Eén boek

Het is namelijk zeer waarschijnlijk dat de boeken Ezra en Nehemia ooit geschreven zijn of samengesteld als één boek. Pas in de derde eeuw na Christus worden de boeken onderscheiden en zo is het sinds de Latijnse vertaling van de Bijbel (de Vulgaat) gebleven. De beroemde geschiedschrijver van de oudheid, Eusebius van Caesarea (ca. 263 – 339?), schrijft in zijn kerkgeschiedenis dat Melito van Sardes (tweede eeuw) een selectie met gedeelten uit de Schrift samenstelde. Melito noemt dan Ezra als de naam voor beide boeken. Eusebius geeft ook de lijst weer van canonieke boeken van het Oude Testament, die Origenes (184/185? – 284/285?) in een van zijn boeken publiceert. Hij schrijft “Ezra 1 en 2 in een; Ezra, dat ‘helper’ betekent.” (Eusebius, Historia Ecclesiastica 4.26.14 en 6.25.2). In de Bijbeluitgaven is het sindsdien zo geworden: Ezra en Nehemia als twee aparte boeken. Er is echter alle reden om aan te nemen dat beide boeken een boek vormen.

 

Nu is het natuurlijk niet voor niets dat de boeken apart werden behandeld. Zo valt het op dat in Ezra de persoon van Ezra centraal staat en in Nehemia de persoon van Nehemia. Is dat geen aanwijzing voor twee verschillende boeken? Bovendien is het vreemd dat een hele lijst namen compleet wordt herhaald. Ga maar na: de lijst van teruggekeerden in Ezra 2 is gelijk aan de lijst in Nehemia 7. Zou een schrijver dat doen in zijn boek? Als je aanneemt dat er twee boeken geschreven werden, kun je misschien ook beter verklaren waarom een deel over Ezra opduikt in het boek Nehemia, zie hoofdstuk 8 en 9. Als er één auteur was die een boek schreef, zou hij toch de stof anders geordend hebben en niet zoveel herhaald.

 

Toch is het de vraag of die redenering overtuigt. Je kunt ook andersom denken. Dan ga de vragen zo stellen: als het geheel van Ezra-Nehemia nu inderdaad een eenheid is, door een auteur geconcipieerd, wat is dan de betekenis van het herhalen van die complete lijst? Wij kunnen dat wel overbodig of slordig vinden, maar misschien heeft het wel een diepe betekenis als wij het geheel en de situatie van destijds bekijken. Zo kun je ook vragen waarom ineens Ezra weer opduikt als intussen Nehemia de tweede hoofdpersoon is geworden. Zegt dat iets over hen verhouding? Oordelen wij misschien te snel? Kan er  betekenis worden gegeven aan een dergelijke samenstelling? Als de oudste getuigen aangeven dat beide boeken een eenheid waren, dan is het de moeite waard om binnen dat kader de antwoorden te zoeken.

 

Dat is nu een van de leuke dingen van het bestuderen van de Bijbel. Je moet vragen beantwoorden die zo voor het oog niet direct tot een betekenis voor nu leiden. Toch helpt het om de Bijbel beter te snappen, en – nog belangrijker – de Bijbel eerst voor zichzelf te laten spreken, voordat wij met onze vragen komen. Als je dan aan de betekenis toekomt, blijkt de studie vaak een goede route geweest te zijn. Het voorkomt dat je te snel zegt dat de Bijbel dit of dat ondersteunt.

 

De periode van de terugkeer van de ballingschap was een spannende en turbulente periode voor Gods volk. Vreugde natuurlijk, en weemoed, maar ook weerstand en strijd. Intern en extern moest er veel gebeuren om stad en volk weer op te bouwen. We kunnen op dat punt iets leren: hoe geven de mannen als Ezra en Nehemia leiding aan een volk dat veel zekerheid verloren heeft?
Een ander punt dat al direct opvalt is de aandacht voor documenten. Of het nu gaat om besluiten van koningen, hun correspondentie of de Torah, er blijkt veel waarde gehecht te worden aan schriftelijk vastgelegde documenten. Dat verleent gezag aan personen en acties. Laat zich dat verklaren vanuit die periode van na de ballingschap? Heeft het iets te zeggen voor ons?
In elk geval zien we aan het einde van beide boeken een heilig volk in een heilige stad. Dat is iets wat ons niet kan ontgaan als een aanwijzing. “Streef ernaar in vrede te leven met allen en leid een heilig leven; wie dat niet doet zal de Heer niet zien,” schrijft de Hebreeënschrijver. (Hebreeën 12,14)