Lukas is missionair

1 Wie is Theofilus? In de eerste preek (over 1,1-4) ging ik in op deze vraag en constateerde dat we veilig kunnen aannemen dat hij een Romein was, met een hoge bestuursfunctie, maar naar alle waarschijnlijkheid nog geen overtuigd christen. Het doel van Lukas’ boek is immers om hem te overtuigen van de christelijke boodschap. Als we ook mogen aannemen dat Lucas een heidense achtergrond had, dan zien we hier het resultaat van het werk van Gods Geest: wie tot geloof komt wordt direct ingeschakeld om het evangelie te brengen aan mensen in zijn of haar eigen netwerk. Lukas is arts, ook een man van de hogere lagen, zullen we maar zeggen. Dat is een herkenbaar en bruikbaar patroon: getuig in de omgeving waarin je door opvoeding, opleiding en levensloop gekomen bent. Daar kan God je gebruiken.

 

2 Lukas opent zijn boek met de stellige bewering dat hij eigen onderzoek heeft gedaan. Meer dan eens heb ik daarop teruggegrepen. Daarachter zit de overtuiging dat de motivatie om anderen over Jezus dood en opstanding te vertellen alleen sterk is als er feiten aan ten grondslag liggen. Nu de werkelijkheid veranderd is door Golgotha en Pasen, is er reden om de mensen van deze aarde daarvan bericht te geven. Als het de private mening van een groep Joden was geweest die de dood van Jezus een eigen duiding hadden gegeven, was de motivatie met de dood van die Joden ook verdwenen. Het heeft werkelijk in de geschiedenis van de mensheid plaatsgevonden, en het feit bleek diep te werken in de levens van mensen. Daarom is er reden om elkaar te blijven motiveren tot evangelisatie. Want dit nieuws heeft gevolgen voor iedereen, zelfs voor hen die het afwijzen.

 

3 De tijdgenoten van Jezus hebben gemerkt door Jezus’ woorden en daden welke enorme pretentie Hij had: de beloofde dienaar van God zijn, die qua macht en goedheid aan de HERE zelf gelijk is. Dat bleek bij de preek in de synagoge te Nazareth. Het werd helder bij de wonderbaarlijke visvangst. De genezing van de man met huidvraat sprak daar ook van. De pretentie dat Jezus het paradijs opent kwam sterk tot uiting in zijn woord tot de man die met Hem gekruisigd werd. Vriend en vijand heeft Hij daarbij op het oog, het is bepaald niet beperkt tot de kring van Joden. Zo bepaalt Jezus’ pretentie de inhoud van de boodschap die wij als kerk willen brengen aan de mensen om ons heen. Het leven zal opbloeien als je Jezus volgt, aan Hem verbonden blijft tot aan het einde en je leven door Hem laat bepalen.

 

4 Meer dan eens heb ik gezegd: de weerstand tegen het evangelie is te begrijpen. Christenen kunnen uit eigen ervaring wel iets van de aversie herkennen. Zelfs als je in een christelijk gezin geboren bent, heb je misschien wel eens diep in je hart je gestoten aan de genade van de HEER. Verschillende keren bleek dat tijdens het leven van Gods Zoon op aarde. In de synagoge van Nazareth liep het al uit op een poging tot doodslag. In het gesprek met de Schriftgeleerde over het eeuwige leven liepen we er ook tegen aan. Er moet een diepe innerlijke verandering plaatsvinden in een mens voordat vertrouwen in Christus uitgesproken en uitgeleefd wordt. Dat zet evangeliseren ook op haar eigen plaats. Het is niet de zoektocht naar de verborgen methode die de harten zal openen. Dat recht tot openen behoudt de HEER zichzelf voor. Onze roeping is bekend te maken wat er gebeurd is en de relevantie ervan aan te geven in je eigen leven en met de juiste aanspraak op de mensen om je heen. Dan nóg kunnen mensen bedanken voor de eer, ontkennen wat we zeggen of beweren dat zij een betere weg hebben gevonden. Eén van de voorbeelden die ik noemde was het boeddhisme met haar aandacht voor mededogen.

 

5 In februari waren medewerkers van The Mall bij ons te gast. In de preek over de genezing van de man met huidvraat formuleerde ik deze boodschap: Jezus opent de weg naar gemeenschap met God. En zo ook met mensen. De consequentie daarvan is dat je soms drempels over moet. Want ook in onze beschaafde samenleving is er een hoge scheiding tussen groepen. Nu is niet ieder geroepen om vrijwilligerswerk onder randgroepjongeren te doen, maar als gemeente van Christus hebben we wel een woord voor iedere sociale groep. Wij kunnen beginnen bij de mensen uit ons eigen netwerk, maar in het spoor van Jezus gaan betekent ook dat we ons afvragen welke stap we kunnen zetten buiten onze comfortabele zone. Daarbij kan het wel eens zo zijn dat niet allereerst het woord moet klinken, maar dat de helpende hand moet worden uitgestoken.