Bruiloftsliederen

Wij vieren hier het feest (intochtslied op een bruiloft)

 

Refrein:
Wij vieren hier het feest,
het feest van liefde, lijf en zinnen.
Kom allemaal, kom hier naar binnen!
God schenkt ons liefde,
de liefde wel het meest.

 

1 (vrouwen)
De heuvels glooien en zij stralen
van zon, die onze huid bemint.
De dalen dalen vol genade,
want God is liefde, Hij verbindt!
            Refrein (allen)

 

2 (mannen)
De bomen reiken naar het einde,
de scheuten geven leven aan.
Wij zingen, zingen onbescheiden,
want God is liefde en voldaan!
            Refrein (allen)

 

3 (mannen)
De tuin gaat open en wij plukken
de vruchten, hemels aangenaam.
Wij proeven, proeven ons gelukkig,
want God is liefde. Prijs zijn Naam!
            Refrein (allen)

 

4 (vrouwen)
De aarde drinkt het levend water,
de vrede vredig tegemoet.
Wij drinken, drinken, nu en later,
want God is liefde, Hij is goed!
            Refrein (allen)

 

Vertel me toch

 

Vertel me toch, mijn liefste, waar ga je met je schapen heen, waar laat je ze ’s middags rusten? Moet ik je gaan zoeken bij je vrienden, moet ik je gaan zoeken bij hun schapen? Hooglied 1,7 (BGT)

 

1 (Meisjes en vrouwen)
Vertel me toch waar ik je vinden kan,
vertel me toch dat jij je vinden laat.
Dan gaan we samen naar de duinen,
dwalen we uren door de tuinen,
proeven wij de zoete vruchten,
proeven wij de zoete vruchten in de tuin van God.

 

2 (Jongens en mannen)
Waar wacht je op, waar moet ik kijken dan?
Waar wacht je op, ik ben ten einde raad!
Ik wil graag met je naar de duinen,
dagen en nachten in de tuinen,
proeven wij de zoete vruchten,
proeven wij de zoete vruchten in de tuin van God.

 

3 (Allen)
Wie maakt het uur dat zij hem vinden kan?
Wie kent de dag dat hij haar vinden gaat?
Wie wijst de wegen naar de duinen?
Het is de Heer die in de tuinen
groeien laat de zoete vruchten,
groeien laat de zoete vruchten in de tuin van God.

 

Ik zal zoveel van je houden

 

1
Ik zal zoveel van je houden
dat je niet meer tellen kan
wat ik met mijn lijf en leden,
met mijn hart en oog en hand
voor je heb gedaan en doen zal,
om nog meer dan ik al deed
jou volmaakt te leren kennen
en te dromen met dit lied
van verlangen en vertrouwen:
jij en ik of anders niet.

 

2
Als ik dit al had geweten
toen we dansten voor het eerst,
onze lijven voelden trillen
toen de liefde werd geleerd,
dan was ik direct gaan zingen
dat er nog iets mooiers is
dan jouw hand vast in de mijne,
zong ik eerder nog dit lied
van verlangen en vertrouwen:
jij en ik of anders niet.

 

3
Wil jij zoveel van mij houden
dat ik straks als het moment
van voorbij nabij zal komen,
jij misschien niet hier meer bent,
ik jouw ogen nog steeds zien zal
en je hart nog kloppen voel,
ik je liefde nog kan proeven
en blijf dromen met dit lied
van verlangen en vertrouwen:
jij en ik of anders niet.

 

4
Ik roep engelen en machten,
aarde, zon en zee en maan,
ik roep bomen en de buren
als getuige voor ons aan,
dat de Heer van alle heren,
Hij die woont in blinkend licht,
zijn bescherming ons zal bieden
als een antwoord op ons lied
van verlangen en vertrouwen:
Hij en wij of anders niet.