Slecht ‘nee’ kunnen zeggen

“Josafat volgde het voorbeeld van zijn vader Asa en deed wat goed is in de ogen van de HEER. Toch bleven de offerplaatsen bestaan en richtten de Judeeërs hun hart niet op de God van hun voorouders.” (2 Kronieken 20,33). Ziedaar het verschil: Josafat zet wél de goede traditie voort, het volk niet. Het voorbeeld van de één leidt niet direct tot het goede gedrag van de ander. Het is het raadsel waar veel ouders voor staan: hoe kan het dat je kinderen niet allemaal op dezelfde manier reageren op je voorbeeld? De koningen van Juda en Israël moesten toch wel gelden als de ‘voorbeeldige ouders’ van de massa. Zoals de Bekende Nederlanders ook een voorbeeld functie hebben voor Boulevard-kijkend publiek. De chroniqueur houdt van Josafat, en ik ook. Hij is een echt mens. Koning met het hart op de goede plaats en toch een duidelijke karakterzwakte. “The lasting impression we are given of Jehoshaphat is not that he was a great man, though he was; nor that he was a good man, though he was that also. It is that here we are shown the shepherd op the people of God in his weakness.” (Wilcock, 187-188).

 

Josafat kan slecht ‘nee’ zeggen. Hij sluit coalities die hij beter kan vermijden. Daar is Achab, koning van de broeders in het Noorden. Van die man is weinig goeds te verwachten. Waarom zei hij geen ‘nee’ tegen de plannen voor een huwelijk tussen hun kinderen? Daarna volgt de vraag om in een militaire campagne mee te doen. Ondanks een profetische waarschuwing. En dan ten slotte meegaan in een strategische zet om Achab incognito te houden, terwijl hijzelf dan als koning zichtbaar zou zijn in de strijd. Het is dat God hem genadig was, anders zou het slecht met hem afgelopen zijn. “Josafat schreeuwde het uit en de HEER kwam hem te hulp…!” (18,31). “When he was not only weak, but aware that he was weak, then he had no resource but to throw himself on the mercy of God. And God did not fail him.” (Wilcock, 196).

 

Ik ken het probleem. ‘Nee’ zeggen tegen mensen die je belangrijk vindt? Lastig. Of denken dat jouw goede motief wel voldoende zal zijn. Altijd een uitweg. De eenheid van Israël kan Josafat toch in gedachten hebben gehad toen hij zich aan Achab verbond? (Denk aan het afbreken van de ‘muur van vijandschap’ uit Efeze 2,14). Hoopvol was de time-out die Josafat organiseerde: “Is hier niet nog een profeet van de HEER die wij kunnen raadplegen?” (18,6). Ik heb geleerd om er een of twee nachtjes over te slapen. Niet direct toezeggingen doen. Dan kan ik beter naar mijn innerlijk luisteren. Mijn profetisch gevoel weet vaak heel snel wat goed voor me is en wat wijs. Het heeft alleen even tijd nodig om tot spreken te komen. Als ik het die tijd gun, komt er meestal iets goeds uit voort.

 

Zo huist er veel goeds in het hart van koning Josafat. “Vastberaden ging hij in de wegen van de HEERE…” zo opent de Kroniekenschrijver zijn verhaal (17,6 Herziene Statenvertaling). Over het debacle met Achab krijgt hij een profetische evaluatie: dat was niet oké. Maar dezelfde profeet weet ook de andere kant: “Gelukkig hebt u ook goede dingen gedaan: u hebt het land gezuiverd van Asjerapalen en uw hart op God gericht.” (19,3). Ook al volgt het volk hem niet door hartelijk geloof in de HEER, van Josafat wordt een goed getuigenis gegeven. Een herder van Gods volk, in al z’n zwakheden. Als ik ooit zo beoordeeld zal worden, ben ik diep tevreden.

 

Met dank aan: Michael Wilcock, “2 Chronicles 17-20: Jehoshaphat: the pastor in his weakness.” In: The Message of Chronicles: One Church, one Faith, one Lord (The Bible Speaks Today). Leicester: Inter-Varsity Press, 1987, 186-196.