Getest en geslaagd

Is het meisje dat heer Aymar en zijn schildknaap Olivier de weg wijst een illusie? Deze vraag bij deel 5 van de stripserie De Torens van Schemerwoude komt vol terug in deel 6. De fantastische wereld van Sigurd en het paard van Hervör laat ons aan het slot verontrust achter. Wat hebben we in deze episode meegemaakt?

 

We houden voet op vaste grond in de lijn van het verhaal. De ontheemde ridder en zijn schildknaap zijn bezig het kasteel en de landerijen van Schemerwoude te hervinden en te herwinnen. Aymar trekt langs kastelen van bevriende of bekende heren om toernooien te winnen en zo geld te verdienen. De reis brengt hen in de streken langs de immense kliffen aan zee en op een goed moment ontvangt heer Landri hen beiden is zijn kasteel. Daar verblijft ook heer Joscelin van Sourcy. Maar als deze van een tocht niet terugkeert gaat Aymar alleen op onderzoek uit. (28) Olivier komt zijn meester zoeken als Joscelin door anderen gevonden. Hij treft hem aan bij de zee en Aymar begroet hem met een besluit: “Olivier… zodra het toernooi voorbij is vertrekken we naar het heilige land. Aldus heb ik besloten.” (47)

Dit is lichtelijk voorbereid door een gesprekje met de jonge heer William. Die had van Joscelin wilde verhalen gehoord over zijn kruistocht en het idee opgevat om na het toernooi zijn vader in Engeland te gaan vragen om toestemming voor een tocht naar het heilige land. “Een ieder moet luisteren naar wat zijn innerlijk hem ingeeft…” reageerde Aymar toen, “U heeft gelijk dat u er gevolg aan geeft…” (12-13) Maar tijdens de zoektocht naar Joscelin wordt het innerlijk van Aymar zo beroerd dat ook hij koers zet naar Jeruzalem.

 

Aymar is namelijk miraculeus betrokken geraakt in het familiegeheim van de familie Landri. Het verhaal gaat honderd jaar terug. De voorvaders van Landri en zijn broer Arnolf lagen onder de vloek van de Noorse goden die zij dienden. Hoe dat Noorse geloof in de Zuid-Franse streken terechtkwam blijft onhelder, maar goed, Hervör was gedood door zoon Sigurd. Ook al werd de familie christen, de oude religie is niet vergeten en de angst voor represailles heerst onverminderd. Het paard van Hervör droeg een juweel. Arnolf had het ervan afgenomen en zo de vloek gebroken – zo dacht men tenminste. Dertig jaar vrede onder de zegen van Christus! Maar de angst steekt de kop weer op. Het paard is weer gezien! Arnolf ligt er slecht bij, is stervende. Ook al leidt de plaatselijke priester een dodenmis, de familie keert terug naar de oude gewoonten: “Laat het zo zijn dat Odin hem de toegang tot het Walhalla niet zal weigeren.” (22) In de nacht voor de dag van het toernooi zal heer Landri het paard van Hervör zoeken om nu werkelijk de diamant van het hoofd te halen. Zijn zoon biedt zich aan. Hij zal gaan. “Weet dat als je niet slaagt,” zegt zijn vader, “je ziel zich bij de andere op zee dolende zielen voegen zal, net als die van…” (28) Arnolf! Arnolf is verdwenen, met het zwaard van Sigurd!

 

Aymar zoekt in de mist (!) naar Joscelin en ontmoet… ja wie? Sigurd? Of is het toch Arnolf? Hij is een geest, op zoek naar het paard. Dat lokt zowel Aymar als Sigurd mee een plotseling opduikend imposant slot in.

 

 

Daar ligt het juweel. Maar voordat zij dat hebben gevonden doorleven zij een trip die je alleen door drugs of paddenstoelen weet op te roepen: grijpende planten, demonische vleermuizen, instortende paden, afbrekende voeten en zo meer van dat soort hallucinaties. Vanaf zee klinkt het geluid van een hoorn, komend vanaf het Vikingschip. “Dat zijn mijn broeders, ze roepen me.” (37) En zo eindigt het ook: Sigurd wordt opgenomen in het schip van dolende zielen. De vloek is gebroken en Aymar staat alleen aan de kust. “Heer…!” klinkt het. Olivier komt aangereden. “Heer Aymar, ik zoek u al de hele dag! Ik maakte me grote zorgen over u!” (47)

 

Voorouderlijke angsten leven voort. Terecht dat Hermann daar aandacht aan besteedt. De kerstening van Europa heeft lang een uiterlijke vorm gehad die bepaald werd door de sociale verhoudingen: de leenheren bepaalden de religie voor wie aan hun verantwoordelijkheid was toevertrouwd. Maar bij iedereen is in geval van bekering het oude niet zomaar weg. Heer of boer, de oude angsten regeren mee en het is sterk gedaan om Arnolfs dodenmis te laten plaatsvinden in afwezigheid van de directe familie die zich bezig houdt met de Noorse religie. In het geheim, want de macht van de kerk moet je niet onderschatten. En toch ook gelovig, gebed tot Christus moet nieuwe rust bieden. (26) Aymar krijgt als krachtige gelovige te maken met de geestelijke wereld van de afgoden. Het domein van het witte paard is bedreigend. Maar de held overwint zijn angsten, standvastig zet hij door en wordt beloond met uitredding.

 

Is dit de reden om nu het heilige land te gaan bezoeken? Scenarist en tekenaar Hermann Huppen laat het ons raden. Aymars licht rationele instelling uit deel 5 krijgt in deel 6 een vervolg in de stem van het hart die zich niet laat ontkennen of weerstaan.

 

Naar aanleiding van: Hermann, Sigurd (De Torens van Schemerwoude 6)2. Zelhem: Arboris, 1989. Oorspronkelijk in het Frans gepubliceerd in 1989. Scenario en tekeningen van Hermann, inkleuring door Fraymond.