Smet op de schepping

“I belong to a tradition that believes the death of a single child is a blemish on creation.” Deze uitspraak van Nobelprijswinnaar Elie Wiesel (1928 – 2016) is onderdeel van het Requiem Aeternam op de cd The Cry van Adrian Snell. Het album is een muzikaal monument ter nagedachtenis van kinderen die lijden onder oorlog en verdrukking. Is het lijden van volwassenen in die omstandigheden al moeilijk te verteren, het lijden en sterven kinderen is bijna niet te verdragen.
Tenzij wij blijven gedenken.

 

Dat heeft Ed. Hoornik heel fraai gedaan met het gedicht Requiem

 

Te Middelharnis is een kind verdronken.
Sober berichtje in het avondblad:
’t stond bij een hooiberg die had vlam gevat
en bij een zolderschuit, die was gezonken.

 

Zes dagen heeft het in mij nageklonken.
Op het kantoor vroeg men: zeg, heb je wat?
Ik werkte door, maar steeds weer hoorde ik dat:
te Middelharnis is een kind verdronken.

 

En kranten waaien weg en zijn verouderd,
de dagen korten, nachten worden kouder,
maar over ’t water komt zijn kleine stem.

 

Te Middelharnis, denk ik, ‘k denk aan hem
en bed zijn hoofdje tussen hart en schouder,
en zing voor hem dit lichte requiem.

 

Ed. Hoornik, 101.

 

Ik moest er door een ander op gewezen worden: in regel 3 verwijst ’t niet naar het kind, maar naar het berichtje. Niet het kind stond bij de hooiberg of bij de zolderschuit. Het berichtje in het avondblad stond bij berichten over een uitgebrande hooiberg en een gezonken schuit. Dát is wat schokt: hoe kan het bericht over een verdronken kind geplaatst worden bij dergelijk triviaal nieuws?!

 

De tweede strofe vertelt hoe het je kan bezighouden, dat bericht. Kan de wereld daarna doordraaien? Het kan. Blijkbaar. Wij doen het. Jij doet het. Wie erdoor van slag is, wordt vreemd aangekeken: “Zeg, heb je wat?” Hoe moet het zijn als het je eigen kind is?

 

Na de wending tussen regel 8 en 9 gaan we naar het enige dat past: maak een klein monument voor dat kind, al gaat de tijd door (mooi, regel 10, over het invallen van de winter). Ed. Hoornik schrijft dit sonnet. Iedereen die het gedicht nu leest, weet weer even de situatie. Zo ligt het kind weer even dicht tegen je aan: “… en bed zijn hoofdje tussen hart en schouder.”

 

Dit gedicht vraagt om muziek en requiemteksten.
Bijvoorbeeld The Cry van Adrian Snell.
Want de dood van een enkel kind is een smet op de schepping.

 

Naar aanleiding van: Ed. Hoornik, Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 1972. Pim Heuvel schreef een mooie recensie van dit klassieke gedicht op de site van Meander, klik hier.

 

Adrian Snell, The Cry: A Requiem for the Lost Child. Performed by The Winchester Cathedral Choir, Natasja Gorlee & Rebecca Engstrom – solo violin, 2003. Lees ook mijn blog over zingen bij een open graf: klik hier.