Locatie en tijd

Van alle brieven die wij van Paulus kennen is er een aantal door hem vanuit gevangenschap geschreven en die aan de gemeente van Kolosse en die aan broeder Filemon behoren daarbij. In de brief aan de Kolossenzen blijkt dat duidelijk uit 4,18: “Een eigenhandig geschreven groet van mij, Paulus. Denk aan mijn boeien! Genade zij met u.” Kunnen we deze gevangenschap plaatsen in de chronologie van Paulus’ apostolaat?

 

Er is een aantal locaties geweest waar Paulus gevangen heeft gezeten. In de eerste plaats Filippi (Griekenland). Hij wordt een nacht opgesloten maar de dramatische gebeurtenissen die nacht verhinderen deze plaats serieus te overwegen. (Handelingen 16,19-40)
Bekend is ook dat Paulus in Rome, Italië, gevangen zat. Dan moeten we aannemen dat deze brief geschreven is in de relatief vrije periode die Handelingen 28 (zie vers 16 en 30) beschrijft. Paulus kon daar gasten ontvangen, ook blijkbaar Onesimus, de weggelopen slaaf die tot geloof komt en met Tychikus terug zal keren naar Kolosse. In Paulus’ biografie moeten we dat plaatsen in het jaar 61 na Chr. Een probleem hierbij is wel dat de afstand Rome-Kolosse groot is en voor een normale reiziger weken, zo niet maanden in beslag neemt. Een advies om alvast logies voor Paulus klaar te maken (Filemon 22; men neemt algemeen aan dat de brieven voor de gemeente en voor Filemon gelijktijdig verzonden zijn, via Tychikus en Onesimus, Kolossenzen 4,7-9 ) is dan niet zo voor de hand liggend. En: had Paulus hoop op vrijlating, die het vrij reizen mogelijk zou maken?

 

Een derde mogelijkheid is Caesarea (Palestina, aan de kust). Paulus heeft in die stad geruime tijd (ongeveer twee jaar, Handelingen 24,27) in Caesarea vastgezeten (Handelingen 23,23vv) en aan het slot van die periode zich beroepen op de keizer in Rome. (Handelingen 25,11.12) In het begin van die gevangenschap heeft hij gehoopt dat hij vrij zou komen, pas aan het slot beroept hij zich op de keizer en is een vrijlating op korte termijn niet meer te verwachten. De afstand Caesarea – Kolosse is goed te plaatsen bij de mededelingen en adviezen in de brief. Aan de andere kant is de groep die Paulus daar om zich heen heeft, veelal christenen uit de heidenen, niet helemaal te plaatsen bij de locatie Caesarea. Maar als het waar is dat hij van daaruit de brieven geschreven heeft, dan is het ongeveer in de jaren 58-60.

 

Een laatste mogelijkheid brengt ons nog dichter bij Kolosse: Efeze lag niet heel ver van Kolosse vandaan en je kunt je voorstellen dat Paulus van daaruit vraagt om logies voor hem te regelen. Het probleem is echter dat er niet direct van een gevangenschap in die plaats gesproken wordt in Handelingen of de brieven. Sommige uitleggers vermoeden iets dergelijks aan de hand van uitspraken als: ‘In Efeze heb ik op leven en dood gevochten, wat zou ik daarmee hebben bereikt als ik geen hoop had?’ (1 Korinte 15,32) Toch is dat te onwaarschijnlijk om serieus te nemen.

 

De traditionele uitleg kiest voor Rome. In de uitleg van de Korte Verklaring noemt dr J.A.C. van Leeuwen die plaats ‘het waarschijnlijkst’. (8) Recente commentatoren leggen voorkeur voor Caesarea aan de dag. (Van Bruggen en Van Eck in de delen van Commentaar op het Nieuwe Testament)

 

Wat maakt het uit? Goede vraag. Is de kennis van de locatie voor de uitleg van belang? Soms kan een datering belang hebben. Zo is bij de vraag naar de historische situering van de brieven aan Timoteüs en Titus een belang vanuit de leer van de ambten. Is de aanstelling van ouderlingen en diakenen een late ontwikkeling of kunnen we die al vroeg in de tijd plaatsen? Zo kun je ook bij de brief aan de Kolossenzen vragen stellen of de theologische inhoud een vorm van ontwikkeling toont. Het gevaar bij deze vragen is echter wel de cirkelredenering. Een historisch argument gebruik je om een theologisch punt te maken en op een ander moment gebruik je een theologisch argument om de historische kwestie op te lossen. Dat verraadt vooringenomenheid en dat doet het onderzoek geen goed. Daarom is het aan te bevelen de ontoereikendheid van de gegevens serieus te nemen: we weten het niet. Wat we wel weten is van groter belang: dát Paulus gevangen zit. De gevangenschap zelf is van belang. Het leert ons o.a. iets inzake de kracht en de voortgang van het Woord (1,6v) en aangaande de onderlinge zorg van apostel en gemeenten. (1,24v; 2,5)