Vrede door verkrachting?

Mukhtar Mai leeft als vrouw (28 jaar) bij haar ouders thuis in het dorpje Meerwala, op het Pakistaanse platteland. Haar familie behoort bij de kaste van Gujars. Zij zijn eenvoudige boerenarbeiders in de buurt van de sterke en invloedrijke boerenkaste van de Mastoi. Op een goede dag gaat het verhaal dat haar jongere broertje Shakur (12 jaar) gesproken heeft met Salma, een jonge Mastoi-vrouw van boven de twintig.

 

Laat even tot je doordringen hoe dat ‘spreken’ in die wereld een probleem is: een jongen kan niet zomaar een meisje alleen aanspreken. Dat kan zomaar een seksuele lading hebben en de eer van een meisje aantasten. En daarbovenop: de lagere kaste kan zich niet als gelijke opstellen, de grens tussen laag en hoog moet geëerbiedigd worden. Als dat niet gebeurt, kan je de situatie niet als een kleinigheid afdoen, in het dorp moet iedereen weten dat de grenzen gehandhaafd worden.

 

Mukhtar en haar familie weten niet beter dan dat Shakur rond de middag in het veld was en toen is opgepakt. Hij heeft de nacht op het politiebureau doorgebracht. Haar vader vertelt dat hij geslagen is door Mastois, bloedend met gescheurde kleren door de politie afgevoerd. Nu wordt hij beschuldigd van ongeoorloofd gedrag en diefstal. De vader van Shakur protesteert en dient een klacht in bij de politie. Verontwaardigd dat zo’n boerenarbeider het waagt de politie op hen af te sturen, beschuldigen de Mastoi-mannen nu Shakur van verkrachting. Hij heeft seksuele omgang gehad met een vrouw buiten het huwelijk om. Daarop kan de doodstraf volgen.

 

Het hele dorp weet er intussen van. De dorpsraad buigt zich erover. Zij besluiten dat een vrouw van de Gujarfamilie moet verschijnen voor de dorpsraad. Het is 22 juni 2002 als Mukthar met haar vader en oom mee moet. De Koran houdt zij stevig vast. Die zal haar beschermen. Niet dat zij kan lezen of schrijven overigens, zij heeft uit het hoofd geleerd wat haar is voorgezegd (9).

 

Dan besluit de dorpsraad dat er recht gedaan moet worden door een groepsverkrachting.

 

“In naam van de Koran, laat me los,” schreeuwt zij. “In de naam van God, laat me gaan!” (10).

 

Als een geit wordt zij meegenomen naar een stal en door de vier mannen verkracht: Abdul Khaliq, Ghulam Farid, Allah Dita en Muhammad Faiz (10). Half naakt jagen zij haar daarna de schuur uit. Zo wordt zij voor het oog van haar dorpsgenoten te schande gemaakt.

 

Wat volgt is een ten hemel schreiende poging om via de gewone rechtspraak in Pakistan haar recht te krijgen. Zij gaat tot aan het hoogste gerechtshof die tenslotte alleen Abdul Khaliq straft. Met diep respect voor de moedige Mukhtar Mai doe je ten slotte het dramatische boek dicht: In the Name of Honour.

 

Nadat je afschuw en ontzetting wat gezakt is, probeer je te snappen wat er in zo’n dorpssamenleving toe leidt dat dit kan plaatsvinden. De dynamiek van eer en schande, van macht en onderwerping, van grenzen en de menselijke drang en (gebrek aan) zelfbeheersing, de angst voor chaos, die al te menselijke cocktail roept geweld op: vergelding en afschrikking om de orde te handhaven. Want het overschrijden van grenzen is het begin van chaos. Zoiets is het.
Dit is wat er rondgaat in het dorp, na de verkrachting:

 

‘Mukhtar zou hebben moeten trouwen met een Mastoi, zoals de mullah voorstelde, en Shakur had Salma moeten trouwen,” zei een andere vrouw. “Zij is degene die weigerde. Het is haar eigen fout.” (14,16).

 

In het dorp leeft dus de gedachte dat door huwelijksverbindingen tussen deze families een blijvende vete en escalerend geweld kan worden voorkomen. Dan houd je je in omdat je de kinderen van die andere familie in je eigen gezin hebt. De plaatselijke geestelijke leider (mullah)  slaagde er echter niet in dat te bereiken. De Mastoi-mannen waren te zeer in hun eer aangetast. Een Gujar-vrouw moest zich komen onderwerpen aan deze mannen; dat zou kunnen leiden tot de vrijlating van de jongen Shakur.

 

Dit kan toch alleen werken als vrouwen bereid zijn zich geheel te schikken naar de groepsnorm? Mukthar had zich moeten laten opnemen als schoondochter in een familie die met grote minachting denkt over haar familie. Denk je in hoe haar leven er dan uit komt te zien. Shakur, een jongen van twaalf jaar (!) had een vrouw moeten trouwen van een familie die hem en zijn familie veracht: hoe gaat hij zich gedragen als hij volwassen wordt? En dat alles om de lieve vrede in het dorp en de meerdere glorie van de geestelijke leider, die zich verantwoordelijk voelt.

 

Ik kan me niet indenken dat ik als vader mijn dochter hieraan zou kunnen overgeven. Ik kan het gewoon niet bedenken. Onze diepste waarden en normen over de gelijkheid tussen mannen en vrouwen, jongens en meisjes, staan haaks op dit culturele patroon.
Ik merk dat ik er last van heb bij het lezen van stukken uit de Bijbel:

 

Bijvoorbeeld Exodus 22,16-17: “Wanneer iemand een maagd verleidt die niet in ondertrouw is, en hij met haar slaapt, moet hij haar voor zichzelf tot vrouw nemen door volledige betaling van de bruidsschat. Maar als haar vader beslist weigert haar aan hem te geven, moet hij een geldsom afwegen die overeenkomt met de bruidsschat voor een maagd.” (Herziene Statenvertaling).

 

Goddank, de vader kan weigeren; maar waar is de stem van het meisje?
Op grond waarvan zijn we als christenen eigenlijk gaan geloven dat vrouwen net als mannen zelfstandig over lijf en leden mogen beslissen?

 

Naar aanleiding van: Mukthar Mai, In the Name of Honour: A Memoir (With Marie-Thérèse Cuny,  translated by Linda Coverdale). London: Vigaro Press, 2007.

 

Mukhtar Mai haalde het NOS journaal: klik hier.

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *