God wil het?

In het Vlaamse land voegt ridder Hendrik zich bij de pelgrims. Aymar van Schemerwoude heeft de vader van de Britse William zover gekregen dat zijn zoon mee zal reizen naar het heilige land. Het internationale karkater van de groep wordt zo met de komst van Hollander Hendrik verder versterkt. Kerkhistoricus Frank van der Pol: “Ze waren afkomstig uit alle winstreken en alle standen van de westerse christenheid. De deelnemers vormden samen een multinationale kruisvaardersmacht.” (79) Naast Aymar neemt nu ook Hendrik een beschermende rol op zich van het armzalige maar gedreven groepje christenen. Olivier vertrouwt het niet helemaal maar ridder Aymar behoudt de leiding over deze ideologisch zwaar geladen tocht: “Tegen het einde van het eerste millennium verklaarde de kerk dat vreedzaam pelgrimeren naar het Heilige Land met wapens bevochten moest worden. God wil de gewapende strijd om het bezit van de heilige plaatsen van het christelijk geloof. Hij was bewogen om het lot van de talloze pelgrims naar het Heilige Land, die onderweg geschoffeerd, als slaaf verkocht of vermoord werden. Jeruzalem moest eindelijk weer stad van de vrede worden.” (79)

 

Vreedzaam pelgrimeren met wapens mogelijk maken? Dat is ingewikkeld. Ook de persoonlijke kant van de trip is niet eenvoudig. Vrede is ten diepste wat Aymar zoekt. In Brugge heeft hij in koortsdromen om zijn vader en zijn zwaard geroepen. (14) Wat is er in de jeugd van onze held precies gebeurd? (3-5) We kunnen wel wat info gebruiken, maar we moeten nog even wachten.
William heeft zijn ongeduld niet kunnen onderdrukken en is vooruit gereisd met een ander gezelschap. Hendrik –  bot als hij is – wrijft vrij onbeleefd Aymar onder de neus dat de tijd begint te dringen: “Ik weet niets af van uw queeste, maar u mag wel opschieten. De Heer is met tijd allesbehalve gul… en u bent niet meer al te jong, heer Aymar.” (20) De ridder van Schemerwoude laat het over z’n kant gaan maar het punt is gemaakt.

 

 

“De gevaren op de pelgrimstocht naar de Heilige Stad waren niet denkbeeldig,” noteert Van der Pol. “Bisschop Willem van Utrecht had dit van nabij ondervonden. In 1064 was hij in gezelschap van veel geestelijken en van drie bisschoppen uit Duitsland in een bedevaart van ruim 7000 personen naar het Heilige Land gereisd. Het pelgrimerend gezelschap werd overvallen en keerde met slechts 2000 man terug.” (79) Zo ervaren Aymar en de zijnen dat ook. Als stenen van een berg rollen en Géron te water raakt, vraag je je af: toeval of opzet? In elk geval wordt in de rivier een deel van het schild van William gevonden. Geen toeval, geen goed teken.

 

In het dorp Plystov worden zij door de orthodoxe priester Anatoli ontvangen. Ook hier weet je niet wie je vertrouwen kan ondanks de gastvrijheid. We zijn bezig in een stripserie van Hermann Huppen dus we weten dat van alle schepselen de mens niet het meest betrouwbaar is. De groep komt opgesloten te zitten in de kerk en William blijkt gevangen. Aymar voelt zich voor hem verantwoordelijk en weet hem te ruilen voor de priester – hij is de held met een stevige christelijke moraal. Maar vreedzaam vechten is verder geen optie en zo komt het tenslotte tot een uitbraak met Bijbelse reminiscenties: honden met brandende staarten veroorzaken chaos en leggen het dorp in de as: Simson redivivus. De pelgrims ontsnappen maar betreuren zeven doden, onder wie Géron.

 

Als wij op bladzijde 45 rook rond de Christusicoon (zie ook 37) zien beginnen we te vermoeden waar Hermann heen wil. De hardvochtige werkelijkheid en het ellendige resultaat werden gelegitimeerd als ‘de wil van God’. “  Victorie, heer Aymar! God heeft het zo gewild. God is met ons!” roept William. (46) Tja, daar heeft Aymar zo zijn vragen bij. De innerlijke vrede is ver te zoeken.

 

 

Het laatste plaatje toont vader Anatoli. Tussen de rokende puinhopen van zijn dorp en kerk heft hij wanhopig het kruis ten hemel. Als er een God bestaat, aan wiens kant staat Hij dan? Het derde gebod overtreden wij regelmatig op een of andere wijze. God wil het! De vraag die achterblijft, is wat God werkelijk van het aardse horrorpark vindt.
Er komt een dag waarop dat helder zal worden.

 

Naar aanleiding van: Hermann, William (De Torens van Schemerwoude 7). Zelhem: Arboris, 1991. Oorspronkelijk in het Frans gepubliceerd in 1991. Scenario en tekeningen van Hermann, inkleuring door Pahek.

 

Frank van der Pol, “De Middeleeuwen tot 1200” In: Herman J. Selderhuis (red.), Handboek Nederlandse Kerkgeschiedenis. Kampen: Kok, 2006. 19-118