De reisepisode

De reisepisode onderscheidt Lukas’ boek onderscheidt van de boeken van Matteüs en Markus. Het gaat om het gedeelte dat begint in hoofdstuk 9,51: “Toen de tijd naderde dat Jezus van de aarde zou worden weggenomen, ging hij vastberaden op weg naar Jeruzalem.” Die opname zelf is vermeld tegen het einde van de geschiedenis. (24,51) De eerste lezers waren al bekend met deze aanduiding van de hemelvaart. In 1 Timoteüs 3,16 wordt over de hemelvaart ook gesproken als de ‘opname’.

 

Lukas geeft op een aantal plaatsen een teken dat de reis nog steeds gaande is: 13,22: “Op weg naar Jeruzalem trok hij verder langs steden en dorpen, terwijl hij onderricht gaf.”; 17,11: “Op weg naar Jeruzalem trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea.”; en 19,28: “Na deze woorden trok Jezus verder op weg naar Jeruzalem.”  Dan volgt er nog een deel dat eindigt in Jeruzalem, in de tempel en dat lijkt dan ook de afsluiting. Vanaf hoofdstuk 20 is Jezus steeds in Jeruzalem. Sommige uitleggers leggen de grens van het reisverhaal iets eerder terug. Met de genoemde indeling is er door drie teksten een lichte geleding aangebracht in het verhaal, waardoor er vier delen ontstaan.

 

Deze periode van op reis naar Jeruzalem kenmerkt zich vooral door veel onderwijs aan de leerlingen, aan de menigte mensen, en dispuut met de tegenstanders. We lezen niet veel over wonderen en tekenen. (11,14; 13,12; 18,35v) Jezus spreekt het publiek in verschillende samenstelling toe. Het gaat om de volgende thema’s:

 

  • het afzien van wraak,
  • het prediken van het koninkrijk,
  • de praktijk van barmhartigheid,
  • het luisteren naar de Here,
  • het gebed vol verwachting,
  • het volgen van Jezus als je bevrijd bent van de duivel of van ziekte,
  • eerlijkheid en integriteit,
  • voorbereiding op lijden,
  • rijk zijn in God,
  • vertrouwen op God wat betreft levensonderhoud,
  • waarschuwen voor het eindoordeel,
  • de prijs van het volgen van Jezus,
  • de vreugde van de bekering,
  • hoe je verloren kunt gaan terwijl je in Gods buurt bent,
  • gevaar van de rijkdom,
  • de waarschuwing om geen oorzaak van iemands ondergang te zijn,
  • de onwaarschijnlijke redding van mensen,
  • de waarschuwing tegen valse profeten,
  • de oproep tot volhardend gebed,
  • de vernedering van wie zich hoog acht (en andersom),
  • het onbegrensde vertrouwen dat je aan God kunt geven,
  • de nadering van Jezus’ eigen lijden en
  • de verandering van zondaars.

 

Het zijn allemaal thema’s die om toepassing vragen in het leven van de jonge christenen in het Romeinse rijk: daar is Lukas’ boek immers in eerste instantie voor geschreven. Theofilus wil weten hoe het zit met de boodschap van Jezus en wat het voor hem betekent als hij Jezus als Heer in zijn leven aanvaardt. De Here heeft in het kader van het opnemen van zijn kruis de leerlingen dit onderwijs gegeven. Dat klinkt door nu Jezus in de hemel opgenomen is. Wie gaat leven volgens deze aanwijzingen, zal merken dat zijn of haar eigen leven een lijdensweg wordt: strijd tegen de krachten van de zonde in jezelf, want die verzetten zich met kracht. Strijd tegen de boze geesten om je heen, die vaak gebruik maken van slechte mensen. Strijd tegen de verleidingen, en strijd om het lijden te ondergaan en geen wraak te nemen, maar dat over te laten aan Hem die rechtvaardig oordeelt. Zo krijgt je leven als christen steeds meer het karakter van de weg die Jezus zelf ook ging. In zijn tweede boek Handelingen laat Lukas aan de hand van de levensweg van Paulus zien hoe dat zich ontwikkelde: de dienaar Paulus stond niet boven zijn Heer Jezus, maar ondervond dezelfde weerstand. Het goede nieuws is dat dat nu juist de grootste winst van zijn leven bleek te worden. Zo kon hij het beste dienstbaar zijn aan de komst van Gods rijk.

 

Verbind dit met de opdracht die Jezus meegeeft vlak voor zijn opname in de hemel: “Er staat geschreven dat de messias zal lijden en sterven, maar dat hij op de derde dag zal opstaan uit de dood, en dat in zijn naam alle volken opgeroepen zullen worden om tot inkeer te komen, opdat hun zonden worden vergeven.” (24,27). Elke gehoorzame christen is een ‘vreemd’ element in een wereld die van God niet weet of niet weten wil. “Jullie zullen hiervan getuigenis afleggen…” zei Jezus tot zijn leerlingen en Theofilus heeft het gemerkt. Hij staat op het punt om tot inkeer te komen. Ook al is dat een beslissing waaraan een prijskaartje hangt, zij kent een groot loon: vergeving van de zonden.