Toeristen als ramp

 

 

Over 2 mei 2012 noteerde ik het volgende in ons fotoplakboek: “De metro bracht ons naar het Vaticaan, na het ontbijt. We stonden van 09h00 tot 09h45 in de rij. We bekeken beelden en tapijten op weg naar de Sixtijnse Kapel. Een menigte mensen ging erheen en wij hoorden erbij. … Zo kwamen wij bij een klein duister onderkomen met veel mensen die een permanent geroezemoes voortbrachten, gereguleerd door het ‘Silencio!’ van de suppoosten.”

 

Grand Hotel Europa is de nieuwe roman van Ilja Leonard Pfeijffer. Hij presenteert over dit soort praktijken buitengewoon ontdekkende dingen. Het onderwerp ‘toerisme in Europa’ trekt door de ruim vijfhonderd bladzijden heen als koffiemelk door de koffie en de boodschap wordt treffend onder woorden gebracht door personage Patelski (onberispelijk gekleed in driedelig kostuum, stippeldas, stippelpochet en zakhorloge aan een vergulde ketting, 33): “Er is geen toekomst die het oude continent zal afleiden van zijn glorieuze verleden. En dat valt te verkopen als amusement voor het productieve deel van het de mensheid, dat in Azië woont. Als beeldschone, gemarginaliseerde regio kunnen we de tuin van de wereld zijn, en misschien is dat nog niet zo slecht. Een alternatief is er in ieder geval niet.” (455)

 

Als Europa de tuin voor de wereld is – daar lijkt het steeds meer op – dan wordt deze tuin nu met teveel voeten betreden. Met onhoudbare situaties als gevolg. Onze reis naar Rome in 2012 illustreert ongezocht precies dit punt. Met teveel mensen gaan wij een zaal bekijken die te lijden heeft onder haar bezoekers. Pfeijffer voert Antonio Paolucci ten tonele, de directeur van de Vaticaanse musea (waarachtig, hij blijkt echt te bestaan, zie Wikipedia):

 

“Bovendien was zijn museum uniek in de wereld, omdat het nooit bedoeld was als museum, maar als schatkamer van de Heilige Stoel. De collectie was het gestolde vuur van duizend jaar christelijke devotie, het epicentrum van de culturele identiteit van Europa en het hart en het artistieke geweten van de Heilige Moederkerk. Hij gebruikte met opzet grote woorden, omdat hij duidelijk wilde maken dat de kunstverzameling nooit bedoeld was geweest voor publiek, laat staan voor een miljoenenpubliek. Niet alleen de collectie, maar ook de museale structuur maakte deel uit van het interne interieur van het pauselijk paleis. De miljoenen bezoekers moesten door de privévertrekken van de Heilige Vader worden gejaagd, als we hem een kleine overdrijving toestonden, maar daar kwam het toch wel zo ongeveer op neer. Het hoefde niemand te verbazen dat dat immense problemen gaf, want de kwetsbare, krakende vertrekken waren nooit bedoeld geweest om onder de voet gelopen te worden door zes miljoen bezoekers per jaar. Michelangelo zou verbijsterd zijn als hij zou horen dat zijn Sixtijnse Kapel door twintigduizend mensen per dag werd bezocht. Dat was nooit de bedoeling geweest. Kardinalen moesten daar eens in de twintig, dertig jaar een conclaaf houden.” (439-440)

 

Het is waar. Het massatoerisme maakt kapot waar het voor komt: de kunst. We waren kort geleden in Alhambra, Granada (Andalusië). Ook daar dromden wij met massa’s mee. Kaarten kopen voor bepaalde uren. In de Cuave de Nerja (ook Andalusië), idem dito. Pfeijffer laat iemand zeggen:  “…ik ben bang dat er maar één oplossing is als we ons erfgoed willen beschermen en behouden. We moeten de poorten sluiten voor de barbaren en barricaderen. Zandzakken voor de deur.” (442) Hier schoot ik in de lach. Grappig hoe crisis- en oorlogstaal gehoord wordt rond wat wij vakantie en cultuur noemen. Maar intussen doen wij allang actief mee.

 

Ik las niet alleen een weergaloze roman, ik leerde mijzelf ook nog eens beter kennen; en onze doorgedraaide welvaartswereld. Het wordt je allemaal geserveerd in een schitterend proza met talloze registers. Pfeijffer bespeelt het orgel met grote klasse. Terwijl er toch werkelijk geen kleinigheden langskomen (de panchayat van Muzaffargarh, de bootvluchtelingen, seks met minderjarigen en de Nutellawinkel in Amsterdam), raak je nergens verveeld. Integendeel, het is een meeslepend verhaal, humor van de bovenste plank, satire en onderhoudend gesprek tegelijk. De nieuwste roman van Ilja Leonard Pfeijffer is grandioos. Met leeslint, volkomen terecht.

 

Naar aanleiding van: Ilja Leonard Pfeijffer, Grand Hotel Europa. Amsterdam/Antwerpen: De Arbeiderspers, 2018

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *