Ten slotte vergeving

Land en slot van Schemerwoude worden bewoond door ridder Guibert en zijn broer. Maar ridder Aymar is terug in Frankrijk en komt zijn rechtmatig eigendom opeisen. Het zal niet goedschiks gaan. Hij bivakkeert zolang op het aanpalende land van ridder Gontrand en verzamelt zijn vrienden voor de strijd. William arriveert uit Engeland en uiteraard is de Hollander Hendrik ook van de partij. Hij heeft zijn dochter Guenièvre aan heer Aymar ten huwelijk gegeven. “U heeft me die man opgedrongen, vader, maar ik mag ‘m graag!” zegt ze, “En ook al overkomt hem iets ergs, ik blijf zijn erfgename.” (15)

Ja, dat is wel een punt. Want juist heeft Aymar de buurman tot een duel uitgedaagd. Bij de jacht raakte hij aan de landsgrens en uitgedaagd door Guibert besloot onze held de tweestrijd aan te gaan. Het is niet vanzelfsprekend dat het goed afloopt, realiseert zich ook zijn vrouw: “Alleen als die uitkomst van het komende gevecht negatief is… En trouwens, ook ik wil Schemerwoude! Al is het maar voor het kind dat ik draag!” Dat hoort vader Hendrik maar graag: “Hahaha, in mijn armen, kindje. Ik dacht toch werkelijk even dat je geen aardje naar je vaartje had…!” (15)

 

Aymar sterft voordat hij de poorten van het kasteel kan binnenrijden. Niet in het duel, overigens, met uithoudingsvermogen, list en geluk wint hij die strijd. (20) Uiteraard geeft de broer van Guibert niet op. Door Guenièvre te ontvoeren hoopt hij tijd te winnen en bevriende strijders paraat te krijgen. Maar Olivier weet de vrouw van zijn heer te bevrijden en dan ontbrandt de strijd.

De actie van Olivier mag gelden als een grootse daad. Hij is zichzelf niet meer sinds het huwelijk van zijn heer. Hoe je het ook wendt of keert, dat degradeert de schildknaap. Nummer 1 zal Guenièvre zijn en het kind dat zij verwacht. Hier heeft Hermann over nagedacht: “Olivier is een van de sleutelpersonages in de reeks want hij opent en sluit de tiendelige cyclus. … Ik zag hem als een simpel, trouw, soms lomp iemand, op het randje van het domme en op de koop toe jaloers. Want Olivier houdt van Schemerwoude – zonder enige homoseksuele context – en met de komst van de vrouw zou hij niet langer als een trouwe hond aan de voeten van zijn meester kunnen slapen. … Als deze laatste hem niet langer met dezelfde waardering behandelt, is hij niets meer. Er is in Oliviers leven geen nieuwe start mogelijk want hij is al oud voor die tijd.” (Helden en koeien) Hij raakt aan de drank en zijn meester kan hem zo niet meer gebruiken. Toch laat hij de trouw prevaleren als hij de kans krijgt om Guenièvre te bevrijden.

 

Net als bij deel 1 opent dit laatste deel van deze eerste Schemerwoudecyclus met een jachtpartij. Het edelhert rijt een van de jachthonden open. Dood en leven, het is een gevecht met slachtoffers. Zo sneuvelt ridder William in een onbesuisde actie in de strijd om Aymars queeste. Aymar schiet te hulp en wordt daarbij dodelijk getroffen door een pijl van een van de vijandelijke schutters. Olivier maakt korte metten met de vijand maar het einde van ridder Aymar komt onherroepelijk nabij. Met zijn laatste krachten vraagt hij aan zijn schildknaap of de torens mooi zijn: “O zeker heer! Ik heb mijn ogen uitgekeken! Het is het mooiste van de hele christelijke wereld! Het is zelfs nog mooier dan in uw dromen! Het… heer…”
“Hij hoort je niet meer, Olivier… Aymar is niet meer.”
Dan weet Olivier niets anders meer uit te brengen dan: “Vergeef me, heer, vergeef me…” (46)

 

Ik vind het een fraai slot. Hermann geeft hier de christelijke wereld van de tiende eeuw het volle pond. Eer en schaamte, schuld en schande, trouw en ontrouw aan de eeuwenoude door God gewilde standen. Aymar heeft gebeden om de overwinning bij het duel: “Almachtige God, u die alles bestuurt, help mij mijn angst te overwinnen en kracht te vinden om de zege te behalen. Ik ben hoogmoedig geweest en daarom verdien ik uw toorn. Toch smeek ik u om vergeving. Laat me niet…” (13) Als aan het slot van de episode Guenièvre een zoon baart, is de weg naar de toekomst geopend. Het erfgenaam zal Schemerwoude bezitten en Hermann kan een nieuwe cyclus openen (wat hij ook deed vanaf 1998). Maar Aymar is als Mozes die het beloofde land niet in mag. En Olivier probeert zijn belast gemoed nog te verlichten, ten einde raad vergiffenis vragen aan de dode. Hard leven onder Gods hemel is alleen dragelijk als vergeving gevraagd, gegeven en ontvangen wordt.

 

Naar aanleiding van: Hermann, Olivier (De Torens van Schemerwoude 10). Zelhem: Arboris, 1994. Oorspronkelijk in het Frans gepubliceerd in 1994. Scenario en tekeningen van Hermann.

 

 

Hermann, Helden & Koeien. Zeldegem, Saga uitgaven, 2014: Germain komt in deel 10 aan zijn einde. (23) Hangend aan de galg krijgt de kathedralenbouwer uit deel 1 de straf die in geval van struikroverij en diefstal kon worden toegepast. Hermann wist het al enige tijd: “Hij kon zijn beroep van steenhouwer niet meer uitoefenen, waardoor hij een struikrover werd. Dat zou hem onvermijdelijk naar de galg brengen. Om die reden en omwille van de samenhang van het verhaal, liet ik me ertoe leiden om hem op te laten hangen. Niet om van hem af te geraken. De scene moest in het laatste album van de eerste Schemerwoude-cyclus voorkomen.”