Woede en vergeving

“U bent gekrenkt, nietwaar?” Toen ik het zo verwoordde, stemde hij zonder reserve in. Inderdaad, gekrenkt, vernederd was hij. Als een kleine jongen weggezet terwijl je veel ouder bent. In z’n diepe overtuiging miskend door jongeren die nauwelijks kennis van zaken hebben. Het toppunt was dat in een gesprek zijn vrouw de mond werd gesnoerd. “Wat zou jij doen als dat tijdens een gesprek bij je thuis zou gebeuren?” Ik antwoordde direct dat ik door het lint zou gaan. Met een waas voor m’n ogen.

 

De vraag is of het waar is. Ik ben één keer zwaar uit mijn slof geschoten. Toen een van onze kinderen hun moeder zonder respect behandelde. Ik heb zo staan tieren dat ik er spijt van kreeg en mijn excuses heb aangeboden. Echt woede tonen of agressief worden, ik heb er weinig ervaring mee. Toch kan ik woede wel bewonderen. Precies wat Margriet Sitskoorn schrijft in haar boek over zonden en het brein: “De maatschappij verheerlijkt woede zelfs. De meeste helden die we kennen zijn boos en gewelddadig, of het nu gaat om Rambo, Lara Croft, Hamlet of Avatar.” (131) Dat is waar. Zo vind ik ook cabaretiers die zich ergens over opwinden hilarisch. Ga maar door!

 

Sitskoorn, hoogleraar klinische neuropsychologie aan de Universiteit Tilburg, schrijft verder in haar populairwetenschappelijke boek: “Woede kan soms voelen als vriend, maar kan tegelijkertijd je grootste vijand zijn. Hij kan je beschermen en tevens de levenslust volledig uit je zuigen.” (132)
Nu is mijn vraag wat we zien op deze pagina, de laatste van de strip Een nacht met volle maan.

 

 

Is de man met het bebloede hoofd opgelucht en tevreden? Of leeggezogen? De jonge man is Quentin. Hij sterft. Jean-Pierre Boisseau is de gehavende pensionado. Hij is in eigen huis door een groep jongeren afgetuigd. Zijn vrouw werd voor zijn ogen doodgeschoten. Aan het slot van deze Hermann & Yves H.-strip is hij de enige die nog leeft. De laatste die hij doodstak was Quentin. Welkom in de wereld van de Huppens. Vader en zoon vormen een ongeëvenaard duo dat het ene na het andere formidabele stripalbum produceert. Dit keer gaat het over misrekening en woede.

 

Quentin en Cynthia kennen de Boisseaus. Zij weten dat de oudjes elke zaterdag uit gaan (7), wat de code is van het alarmsysteem (10) en dat er een brandkast in huis staat, vol poen. De oude Boisseau kent Quentin. (43) Hoe wordt niet erg duidelijk, overigens. Karim en Lucas hebben de leiding bij de uitvoering van het plan, en Pat is het computerwonder dat de kluis moet kraken. Het plan is om weg te zijn voordat de Boisseaus terugkeren.
Hier begint de serie misrekeningen. De combinatie van de kluis is niet elektronisch maar mechanisch. (11) Hm, dat hadden ze niet gedacht. Ergernis ontluikt: “Hé Karim, vraag die scootercoureur ‘ns wat ie nog meer kan, behalve in de weg lopen?” (11). Dan volgt al snel de tweede verkeerde inschatting, ditmaal door de akeligste van de vijf, Lucas: “We wachten tot de bewoners terug zijn. We maken ze een beetje bang door te doen of we criminelen zijn. Ze vertellen wat we weten willen en we smeren ‘m met de poet.” (13). Waarom verwacht hij dat ze zullen meewerken? “We hebben met nette burgers te maken, en die gaan om bij het eerste zuchtje wind.” (13) Jammer, joh, fout.
Weerstand van de anderen tegen het plan wordt door Lucas met dreigen met een pistool de kop ingedrukt. Weer een inschattingsfout: dat je maten doen wat je zegt. Pat let niet op Cynthia en zo moet de overval op de bewoners plotseling en chaotisch worden ingezet. (21)
Dit alles is tot daaraantoe. Maar scenarist Yves H. heeft ons lezers ineens bij de poot als blijkt dat deze voor het oog zo kwetsbare en hulpeloze heer Boisseau ooit ontoerekeningsvatbaar is verklaard. Hij heeft in het vreemdelingenlegioen gediend, vier kameraden gedood en verbleef vijftien jaar in een psychiatrische kliniek. Dat verklaart dat hij geen woord uitbrengt als Lucas dreigt zijn vrouw te vermoorden. Maar je kunt je wel voorstellen wat er gebeurt als zijn vrouw Géraldine door haar hoofd geschoten wordt (nóg een misrekening van Lucas: hij dacht dat er geen kogels meer in het pistool zaten).

 

“Je zou kunnen zeggen dat woede je voorwaarts drijft. Deze neiging maakt evolutionair gezien deel uit van onze neiging om te vluchten of te vechten als reactie op bedreigende situaties,” schrijft professor Sitskoorn. (135) Dat zien we gebeuren. Jean-Pierre gaat zijn oude vaardigheden inzetten. Hij ontsnapt aan de aandacht van Lucas en de anderen en begint het spel van kat en muis. Op de laatste pagina is het ‘game over’ voor Quentin (die dacht dat hij het gered had toen Boisseau met een auto in de greppel reed: misrekening!). Dan is de nacht is voorbij. De prachtige Franse zomerdag is begonnen, zo prachtig en helder als de vorige dag eindigde. (4.54.56)
Boisseau kijkt omhoog. (56)
Opgelucht? Leeggezogen?

 

Eerlijk, ik heb geen idee. Ik ben benieuwd hoe de filmversie gaat afsluiten. Dat was het nieuws van dit voorjaar (2019): ook dit album (zoals eerder Bloedbanden) wordt verfilmd. Yves vertelde op het forum: “Filmprojecten kunnen heel lang in dozen blijven liggen voordat ze het licht zien, áls ze het al zien. De eerste contacten met Julius Berg en Mathieu Gompel dateren van 2013 en het is pas nu, bijna zes jaar later, dat het project echt vorm krijgt.” Zouden de filmmakers het aandurven open te eindigen? Mijn voorspelling is dat er een morele afkeuring in zal komen. Het gewelddadige universum van Hermann is niet commercieel te maken. Al helpt het wel dat Maisie Williams (Arya Stark, Game of Thrones) meedoet als Cynthia.

 

Voorlopig is helder dat de strip stof tot denken geeft. Sitskoorn doet een voorstel: “Wanneer iemand je iets heeft aangedaan wat je woedend maakt en je kunt het maar niet loslaten, dan is vergeven de meest effectieve manier om je woede kwijt te raken.” (138) Waar het gaat om acute (zelf)verdediging is dit te theoretisch. Maar je vraagt je wel af of Jean-Pierre Boisseau het woord ‘vergeving’ ooit kan snappen nu hij in vroegere jaren zo’n gestoorde moordenaar geworden is. Alleen door middel van een Godswonder, dunkt me. Maar een aardige vraag is wellicht of het woord meer kans maakt als het ons wordt voorgehouden.

 

Naar aanleiding van: Hermann & Yves H., Een nacht met volle maan. Grenoble: Glénat, 2011  (Oorspronkelijke titel: Une nuit de pleine lune). De inkleuring is gedaan door Sébastien Gérard en is voortreffelijk.
Je kunt hier klikken voor de website van Hermann, het forumdeel over deze strip (let wel, Franstalig!)

 

Margriet Sitskoorn, Passies van het brein: Waarom zondigen zo verleidelijk is. Amsterdam: Bert Bakker, 2010.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *