De toekomst lonkt

Hoewel we ver van huis zijn, komt toch het einddoel van Aymars queeste in zicht. Sterker nog, de verre toekomst. We bevinden ons aan het einde van de tiende eeuw in de buurt van de stad waar de moeder Gods geroepen werd: Nazareth. (14) Het Heilige Land is bereikt, Jeruzalem zal de eerstvolgende bestemming zijn. Toch brengt Hermann ons niet in een scene rond de meest heilige stad van het christendom. Het gaat tenslotte om de schoonste torens van de christelijke wereld: de torens van Schemerwoude. Hoe boeiend de omweg door de Levant ook is, uiteindelijk moeten we terug naar Frankrijk en Bois-Maury. Aymar geeft het einddoel niet op en krijgt de kans om een huwelijkspartner te zoeken. In zijn gevolg bevindt zich ridder Hendrik. Deze Hollander (zo je wilt Vlaming, maar wat doet dat verschil ertoe in de die middeleeuwen?) heeft een dochter. Ook zij is in het gevolg en we hebben haar al even als terloops ontmoet in de episode William (deel 7).

 

 

De avond valt en Aymar komt in gesprek met Hendrik in een meditatieve stemming. Hij neemt de gelegenheid te baat: “Ik weet dat u een dochter heeft, die u goed verborgen houdt… Sinds die dag koester ik de hoop dat zij mijn vrouw wordt… Als u daarin toe zoudt stemmen, natuurlijk… Ik ben geen jongeman meer, maar…” Hendrik is op z’n hoede en maant tot rust in de gedachten: “Wacht, heer! Dat meisje is mijn enige bezit. Ik kan haar onmogelijk weggeven aan iemand zonder geld of goed. En u zegt ’t zelf, jong bent u ook niet.” Maar Aymar geeft niet snel op. “Wat mijn goed betreft… het is mijn bedoeling om als ik terug ben Schemerwoude terug te veroveren. U… “ Eerst zien, dan geloven, moet Hendrik nu wel denken. “Toe, Aymar, zo ver van huis is het makkelijk praten…” (10-11)

 

Aan het slot van dit verhaal is de reserve van Hendrik sterk afgenomen. Terecht, want Aymar is intussen een rijk man geworden. Hij heeft meegewerkt om Bernard van Mance te redden die belegerd wordt door de troepen van Yazid. Deze laatstgenoemde heeft aan de verachtelijke Fayrnal een buit beloofd die uitgekeerd wordt als een karavaan met hulpgoederen het belegerde kasteel niet zal bereiken. Aymar, Hendrik en ook ridder Reinhardt (vijf jaar eerder gered door Aymar, 10) begeleiden die karavaan en zijn bereid te vechten voor hun christenbroeder. Fayrnal speelt een manipulatiespel met twee jonge Arabieren, Khaled en Bashir, wat ertoe leidt dat de eerste voor dood wordt achtergelaten. Maar de jonge jongen leeft ondanks zijn verwondingen lang genoeg om te spreken en zijn beul aan te wijzen. Het goud dat Fayrnal is beloofd komt uiteindelijk in handen van Aymar. Zo kan hij eindelijk denken aan het terugwinnen van zijn torens!

 

De terugreis wordt geboekt. William gaat mee, terug naar Engeland. “En wat betreft de schat waar je ’t over had…” Olivier vult aan: “Er is genoeg om een leger van te betalen om Schemerwoude terug te veroveren.” (45) Op gehoorafstand zit ridder Hendrik. Ook hij scheept in. Aymar doet een inlevende en betekenisvolle geste: “…dan kunt u uw dochter weer terugzien…” Hendrik komt terug op zijn eerdere reserve: “Wat haar betreft… ik heb veel aan u gedacht… het was verkeerd van mij om zo afwijzend op uw… voorstel te reageren. Die leeftijd van u… in werkelijkheid ziet u er veel jonger uit…. Dusseuh, als u mijn dwaling kunt vergeten, dan ben ik bereid om…” (46)

Op dus naar Schemerwoude: de claim van Aymar en erfenis van mogelijk nieuwe erfgenamen!

 

Naar aanleiding van: Hermann, Khaled (De Torens van Schemerwoude 9). Zelhem: Arboris, 1993. Oorspronkelijk in het Frans gepubliceerd in 1993. Scenario en tekeningen van Hermann.