Liefde, een duet

“Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel? De angel van de dood is de zonde, de zonde ontleent haar macht aan de wet.” (1 Korinte 15,55-56). Het is een vondst om dit in een duet te laten zingen, zoals in de Messiah van Georg Friedrich Händel (1685-1759). Ik ben gewend aan het duet van Bernarda Fink (contralto) en Charles Daniels (tenor) in de uitvoering onder leiding van Paul McCreesh (1997). Mooi tempo en fraaie balans tussen de stemmen – dat is mijn amateuroordeel na talloze malen luisteren.

 

Ook over de liefde moet je samen zingen. Dat is de kracht van het Bijbelse Hooglied. Afwisselende teksten man en vrouw, met een meisjeskoor als tegenstem. Opwindend.
Dat geldt ook voor het tintelende Whenever I say your name, uitgevoerd door Sting en Mary J. Blige.

 

Whenever I say your name, whenever I call to mind your face
Whatever bread’s in my mouth, whatever the sweetest wine that I taste
Whenever your memory feeds my soul, whatever got broken becomes whole
Whenever I’m filled with doubts that we will be together

 

Wherever I lay me down, wherever I put my head to sleep
Whenever I hurt and cry, whenever I got to lie awake and weep
Whenever I kneel to pray, whenever I need to find a way
I’m calling out your name.

 

De kracht van het lied zit in het herhaalde ‘whenever’. Wat is er sterker dan de wisseling van de lotgevallen? Niet ons gemoed, dat waait met de winden mee, dat draait met de getijden, dat verkleurt bij het ondergaan van de zon. Maar als je liefde ontvangt, dan geeft zij kleur aan het gebroken brood en de ingeschonken wijn. De liefde blijft als de vijgenboom niet meer bloeit en de stallen leeg staan. Aan de hartbewaking of in de rolstoel, bij de zoveelste afwijzing en zelfs bij het open graf, zeg ik: had ik de liefde niet, ik was niets.

 

Zoals de Inuït zo’n twintig woorden voor sneeuw hebben, zo zouden wij dat moeten hebben voor de varianten van de liefde, schreef Sting in dezelfde periode dat hij dit lied maakte. “Perhaps it is the scarcity of vocabulary that is the root of the problem. Love seems like such a deeply inadequate word for a concept with so many complex shades and shapes and degrees of intensity.” (Broken Music, 122). Whenever I say your name buigt met al die voorbeelden zwaar door van religieuze lading. En, let op, tussen alle whenevers in gaat het over bidden.

 

Whenever I say your name, Whenever I say your name,
I’m already praying, I’m already praying
I’m already filled with a joy that I can’t explain
Wherever I lay me down, wherever I rest my weary head to sleep

 

Whenever I hurt and cry, whenever I got to lie awake and weep
Whenever I’m on the floor
Whatever it was that I believed before
Whenever I say your name, whenever I say it loud, I’m already praying.

 

Om welke naam gaat het nu? Is God de geliefde, is de geliefde God? We kunnen niet alles op één hoop vegen. Namen verschillen. Personen vallen niet samen. Schepper en schepsel zijn onderscheiden. De liefde is de verbinding. Het duet is haar elegante, kenmerkende verschijningsvorm. Harmonieus samen optrekken is als bidden, een lofprijzing. Daar kan de dood niet tegenop. Het is leven in essentie. Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel?

 

Whenever I say your name,
let there be no mistake
that day will last forever.

 

Naar aanleiding van: Sting & Mary J. Blige, (Sacred Love, 2004), Whenever I say your name.
Inside: The Songs of Sacred Love is de documentaire-dvd uit 2003 waarop opname en uitvoering zijn vastgelegd. Klik hier voor Whenever I say your name. Wat een chemie tussen die twee!

Sting, Broken Music: A Memoir. London: Simon & Schuster, 2003.

 

Luister hier naar Bernarda Fink en Charles Daniels: ”O death where is thy sting?”