Ontvadering

“Kinderen hebben vanaf het begin sterke basale behoeften aan veiligheid, zorg en intimiteit, maar ze kennen ook de drang om hun wil door te zetten in strijd met wie daaraan in de weg zou kunnen staan. Dat hebben ze ook nodig om met andere kinderen te kunnen concurreren.” (16) Psychiater Frank Koerselman werkt deze psychoanalytische gedachte uit in zijn uitstekende essay over ontvadering. Waar komt dat vandaan, de afbladdering van de vaderrol in de samenleving? Ik wil het graag weten, ook als vader en als opa. Maar wat me ook interesseert, is hoe de gedachten van Koerselman helpen kunnen bij het begrijpen van actuele christelijke Godsbeelden.

 

Het ontwikkelen van kind tot rijpe volwassene begint bij onvoorwaardelijke liefde. Laten we dat even de moeder noemen, ook al zijn de rollen meer losgekomen van de twee geslachten. De moeder aanvaardt je onafhankelijk wat je doet en los van de omstandigheden. Elk kind is haar even lief. Dat werkt mee aan een positief zelfgevoel en basisvertrouwen. In de kern weet je wat je waard bent. Dat heb je nodig in de buitenwereld. Daar heerst namelijk hiërarchie en competitie. Je moet bewijzen wat je waard bent. Dat betekent presteren en leren omgaan met beperkingen en falen. De vader (opnieuw, het gaat over de rol) is degene die dat leert. Hij leert je, hij straft (mild), bemoedigt en beloont. Want in de grote mensenwereld stelt men voorwaarden aan je. Je moet je plek bevechten. In de wereld van de sport is dat duidelijk aanwijsbaar (verg. 67): je wordt geselecteerd op talent, je moet trainen, de trainer bekijkt hoe je het doet en hij beslist of je opgesteld wordt. Zo leer je met teleurstelling en frustratie omgaan. In een onherbergzame wereld is er de veilige moeder om bij te rusten terwijl de vader waakt. “Vader en moeder zijn oergestalten van dat verhaal – archetypen dus. Ook al waren de eigen vader en moeder heel anders, toch herkent iedereen intuïtief dat beeld (imago).” (22) Moeders liefde kent geen wet, vaders liefde is de wet, schrijft Koerselman puntig.

 

Die ambivalentie is moeilijk te hanteren. In de ontwikkeling van kind naar volwassene blijven we daar vaak mee worstelen. Een rijpe volwassene is niet langer de vragende partij maar de gevende, de dienende. We zijn in principe autonoom, al komen we soms weer in situaties waarin het kind-perspectief overheerst. Een rijpe vader is moedig. Hij kent z’n (kinderlijke) angst maar doet toch wat van hem verlangd wordt. Zo’n vader heeft een beleid en met de nodige kennis en vaardigheid voert hij dat uit. Want hij weet waar hij vandaan komt, waarheen hij wil en hoe er te komen. Vader houdt koers want hij is trouw aan zijn waarden. De zoon wordt op die wereld en rol voorbereid, maar als puber is hij egocentrisch. Hij zal moeten rijpen tot een evenwichtige man en vader voor de volgende generatie. De rijpe vader heeft zelf tegenslagen verwerkt en kan zichzelf relativeren. “Omdat hijzelf fouten heeft gemaakt, heeft hij nog meer oog gekregen voor het menselijk tekort.” (45) Hij leert zijn zoon verdraagzaamheid zonder af te doen aan essentiële waarden.

 

Koerselman ziet ontvadering. Industrialisatie en emancipatie (anticonceptiepil!) hebben de sociaal-culturele omstandigheden zo gewijzigd dat die hiërarchische, voorwaardelijke rol verdacht is geworden.(53-54) Respect en autoriteit kalven af. Onrijpe vaders tonen dat zij terugvallen in onvoltooide vroegere egocentrische fasen. “Nog altijd immers verlangen mensen zowel naar de veiligheid, geborgenheid en vanzelfsprekende erkenning die bij het moederdomein horen, als naar het bevechten van een positie en het verwezenlijken van doelen zoals de vader dat traditioneel voorstond.” (55-56) Nu misschien beter het horizontale en het verticale domein te noemen. Het geslachtsverschil is volgens de psychiater nog niet helemaal verdwenen. “Maar dat er in het algemeen een vrij verkeer van geslachten tussen die beide domeinen zou ontstaan, lijkt evolutionair gesproken toch niet zo waarschijnlijk. In elk geval heeft zich dat nog niet overtuigend voorgedaan.” (59)

 

Uiterst boeiend wordt het betoog van Koerselman als hij het verband legt met religie. “De oergevoelens voor vader of moeder kunnen we als volwassenen zelfs overdragen op de ‘hemel’, waar dan God de vader zetelt, of Maria als ons aller moeder.” (34) Het idee van Gods almacht sluit aan bij de vroegkinderlijke fascinatie voor vaderlijke kracht. “Een boze vader roept op z’n best ontzag en meestal angst op. Verdragen dat dezelfde vader nu eens boos en dan weer mild kan zijn en dat dit niet altijd te voorspellen is, vereist een vermogen om met ambivalentie om te gaan waarover het jonge kind nog niet beschikt.” (34) Je kunt ermee omgaan door er schuldgevoel bij te ontwikkelen. De toorn van God door een offer tot bedaren brengen. Je kunt ook de goddelijke vader ‘splijten’. Het beangstigende splitsen we af en dragen we over aan de duivel. Tegenwoordig ontsnappen mensen aan de ambivalentie door de negatieve kant gewoon te ontkennen. God is tegenwoordig alleen nog liefde. Ik zie het om me heen. Deze psychoanalytische beschrijving helpt me om te duiden dat er zoveel christenen voortdurend benadrukken dat God ons onvoorwaardelijk liefheeft. Het onvoorwaardelijke vertaalt zich naar vrijblijvendheid in de geloofsgemeenschap. We stellen geen eisen meer, tucht passen we niet toe, laat staan dat het woord straf in de geloofsbeleving functioneren kan. God geeft het goede, het kwaad komt van de duivel, of bestaat autonoom.

 

Voor een ontwikkeling van kinderlijk geloof naar een volwassen versie ervan, lijkt me het leren van het vaderlijke en moederlijke noodzaak. We hebben ook het voorwaardelijke nodig, al is het maar om aan het religieus relativisme te ontkomen. Het spoort met talloze Bijbelse verhalen waarin God eisen stelt, ter verantwoording roept, beloont en prijst of – nog vaker – kritiseert en straft. Omdat Hij ook het moederlijke in zich bergt hoeft verlatingsangst geen rol te spelen. De verloren zoon weet dat hij terug kan keren. De vader is niet de verongelijkte baas, maar de accepterende ouder. Zo moet het toch lukken om volwassen met God als Vader om te gaan. Je kunt bij Hem terecht om te schuilen, je accepteert zijn voorwaardelijke benadering en ook, je neemt Hem serieus: Hij is aanspreekbaar op zijn gedrag.

 

Bij dat laatste aarzelen veel christenen. Misschien omdat zij, moederlijk, Hem niets kwalijk willen nemen? Of omdat zij gewoon bang zijn voor zijn almachtige reactie op een brutale mond van mensen? Koerselman zet hier erg aan het denken. Hij schrijft dat een rijp vaderbeeld ruimte laat voor ambivalentie. “Het laat een vader c.q. God zien die niet alleen maar lief is maar ook streng, op wie je weliswaar zou willen bouwen maar die zelf ook feilbaar is.” (37) En even verder stelt hij dat de rijpe vader zelf tegenslagen verwerkt heeft en zichzelf kan relativeren. Ja, hoe combineer dat met een zondeloze God die ook nog eens almachtig is? Job mag dan wel vrijuit spreken maar wordt toch met goddelijke overmacht tot zwijgen gebracht. Het enige dat ik kan bedenken is de persoon van Jezus Christus. Hij legde de hemelse heerlijkheid af. Hij was onder ons in de gestalte van de schuldige en verworpene. Ik geef toe, niet helemaal het zelf-relativerende dat Koerselman aanduidt. Ook niet de horizontale onvoorwaardelijkheid. Maar het helpt wel om de ambivalentie in God te ‘pakken’. Mensen konden Jezus op een gelijkwaardige manier benaderen. Zo kunnen wij dat ook doen. Ook het afwezige van Jezus na de hemelvaart helpt om onszelf tot rijpe volwassen christenen te ontwikkelen. We moeten het doen met onze talenten in de tijd dat de koning naar het buitenland is. (Matteüs 25,14-30) Hij schenkt ons vertrouwen, komt een keer terug en zal ons ter verantwoording roepen – heel vaderlijk. Er hangt wat af van je gedrag tussen geboorte en dood.

 

Wat doet ontvadering met religie? “Waar er geen vader meer is, kan er moeilijk nog een god zijn,” meent Koerselman, “Zoals aardse moeders er als regel niet in slagen het klassieke verticale domein van de vader echt over te nemen, zo lukt dat ook niet aan een hemelse moedergod.” (65) In de christelijke kringen neemt het horizontale de overhand. Hoe breng je het verticale weer aansprekend ter sprake?

 

Naar aanleiding van: Frank Koerselman, Ontvadering: Het einde van de vaderlijke autoriteit. Amsterdam: Prometheus, 2020 (in de serie Nieuw Licht, onder redactie van Frank Meester en Coen Simon).