Serie zonder boodschap

Wat voor samenleving ontstaat er na de grote ineenstorting van de beschaving? Hermann Huppen produceerde in veertig jaar bijna veertig stripalbums om dat thema te exploreren. De serie Jeremiah schildert ons in velerlei varianten de scenes van de strijd tussen goed en kwaad in zo’n wereld. Het kwaad is veelsoortig en veelkoppig aanwezig en ook nog eens onuitroeibaar. Even taai is echter de moed waarmee de hoofdpersonen het recht willen laten zegevieren. Ook al moet het met geweld.

 

 

Pagina 3 van deel 1 schetst de nieuwe werkelijkheid: de Amerikaanse beschaving kraakt in haar voegen door sociaaleconomische spanningen. De bom ploft, letterlijk. Na de fall-out komt het leven weer een beetje op gang, maar ravage en ruïne zien we alom. W.E. ‘Fat Eye’ Birmingham heeft zich verschanst in een hoge toren. Hij is dik en geschminkt als een clown: het prototype van de megalomane mens die door welvaart de normale verhoudingen kwijt is. Hij is omringd door jonge jongens. Zijn belangrijkste hobby is het voeren van de roofvogels in de grote volière. Benden roodhuiden kopen slaven van hem of overvallen boerennederzettingen. De mensen worden meegenomen naar de Rode Natie.

 

Jeremiah is wees en woont bij oom Lukas en tante Martha. Hij komt op een avond niet mee naar binnen achter veilige muren. Hij wil een loslopende muilezel vangen. Dat blijkt zijn redding, want de nederzetting Bends Hatch wordt aangevallen. De mensen worden uitgemoord of weggevoerd. Jeremiah wordt gered door de eigenaar van Esra de muilezel, Kurdy Malloy. Is hij daar in de buurt om de ‘nalezing’ te houden van de roof? Hij neem de impulsieve Jeremiah in bescherming tegen de bende. Zij komen in Langton op zoek naar de familie. Jeremiah wil wraak nemen en Kurdy begint het verzet tegen Fat Eye te organiseren. Aan het slot van het verhaal is de dictatoriale potentaat door zijn eigen roofvogels gedood en staan Jeremiah en Kurdy bij de grens van de Rode Natie: “Red Nation Land. Keep out. We shoot all intruders.”

 

In het verhaal De slachting (opgenomen in Lugubere Verhalen) schilderde Hermann al een wraakactie buiten het rechtssysteem om. In de serie Jeremiah zijn de ordebewakers nooit te vertrouwen. Het recht van de sterkste heerst. Kurdy blijkt in die wereld volop de weg te kennen. Van zijn geweten heeft hij geen last. Hij aarzelt niet om slachtoffers te maken. Jeremiah wel. Dat zal later in de serie veranderen. Waar je mee omgaat, word je mee besmet. En de gezichten van het kwaad zijn zo afschuwelijk dat er voor genade of mildheid weinig ruimte is. “Het idee om Jeremia te creëren kwam bij Hermann na het lezen van Ravage, van Barjavel, dat de nasleep van een nucleaire oorlog beschrijft. Maar daar stopt de verwijzing omdat Jeremiah een soort Amerikaanse ballade is, resoluut pessimistisch, tegen een achtergrond van ruwe poëzie en verstoken van nutteloze sentimentaliteit.” lees ik op de website van Hermann. Patrick Dupuis schrijft over de serie die met dit deel begint: “Jeremiah is een serie zonder bericht, hoewel deze leegte een bericht is. Hij legt de menselijke angst bloot, de absurditeit van onze toestand, de gruwel van menselijke drift en de onzin van hoop en het geloof van mensen.”

 

Dat laatste zal in verschillende delen nadrukkelijk naar voren komen. Religie als menselijke groepscode is voor Hermann nooit geloofwaardig. Intussen is wel opvallend dat zijn mensvisie aansluit bij een invloedrijke religieuze stroming: de mens is geneigd om God en zijn naaste te haten en van nature niet tot iets goed in staat. Als je dat vindt, los van de religieuze context, roep je de vraag op waar het goede dan vandaan komt en of het de strijd met het kwaad zal overwinnen. Wie die vraag bevestigend beantwoordt, zou zich kunnen afvragen waar dat optimisme vandaan komt. Geeft de evolutie van mens en wereld er aanleiding toe? Komen we ooit verder dan een herhaling van zetten in een meedogenloos schaakspel met talloze slachtoffers en boeven die ermee wegkomen?

 

Naar aanleiding van: Hermann, De nacht van de roofvogels. (Jeremiah 1). [z.p]. Dupuis 1993. Oorspronkelijk titel La nuit des rapaces. Voor het eerst gepubliceerd in 1979. De inkleuring is van Raymond Fernandez, alias Fraymond (* 1953 in Spanje). “Vanaf nu, dankzij Fraymond, bestaat de kleur in strips niet langer uit het toepassen van effen kleuren naast elkaar zonder enige esthetische zorg, het neemt volledig deel aan het grafische succes van een album, net als de lijn van de cartoonist. Dat vandaag de kleur zo belangrijk is geworden voor professionals en alle lezers is in de eerste plaats te danken aan Fraymond.”

 

Hermann, Helden & Koeien. Zeldegem, Saga uitgaven, 2014. “Van zodra ik mijn eigen personages creëerde, probeerde ik me te ontdoen van alle stereotypes met hun te vlakke, schematische, typische Hollywoodpsychologie. Ergens was ik naïeve dingen als Rio Bravo en de saaiheid van John Wayne beu. Zonder het te kopiëren, apprecieerde ik veeleer wat Sergio Leone bracht. Voor zijn uiterlijk dacht ik voor Jeremiah in het begin aan Hardy Kruger of aan Steve McQueen. Ik zag hem als een rechtvaardige, misschien een beetje naïeve persoonlijkheid. Ik kan me vrij goed in Jeremiah vinden, ook al heb ik zijn heroïsche karakter niet en beleef ik zijn avonturen niet! Net zoals Kurdy is Jeremiah danig geëvolueerd in de loop van de albums. … De tandem Jeremiah-Kurdy is niet onverslijtbaar. Die twee evolueren zoals wij allen. Voor mij is elk album een ware uitdaging. Mocht de Jeremiah-reeks ooit stoppen, zou dat niet komen door een gebrek aan ideeën, maar omdat ik zelf ben opgebruikt.”

 

Klik hier voor de officiële website van Hermann Huppen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *