De een z’n dood…

Anatolië of Klein Azië zijn namen voor het westelijke schiereiland dat aan het enorme Aziatische werelddeel grenst. Ruwweg kun je beweren dat het gaat om het land dat wij Turkije noemen. Aan het einde van het eerste millennium lag de landweg naar Jeruzalem in Anatolië. Dat is de geografische enscenering van het achtste deel van de stripserie De Torens van Schemerwoude. Ridder Aymar en zijn schildknaap Olivier begeleiden een groep kruisvaarders door de woestenij. Zij komen in deze episode in aanraking met de Seldsjoeken en de Byzantijnen.

 

Ik moest het even opzoeken. De Seldsjoeken waren mij buiten deze strip om volkomen onbekend. Het blijkt te gaan om een groep nomadische Turken die uit Centraal-Azie stammen. Zij trokken westwaarts en wisten een rijk te stichten dat tot in de 13e eeuw bestond. Het grote Seldsjoekrijk bloeide in de 11e en 12e eeuw (1040-1194 volgens Wikipedia) en had een islamitisch karakter. Dat zien we waarheidsgetrouw terug in dit deel van Hermanns middeleeuws epos. De kruisvaarders weten een van hen gevangen te nemen (Sandjar) en als deze dan zijn gebeden in het Arabisch begint te reciteren, reageren enkelen robuust: “Zijn gebed is een belediging voor ons geloof! Gesel ‘m ! God zal ons straffen als wij deze belediging niet wreken!” (13) Aymar kan alleen met krachtig leiderschap een lynchpartij voorkomen. De medewerkers van de online encyclopedie vermelden overigens ook dit feit: “De verdeeldheid in het rijk van de Seltsjoeken maakte het voor de kruisvaarders mogelijk in 1097 Antiochië en in 1099 Jeruzalem te veroveren. In Syrië en Palestina stichtten de kruisridders daarna enkele kruisvaardersstaten. Damascus bleef echter in het bezit van de Seltsjoeken.” (Omdat Hermann consequent kiest voor Seldsjoek met een d, houd ik daaraan vast in deze blog).

 

Dan hebben we nog de Byzantijnen. Namens keizer Alexis Comenius onderhandelt een rossige christen met een afgevaardigde van de sultan. (15) Een duidelijke verwijzing naar Alexios I Komnenos die keizer was van het Byzantijnse rijk van 1081-1118. Hij heeft inderdaad de strijd moeten voeren met de Seldsjoeken. Maar de belangrijkste Byzantijn in dit deel van de serie is Miltiades. Hij is de gids van de groep en heeft weinig vertrouwen bij de pelgrims. (17, 38) Maar bij Aymar vindt hij een luisterend oor. Op zeker moment schetst hij de situatie van bezetting, strijd en macht zo dat Aymar het verband legt met zijn gedwongen vlucht uit Schemerwoude (18). Zo blijven we als lezer verbonden aan de rode draad in dit meanderend verhaal. De torens van Schemerwoude zijn de schoonste uit de christelijke wereld en Aymar zal en moet daarheen terug.

 

Sandjar weet te ontsnappen en zo zal het uiteindelijk uitlopen op een gewapende strijd. “Allahu Ekber!” tegenover “Dood aan de ongelovigen! Jezus Christus onze God!” (42) De pelgrims die geen wapens kunnen hanteren blijven onder bescherming van Miltiades achter. De overwinning lijkt te gaan naar de moslims totdat ineens Miltiades verschijnt met het schild van Sandjar. Als hij dat bij de eigenaar terugbrengt, geeft dat de wending. Sandjar was namelijk een boodschapper van de sultan. Er zat een brief verborgen in zijn schild. De teruggevonden brief is meer waard dan de dood van de christenen. (46) Maar de prijs voor de bevrijding van de christenen is de dood van deze Byzantijn. Het is bijna niet te missen, lijkt me: de opoffering van de een is de vrijheid en het leven van velen.

 

 

 

Naar aanleiding van: Hermann, De Seldsjoek (De Torens van Schemerwoude 8). Zelhem: Arboris, 1992. Oorspronkelijk in het Frans gepubliceerd in 1992 (Le Seldjouki). Scenario en tekeningen van Hermann.