Overleven als slachtoffer

Germain is de sympathieke metselaar uit het eerste deel van De Torens van Schemerwoude. Gewoon verliefd op Babette. De liefde stoort zich niet aan verschil in sociaal milieu, maar helaas wel andersom. Dat kost Babette het leven en Germain zijn baan. Zijn hand wordt door een godsoordeel zo zwaar verminkt dat hij uiteindelijk terecht komt bij een bende struikrovers. “Een personage zonder grote kwaliteiten of fouten,” vertelt Hermann in Helden en Koeien. “Aanvankelijk gaf ik hem geen enkele ondeugd. Hij beging geen misdaad, hij heeft een vak, maar ergens heeft hij geen verleden… Hij wordt het slachtoffer van geweld door de machthebbers. Hij is een van die personen die getroffen worden door een tegenstrijdig lot. Het treft me als ik sommigen personen zie die door omstandigheden mislukken… Germain verloor het gebruik van zijn hand en zag geen uitkomst meer op een normaal leven. Hij kon zijn beroep van steenhouwer niet meer uitoefenen, waardoor hij struikrover werd.”

 

Typische kenmerken van de Hermannwereld vinden wij terug in deel 3 van de stripreeks. De struggle for life, je mag al blij zijn als je het leven behoudt, geldzucht, egoïsme, naïviteit en lust, doortrapte charme en natuurlijk wraak. Zowel in de stedelijke omgeving als in de ruige natuur gaat het hard tegen hard. En zo hier en daar een snuif menselijkheid – ook dat is Hermann. In deze episode komt hij op conto van de schilknaap van de heer van Schemerwoude. Aymar en Olivier begeleiden een koopman en zijn vrouw op hun pelgrimsreis naar Santiago de Compostella. Zij is klaarblijkelijk niet in orde. “Je moet rusten, kindje,” zorgt haar man, “over een paar uur komt de ridder ons alweer wakker maken. Morgen komen we voorbij Poitiers. De weg naar Santiago is nog lang, dus rust zoveel je kunt…” (26) De man betaalt de ridder voor de bescherming onderweg tegen de rovers en het ontgaat Aymar en Olivier niet dat de vrouw nogal afwezig is. De achtergrond wordt ons duidelijk gemaakt: een ongewenste zwangerschap na een verkrachting. Het kind stierf en zij vond troost in het zorgen voor een pop. “In Santiago zal ze genezen, dat moet u geloven, heer!” (31) Aymar denkt er het zijne van. Als Olivier later een vondeling vindt en dit kind bij de vrouw brengt, komt al snel de pop de huifkar uit. Die kan weg. Goedheid geneest. (44)

 

Intussen zijn de struikrovers waartegen dit reisgezelschap beschermd moet worden, volop bezig onrust te zaaien in de regio. Onze eigen dichter Bredero (1585-1618) schreef over iets dergelijks in de Lof van armoede:

 

Mar comt een Coopman in het Wout
Met fijn ghesteent en Oosters-gout
Hy moet het gout en ’t  leven laten.

 

Van Deursen relativeert dit tijdsbeeld in Mensen van klein vermogen: “Doch Holland was toen ook al niet met wouden overdekt. Bredero drukt hier een literair cliché af, hij beschrijft niet de risico’s van het dagelijkse leven… Als bedelaars en landlopers op roof gaan, doen ze het meestal als loshandige voorbijgangers, die in het passeren een kip of wat appels naar zich toehalen.” (61) In Hermanns middeleeuwen hebben La Pie, Alda en Germain echter grotere buit op het oog: zij weten het plaatselijke klooster binnen te dringen om de kerkelijke schatten te roven. Germain gebruikt zijn handicap om de monniken in te palmen. Alda zet haar vrouwelijke charmes in en houdt intussen de wacht bezig. Alda zal later nog een eigen album krijgen in de serie, maar duidelijk is wel dat Hermann sympathie voor haar heeft. Zij komt er wel, zij geeft niet op, een vrouw met karakter. En als een vrouw eenmaal gekrenkt is kan zij net als een man haar gram halen. Dat gaat Favard pijnlijk merken. (45-46)

 

Lastig in het roversleven zijn twee zaken: de concurrentie en de gezagdragers. Ludovic is de onverwachte concurrent in deze episode. Als Germain wil toeslaan blijkt dat vervelende mannetje ook al in bedrijf. Hij weet ten slotte de dood te ontlopen. (30) De mannen die de criminaliteit moeten bestrijden blijken niet de snuggersten. Soms moest ik bij dit derde deel uit de serie denken aan de Sopranos. Het gaat allemaal om geld en intussen zijn het vooral de machtsverhoudingen en het bijbehorende kat-en-muisspel dat vermaak en leed brengt. Favard is het exempel van de man die voor seks zijn waakzaamheid opgeeft en uiteindelijk te dom is om een vrouw de baas te blijven.

 

“De staten van Holland besloten in 1589 geen landlopers te dulden die langer dan een maand zonder werk geweest waren,” schrijft Van Deursen. “Overtreders gingen 24 uur aan de schandpaal – als ze krachtig genoeg waren het zolang uit te houden – en moesten daarna over de grens.” (65) Dit is mild in vergelijking met deze episode. We gaan het zien hoe Germain en de zijnen in volgende delen het vege lijf bewaren. Aymar en Olivier trekken verder, op naar de schoonste torens uit de christelijke wereld.

 

Naar aanleiding van: Hermann, Germain (De Torens van Schemerwoude 3)2. Zelhem: Arboris, 1989. Oorspronkelijk in het Frans gepubliceerd in 1986. Scenario en tekeningen van Hermann, inkleuring door Fraymond.

 

A Th van Deursen, Mensen van klein vermogen: Het ‘kopergeld’ van de Gouden eeuw. Amsterdam: Bert Bakker, 1991

 

 

 

 

Hermann, Helden & Koeien. Zeldegem, Saga uitgaven, 2014. De tekening van Germain in deze fraaie bundel is opvallend. Hier is zijn rechterhand in het verband. Terwijl in de serie het de linkerhand is. Een vergissing? Een gespiegelde afdruk? Grappig is dat in deel 5 (Alda) een dief wordt geradbraakt omdat hij herkend wordt als de aanvoerder van de bende struikrovers rondom Tours – herkend aan zijn verbonden rechterhand! Het blijkt een vergissing. Alda haalt opgelucht adem… het is dus niet Germain! (5-6)
Hermann over het vervolg van dit personage: “Germain verloor het gebruik van zijn hand en zag geen uitkomst meer op een normaal leven. Hij kon zijn beroep van steenhouwer niet meer uitoefenen, waardoor hij struikrover werd. Dat zou hem onvermijdelijk naar de galg brengen. Om die reden en omwille van de samenhang van het verhaal, liet ik me ertoe leiden om hem op te laten hangen. Niet om van hem af te geraken. Die scene moest in het laatste album van de eerste Schemerwoude-cyclus voorkomen.”