him to a Pentecostal Church when he was a child.”

 

Eulis F. Dewey, aka Sonny, weet dat. Als hij ‘in de binnenkamer’ een intens gesprek met de Heer heeft, geeft hij het toe: “I am a wonanizer.” Hij is een man van vlees en bloed en zo volgt hij de roeping Gods. Ik herken de zuiging van de macht, ik herken de hang naar erkenning en bewondering en de heerlijke zalf van het religieus jargon en spiritueel klimaat. Ik kan de film niet zien zonder te huilen om zoveel menselijkheid.

 

Naar aanleiding van: The Apostle, 1997. Geschreven en geproduceerd door Robert Duvall. Voor de officiële trailer, klik hier. Voor het dossier in de Internationale Movie Database, klik hier.

 

Bill Blizek and Ronald Burke, “An Interview with Robert Duvall,” In: Journal of Religion and Film Vol. 2, No. 1 April 1998

Carl Greiner, “The Apostle: A Psychiatric Appraisal.” In: Journal of Religion and Film Vol. 3, No. 2 October 1999