Serene troost

Het mag op mijn begrafenis te horen zijn. Het Pie Jesu uit het Requiem van Gabriel Fauré, gezongen door Lisa Beckley. Ik heb niet de behoefte om mijn nabestaanden iets voor te schrijven, zelfs niet iets mee te geven. Maar werkelijk, dit is zo mooi en zo troostend, ik zou het een eer vinden als zij deze bijna vier minuten elkaar daar zouden gunnen. Wat een zuivere serene schoonheid.

 

‘Une berceuse de la mort’ (een wiegelied van de dood) is dit Requiem wel genoemd. Jan Christiaens meldt dat in zijn lezenswaardig hoofdstuk dat hij schrijft over het Requiem van Fauré in Dies Irae: Kroniek van het Requiem. (181-189) Hij vertelt dat de ontstaansgeschiedenis van het Requiem ingewikkeld is. Fauré brengt in dit werk stukken samen die op verschillende tijdstippen gecomponeerd werden. “Voor de originele versie zijn deze onduidelijkheden er nog niet: de vijf delen ervan (Introït et Kyrie; Sanctus; Pie Jesu; Agnus Dei; In paradisum) werden tussen herfst 1887 en januari 1888 gecomponeerd. In deze gedaante werd het Requiem op 16 januari 1888 onder leiding van de componist uitgevoerd tijdens een begrafenisdienst in de Parijse Madeleinekerk, waar Fauré toen kapelmeester was.” (182)

 

Net als bij de andere klassieke muziekstukken groeit en verdiept mijn waardering als een deskundige mij de fraaie structuur aanwijst. Met bewondering lees ik wat Christiaens aanwijst in die nauwelijks vier minuten pure troost: “Niet alleen de melodie en het trage tempo (Adagio), ook de bijzondere begeleiding ademt een en al kinderlijke piëteit. De sopraan wordt in het A-deel enkel begeleid door het orgel; in de tussenspelen nemen de strijkers en de harp een motief van de zanglijn over. In het B-deel komt meer nadruk te liggen op de woorden ‘sempiternam requiem’ [‘eeuwige rust’], die drie keer herhaald wordt. Bovendien wordt de sopraan hier ook door de strijkers begeleid, net als in de verkorte terugkeer van het A-deel.” (188)

 

Ja, nu hoor ik het ook. Wat mooi gedaan. Hij heeft nog meer te bieden. Let eens op de centrale plaats van het Pie Jesu in het geheel, zegt Christiaens:

 

Introït et Kyrie (6:37)
Offertoire (8:55)
Sanctus (3:29)
Pie Jesu (3:32)
Agnus Dei (5:59)
Libera me (4:38)
In paradisum (3:28)

 

“Uit de opbouw van zijn Requiem blijkt dat Fauré nogal vrij omspringt met de officiële liturgische structuur van de requiemmis. … van het Dies Irae hield Fauré alleen de laatste en meest serene strofe over (‘Pie Jesu’) over, die als een afzonderlijk deel wordt getoonzet en in die hoedanigheid het kernstuk van het Requiem vormt. … De zeven delen van de mis vormen een grote rondboog met het Pie Jesu voor solosopraan als sluitsteen, aan weerszijden geflankeerd door het Sanctus, respectievelijk Agnus Dei, allebei stukken voor het koor, met een serene, troostende uitstraling. Daarvoor en daarna brengt een solobariton in het offertorium en het Libera me het laatste oordeel in herinnering. Ook de hoekdelen ten slotte houden elkaar in evenwicht, zij het dan door het contrast. Het donkere en plechtige Introït et Kyrie vindt een tegenhanger in de heldere klaarheid van het In paradisum.” (185)

 

Ooit ben ik geïntroduceerd in het genre Requiem door mijn goede vriend, Kees. Door hem heb ik Fauré leren kennen. Hij weet dat ik hem er dankbaar voor ben. Hij zal stellig het Pie Jesu op mijn begrafenis waarderen, mocht hij mij overleven.

 

Naar aanleiding van: Gabriel Fauré (1848-1924), Requiem. (Op. 48) Schola Cantorum of Oxford. Oxford Camarata. Jeremy Summerly, Conductor. Nicholas Ward, Leader; Colm Carey, Organ; Meirion Wynn Jones, Registrant; Lisa Beckley, Soprano. Nicholas Gedge, Bass-Baritone. Recorded in the Chapel of Hertford College, Oxford, 17th-18th May, 1993, Naxos, 1994

 

Pieter Bergé en Jan Christiaens (red.), Dies Irae: Kroniek van het Requiem. Leuven: Lipsius, 2011

 

 

Hoe vertaal je Pie Jesu? Klik hier voor de blog over het antwoord.