Een onbekende toon

Een onbekende toon
kwam aangewandeld
uit de stilte en nam mij
neuriënd mee naar binnen.

 

Zij geurde buitengewoon
opgewekt mijn hart op hol,
heel mijn kippenvel trok strak.

 

Ik danste met gemak mijzelf
voorbij, vervoerde haar
naar schokkende stilte.

Met wie

‘Met wie heb ik van doen?’
vraag ik aan vreemde vogels
om mij heen. Kriiir! snavelt
er een, en even later tiep!

 

Ik houd natuurlijk mijn fatsoen,
roep Mrtn! door m’n mondkap
als hij weer langs vliegt…

 

Hij heeft met mij te doen.

Alle meisjes

Voor Thijs, zomer 2019

 

Alle meisjes zijn prinses,
want je bent vier
en in gedachten.

 

De ridders gaan voorop
met pappa en getrokken zwaard.
Geheimen huizen in de stenen,
bomen befluisteren je oor.

 

Lispeltuut mumt onverstaanbaar:
grijns naar toeval, schreeuw
om een uil, angst schudt
aan de tralies van de kerker.

 

Maar opa is al bijna zestig, hij loopt
met de koningin achteraan.
Zij denken vast vooruit.

Ik ben gespannen

Ik ben gespannen.
Mijn pinnen komen los uit basisveen
en dertien jaren afzetting van zinnen.
Afgevangen dode vliegen krab ik af.
De oorwurm vlucht. Ik wiebel neer op blote knieën
en zucht dank als het skelet nog soepel knikt.
Handzaam werken we samen aan bagage.

 

Mijn verwachting ritst weer open
en zet haar zin op nieuw gras, nieuwe hagen.
Grondzeil wil plakken aan de aarde.
Eerst hier het laatste vocht eraf,
dan vegen, schudden, dubbelvouwen.
We rollen naar elkaar.

 

Ik blaas nog één keer opgelucht,
ontspan in tentenmakershanden.